Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 9 augustus 2021
ECLI:NL:RBNHO:2021:6840
Feiten
Werkneemster is sinds 24 september 2019 in dienst bij werkgever. Partijen hebben de eerste arbeidsovereenkomst gesloten voor de duur van vier weken, eindigend op 15 oktober 2019. Op 4 december 2019 hebben partijen nogmaals een arbeidsovereenkomst gesloten voor de duur van 13 weken, eindigend op 3 maart 2020. Deze arbeidsovereenkomst is daarna acht keer stilzwijgend verlengd. In deze arbeidsovereenkomsten staat dat deze een uitzendovereenkomst, niet zijnde payrollovereenkomst in de zin van artikel 7:690 BW, zijn. Verder staat in de arbeidsovereenkomsten dat werkneemster ter beschikking wordt gesteld aan een schoonmaakbedrijf. Op 8 februari 2021 heeft werkneemster zich ziekgemeld en aan het schoonmaakbedrijf en haar werkgever verteld dat zij zwanger is. Vervolgens heeft werkneemster vanaf 1 maart 2021 geen salaris meer ontvangen. Bij brief van 1 april 2021 heeft werkgever aan werkneemster geschreven dat haar arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd op 8 april 2021 afloopt en dat haar dienstverband niet wordt verlengd. Werkneemster verzoekt de kantonrechter onder meer de opzegging te vernietigen (art. 7:681 BW) en werkgever te veroordelen tot doorbetaling van het loon. Aan haar verzoeken legt werkneemster ten grondslag dat sprake is van een payrollovereenkomst, omdat werkgever niet heeft voldaan aan de allocatiefunctie en sprake is van exclusiviteit. Omdat sprake is van een payrollovereenkomst en geen uitzendovereenkomst is de ketenregeling van artikel 7:668a BW van toepassing. Nu werkgever haar arbeidsovereenkomst heeft beëindigd tijdens de achtste tijdelijke (stilzwijgend verlengde) arbeidsovereenkomst, is sprake van meer dan drie elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten en daarom een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, aldus werkneemster. Werkgever is niet ter zitting verschenen.
Oordeel
Naar het oordeel van de kantonrechter is de opzegging van de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig. De kantonrechter volgt de stelling van werkneemster dat sprake is van een payrollovereenkomst en dat daarom de ketenregeling van artikel 7:668a BW van toepassing is. Verder heeft werkneemster voldoende gesteld en onderbouwd dat partijen meer dan drie (stilzwijgend verlengde) arbeidsovereenkomsten hebben gesloten, waardoor sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, die werkgever niet zonder toestemming van het UWV eenzijdig kan opzeggen. Het verzoek van werkneemster om vernietiging van de opzegging wordt toegewezen. Nu de opzegging wordt vernietigd, duurt de arbeidsovereenkomst voort en heeft werkneemster recht op loon. De vordering van werkneemster tot loonbetaling zal daarom eveneens worden toegewezen. De gevorderde wettelijke verhoging en wettelijke rente worden ook toegewezen, omdat werkgever te laat heeft betaald. Verder wordt ook het verzoek werkgever te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten toegewezen.