Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 15 september 2020
ECLI:NL:GHDHA:2020:1674
Bestuurder-werknemer is persoonlijk aansprakelijk voor niet-tijdige afdracht van pensioenpremies wegens schending van de mededelingsplicht inzake betalingsonmacht van de vennootschap na beslaglegging van debiteuren, kasgeld en banksaldi.

Feiten

Werknemer is sinds 27 maart 2015 enig bestuurder van X-Force Services B.V. (X-Force) en is daarmee ook bestuurder als bedoeld in artikel 23 lid 6 Wet Bpf. X-Force was werkgever in de zin van de Wet Bpf. Over de periode 1 oktober 2016 tot en met 31 januari 2017 (hierna: de relevante periode) is X-Force voor haar werknemers pensioenpremies verschuldigd aan Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (hierna: StiPP). X-Force is gebonden aan het Uitvoeringsreglement Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (hierna: het Uitvoeringsreglement). De pensioenpremies over de relevante periode zijn niet voldaan. X-Force heeft geen mededeling aan StiPP gedaan dat zij niet tot betaling in staat is als bedoeld in artikel 23 lid 2 Wet Bpf. Op 31 januari 2017 zijn doorzoekingen verricht in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar fraude in de uitzendbranche. De administratie van X-Force is in beslag genomen en er is conservatoir beslag gelegd op onder andere debiteuren, kasgeld en banksaldi. Dit maakte het voor X-Force onmogelijk de onderneming op dat moment voort te zetten. Strafrechtelijk beklag tegen de beslagen is ongegrond verklaard, waarna op 11 april 2017 surseance van betaling is verleend en op 7 juli 2017 het faillissement van X-Force is uitgesproken. Bij aangetekende brief van 11 juli 2018 heeft StiPP werknemer hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de niet-betaalde pensioenpremie over de relevante periode en hem gemaand tot betaling. Betaling is uitgebleven. Op 23 juli 2018 heeft StiPP een dwangbevel tegen werknemer uitgevaardigd ter zake van de achterstallige pensioenbijdragen over de relevante periode ad € 101.395,20. Bij dagvaardingsexploot van 24 augustus 2018 is werknemer in verzet gekomen tegen het dwangbevel en de tenuitvoerlegging daarvan. Bij het bestreden vonnis heeft de kantonrechter het verzet ongegrond verklaard. Werknemer richt zijn grieven onder meer tegen het oordeel van de kantonrechter dat werknemer hoofdelijk aansprakelijk is voor de premieschuld.

Oordeel

Mededelingsplicht X-Force

Op 31 januari 2017 is de administratie van X-Force in beslag genomen en is conservatoir beslag gelegd op onder andere debiteuren, kasgeld en banksaldi waardoor X-Force geen betalingen meer kon verrichten. Anders dan X-Force betoogt, is relevant dat op die datum X-Force al premie-aangifte had gedaan. Op 31 januari 2017 wist X-Force dus dat zij vanwege de gelegde beslagen geen betaling meer aan crediteuren kon verrichten, dus ook geen betaling van de pensioenpremies aan het pensioenfonds, en dat zij met die betaling in gebreke zou blijven. Op X-Force rustte dan ook de verplichting om onverwijld nadat was gebleken dat zij niet tot betaling van de pensioenpremies aan StiPP in staat was, daarvan mededeling te doen aan StiPP. Deze mededelingsplicht is immers in de wet opgenomen om de bestuurder van de werkgever te dwingen in actie te komen zodat het bedrijfstakpensioenfonds op een vroegtijdig tijdstip op de hoogte raakt van de betalingsmoeilijkheden. Van X-Force had dan ook mogen worden verwacht dat zij die melding van betalingsonmacht onverwijld na 31 januari 2017 had gedaan. De beslaglegging kan dan ook niet gelden als een onvoorziene omstandigheid of overmacht die X-Force zou beletten om aan haar mededelingsplicht te voldoen.

Aansprakelijkheid werknemer

Ingevolge het Uitvoeringsreglement is X-Force als werkgever verplicht de door StiPP vastgestelde premie binnen 14 dagen na de factuurdatum te voldoen. Verder is X-Force bij niet-tijdige betaling na het enkele verloop van de termijn in verzuim. Beslissend voor de aanvang van de termijn waarbinnen betaling moet plaatsvinden is dus de factuurdatum van de premienota’s en niet het moment waarop deze zijn verzonden of ontvangen. Dit betekent dat X-Force in ieder geval ten tijde van de aansprakelijkheidstelling van werknemer op 11 juli 2018 in gebreke was ter zake van de premieafdracht van de facturen d.d. 19 januari 2017 en 25 februari 2017 en zij bovendien niet aan haar wettelijke mededelingsplicht had voldaan. Dit leidt ertoe dat werknemer als bestuurder ingevolge artikel 23 lid 4 Wet Bpf aansprakelijk is en wordt vermoed dat de niet-betaling aan hem als bestuurder te wijten is. Werknemer kan dat vermoeden alleen weerleggen als hij eerst aannemelijk maakt dat het niet aan hem te wijten is dat X-Force niet aan haar mededelingsplicht heeft voldaan. Hetgeen hij daartoe heeft aangevoerd (kort gezegd: de facturen hebben noch hem, noch X-Force bereikt, de administratie was in beslaggenomen en hij heeft gedurende zekere tijd in detentie in alle beperkingen gezeten), is in het licht van hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen over de mededelingsplicht en de betalingsverplichting van X-Force op grond van het Uitvoeringsreglement, onvoldoende om dat vermoeden te weerleggen. Evenmin kan op grond hiervan worden aangenomen dat de hoofdelijke aansprakelijkheid van werknemer naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Nu de grieven falen, bekrachtigt het hof de beschikking van de kantonrechter.

  • Rechters: M.D. Ruizeveld, R.S. van Coevorden en M.J. van Cleef-Metsaars
  • Advocaten: E. Cekic en M.H. Visscher
  • Wetsartikelen: 23 Wet Bpf en 2 Besluit meldingsregeling Wet Bpf
  • Onderwerpen: Pensioen
  • Trefwoorden: pensioenpremies, pensioenafdracht, mededelingsplicht, betalingsonmacht, beslaglegging, dagvaarding, faillissement, debiteuren, kasgeld, banksaldi, verzet, premieschuld, hoofdelijke aansprakelijkheid, aansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid