Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 29 juni 2021
ECLI:NL:GHDHA:2021:1133
Feiten
Werknemer is op 11 juli 2005 aangesteld bij de PI in de functie van Senior Complexbeveiliger. De aanstelling van werknemer is met ingang van 1 januari 2020 omgezet in een arbeidsovereenkomst. Werknemer verricht zijn werkzaamheden op een locatie waar een groot aantal gedetineerden gehuisvest is met een extreem, hoog of verhoogd risico tot ontvluchting en daarmee een groot maatschappelijk risico. Tevens is in deze inrichting de Terroristenafdeling gehuisvest als gevolg waarvan extra veiligheidsmaatregelen in acht dienen te worden genomen. Werknemer was in de nacht van 4 op 5 februari 2020 werkzaam in de centrale meldkamer. Gedurende de nachtdienst heeft een collega een pizza besteld. Hiervoor is omstreeks 22:45 uur door twee collega’s zowel de buitenmuur als de binnendeur geopend om de pizzabezorger toegang te verschaffen tot de inrichting. Weer een andere collega heeft de pizza in ontvangst genomen. Het Hoofd Veiligheid heeft vervolgens een intern onderzoek gestart. Werknemer (evenals de overige medewerkers die tijdens de nachtdienst dienst hadden) is met ingang van 10 februari 2020 met onmiddellijke ingang geschorst en hem is de toegang tot de dienstonderdelen ontzegd. DJI heeft de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens (ernstig) verwijtbaar handelen van werknemer. DJI verwijt werknemer onder meer dat hij de wachtcommandant – na 22:00 uur – heeft gebeld en toestemming heeft gevraagd om een pizza te bestellen en te laten bezorgen voor een collega, dat hij daarbij niet heeft gemeld dat er eerder een verdacht voertuig was gesignaleerd en dat hij de sluisfunctie van de deuren naar de centrale meldkamer heeft uitgeschakeld. De kantonrechter heeft het ontbindingsverzoek afgewezen. DJI heeft hoger beroep ingesteld.
Oordeel
Het hof is van oordeel dat werknemer van ‘het pizza-incident’ in belangrijke mate een verwijt kan worden gemaakt. Werknemer was in zijn hoedanigheid van senior complexbeveiliger verantwoordelijk voor de beveiliging van de PI, de gedetineerden en de medewerkers tijdens de nachtdienst van de extra beveiligde inrichting, waarbij zijn primaire taak was het houden van toezicht op de buitenbeveiliging. Werknemer was ermee bekend dat de buitendeur en binnendeur na 22:00 uur niet mochten worden geopend, behoudens calamiteiten, en dat voor het openen van de deuren toestemming vereist is van de piketfunctionaris. Dit blijkt uit de Dienstinstructie Nachtdienst. Daaruit volgt dat het voor werknemer duidelijk was of had moeten zijn, dat het niet was toegestaan om na 22:00 uur een pizza te laten bezorgen. Bovendien heeft werknemer ook niet geïnformeerd bij de wachtcommandant of er door de piketfunctionaris toestemming was verleend om de buitendeur voor dit doel te openen. Daar komt bij dat werknemer in een eigen verklaring heeft gesteld dat hij de (aanvankelijk buiten werking gestelde) sluiswerking weer had geactiveerd zodat de voordeur bediend kon worden. Daarmee heeft hij, in onderlinge afstemming met collega’s, een actieve en substantiële rol gespeeld in het tijdens de nachtdienst in strijd met de regels faciliteren van de toegang van een onbekende derde voor het bezorgen van een pizza. Hierdoor heeft werknemer (mede) een onveilige situatie laten ontstaan en laten voortbestaan ten aanzien van vlucht- en smokkelgevaar, waarbij deze onbekende derde bovendien alleen met een collega is geweest en er een van deze derde afkomstige niet gecontroleerde doos de inrichting is binnengebracht. Het hof verwerpt het verweer dat dit werknemer niet kan worden verweten omdat de wachtcommandant toestemming had gegeven en het andere collega’s waren die feitelijk de buiten- en binnendeur voor de pizzakoerier hebben geopend. Werknemer miskent hiermee dat hij een eigen verantwoordelijkheid heeft als senior beveiligingsmedewerker. Het hof oordeelt dat sprake is van verwijtbaar handelen, op grond waarvan de arbeidsovereenkomst dient te worden ontbonden. Van ernstig verwijtbaar handelen is geen sprake. Het hof betrekt bij dit oordeel de kennelijke groepsdynamiek waarvan in de betreffende nacht sprake was, waarbij het handelen van verschillende werknemers bepalend is geweest voor de manier waarop het incident zich heeft voorgedaan. Al met al bepaalt het hof dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 augustus 2021 en dat werknemer de wettelijke transitievergoeding toekomt.