Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 2 juni 2020
ECLI:NL:GHSHE:2020:1701
Feiten
Vanaf 2011 heeft de gemeente besloten om de dorpsraden toestemming te geven om zelf (jaarlijks) een kerstboom te plaatsen en hiertoe een brief gestuurd met in de bijlage “Regeling met dorpsraden: verlichte kerstboom in de kern”. De Dorpsraad heeft deelgenomen aan de zogenoemde “kerstboomactie” en heeft in 2011, 2012 en 2013 de uitvoering van de kerstboomactie overgedragen dan wel doorgegeven aan Speelruimte X. Op 7 december 2012 wilde X de kerstboom plaatsen. De boom moest eerst omgezaagd worden. Vrijwilliger is toen met behulp van een zetje, zonder beschermende maatregelen, de boom ingeklommen om het trektouw om de stam van de boom aan te brengen. Toen vrijwilliger op een hoogte van circa 3,5 meter was, is hij naar beneden gevallen en met zijn rug, althans zijn lichaam, op het tuinhuisje gevallen. Vrijwilliger heeft vervolgens negen dagen in het ziekenhuis doorgebracht. De daaropvolgende revalidatie heeft zes maanden geduurd. Bij brief d.d. 13 december 2013 is X aansprakelijk gesteld voor de schade. Aansprakelijkheid is door (de verzekeraar van X) afgewezen. Vervolgens heeft (de advocaat van) vrijwilliger X, de gemeente en de Dorpsraad aansprakelijk gesteld. Bij dagvaarding d.d. 4 augustus 2017 heeft vrijwilliger onderhavige procedure aanhangig gemaakt jegens de gemeente, de Dorpsraad en X en gevorderd voor recht de verklaren dat de gemeente c.s. hoofdelijk aansprakelijk is voor alle materiële en immateriële schade die vrijwilliger heeft geleden. De rechtbank heeft de vorderingen afgewezen. Vrijwilliger komt van dit vonnis in hoger beroep.
Oordeel
Vorderingen jegens de gemeente en de Dorpsraad
Vrijwilliger stelt dat de gemeente en de Dorpsraad op grond van artikel 6:162 BW aansprakelijk zijn. Vrijwilliger stelt zich daarbij primair op het standpunt dat de gemeente niet had mogen instemmen met de uitbesteding van de opdracht zonder nadere voorwaarden aan de veiligheid van de deelnemers te stellen. Het hof volgt vrijwilliger niet in zijn standpunt dat er tussen de gemeente en de Dorpsraad en de Dorpsraad en X een overeenkomst van opdracht is gesloten. Van een uit die overeenkomst voortvloeiende zorgplicht voor de gemeente om bij het sluiten van die overeenkomst en voor de Dorpsraad om bij de uitbesteding daarvan nadere voorwaarden te stellen aan de veiligheid van bij de kerstboomactie betrokken vrijwilligers, is derhalve evenmin sprake. Verder concludeert het hof dat noch de gemeente noch de Dorpsraad een gevaarlijke situatie in het leven heeft geroepen. Het hof is daarom van oordeel dat noch van de gemeente noch van de Dorpsraad kon worden gevergd toezicht op de veiligheid te houden.
Vorderingen jegens X
De rechtsverhouding betreft die van vrijwilliger en organisatie. Ervan uitgaande dat er voor 7 december 2013 binnen X een vergadering is geweest waarop is afgesproken om bijeen te komen om de kerstboom om te zagen, leidt dat nog niet tot de conclusie dat X aan vrijwilliger een (mondelinge) opdracht heeft verstrekt om daaraan deel te nemen. Vrijwilligers zijn immers vrij om aan de activiteiten deel te nemen en van een rechtens afdwingbare verplichting is geen sprake. Nu er van een mondelinge opdracht tussen X en vrijwilliger geen sprake is, behoeft het beroep op de analogische toepassing van artikel 7:658 lid 4 BW op die grond geen bespreking. Ten aanzien van de vordering op grond van onrechtmatige daad is het hof van oordeel dat het omzagen van een circa 6 meter hoge boom per definitie een gevaarlijke situatie betreft en de vrijwilligers niet gekwalificeerd waren. Voor dergelijke activiteiten geldt een zorgplicht voor X. X had daarbij van tevoren moeten inventariseren welke materialen er nodig waren voor het omzagen van de boom. X is dan ook op grond van artikel 6:162 BW aansprakelijk.
Analogische toepassing van artikel 7:658 lid 4 BW
Vrijwilliger beroept zich in het kader van de aansprakelijkheid van X tevens op analogische toepassing van artikel 7:658 lid 4 BW. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 15 december 2017 geoordeeld dat dit artikel ook van toepassing kan zijn bij vrijwilligerswerk. X is naar het oordeel van het hof niet gelijk te stellen met een werkgever/opdrachtgever die ten behoeve van zijn beroep of bedrijf arbeid laat verrichten. De activiteiten die plaatsvinden binnen X zijn niet zijn aan te merken als beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten. De feitelijke verhouding van de bij de kerstboomactie betrokken vrijwilligers is niet vergelijkbaar met die van werkgever/opdrachtgever enerzijds en werknemer anderzijds.
Eigen schuld
Niet alleen volgt uit de getuigenverklaringen dat vrijwilliger op eigen initiatief in de boom is geklommen om het trektouw te bevestigen, vrijwilliger heeft dat ook erkend tijdens de comparitie bij de rechtbank. Vrijwilliger was zich bewust, althans had zich terdege bewust moeten zijn van het feit dat het aanbrengen van een trektouw in een boom van circa 6 meter gevaarlijk is. Het hof is van oordeel dat vrijwilliger door op eigen initiatief en zonder beschermende maatregelen in de boom te klimmen onzorgvuldig heeft gehandeld, hetgeen aan hem moet worden toegerekend. Het hof is van oordeel dat beide omstandigheden in gelijke mate aan de schade hebben bijgedragen. Gelet op de ernstige gevolgen van het ongeval is het hof echter van mening dat de billijkheid een andere verdeling met zich brengt, te weten dat de vergoedingsplicht van X met 25% dient te worden verminderd.