Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 28 januari 2021
ECLI:NL:GHSHE:2021:236
Werkneemster heeft ernstig verwijtbaar gehandeld door – na het vervallen van haar functie – een passende functie niet te aanvaarden. Werkgever is geen transitievergoeding verschuldigd.

Feiten

Werkneemster is op 20 juni 2000 in dienst getreden bij (een rechtsvoorganger van) werkgever. Per 1 september 2019 is de functie van werkneemster komen te vervallen. Het UWV heeft in dat verband een ontslagvergunning verleend. Op 24 september 2019 werd de arbeidsovereenkomst van werkneemster, door werkgever, met toestemming van het UWV, tegen 1 februari 2020 opgezegd. Bij die brief van 24 september 2019 heeft werkgever werkneemster meegedeeld geen transitievergoeding te betalen omdat werkneemster ernstig verwijtbaar heeft gehandeld doordat zij geweigerd heeft een passende functie te vervullen. In eerste aanleg heeft werkneemster – verkort weergegeven – de kantonrechter verzocht werkgever te veroordelen tot betaling van de wettelijke transitievergoeding. De kantonrechter heeft het verzoek afgewezen. Werkneemster komt tegen de beschikking in hoger beroep.

Oordeel

Vast staat dat de functie van werkneemster van kwaliteitsmedewerker in ploegendienst was vervallen en dat werkgever haar functies heeft aangeboden om haar te herplaatsen. Werkneemster heeft deze functies geweigerd. In geschil tussen partijen is of die functies passend waren. Werkneemster heeft twee functies geweigerd, omdat die in de dagdienst waren en zij in de ploegendienst wilde blijven werken. Bij brief van 13 september 2019 is haar een functie in de ploegendienst aangeboden. Gesteld noch gebleken is dat de aangeboden functie niet passend was. Werkneemster is niet op deze functie ingegaan. Werkneemster stelt dat van haar verwacht werd dat zij haar werkzaamheden na acceptatie per direct zou hervatten en dat zij daartoe gelet op haar arbeidsongeschiktheid niet in staat was. Het hof overweegt dat uit voormelde brief niet blijkt dat werkneemster haar werkzaamheden per direct zou moeten hervatten. In de brief wordt slechts verzocht te berichten of werkneemster de functie aanvaardt. Werkgever heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het feit dat werkneemster niet in staat was haar werkzaamheden te hervatten wegens ziekte, niet betekent dat zij de aangeboden functie niet had kunnen aanvaarden. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien dat werkneemster in elk geval de derde alternatieve functie niet had kunnen aanvaarden. Het handelen van werkneemster is ernstig verwijtbaar en daarom is werkgever geen transitievergoeding verschuldigd.