Rechtspraak
Feiten
Werknemers zijn in dienst bij Stichting Exodus Zuid-Holland (hierna: Exodus) in de functie van slaapwacht. Op beide arbeidsovereenkomsten is de Cao Sociaal Werk, Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening (hierna: de cao) van toepassing. In de cao is onder meer een bepaling opgenomen over slaapdiensten en slaapdiensttoeslag. De cao kent de functie van slaapwacht niet. Noch de arbeidsovereenkomst, noch de cao bevat een omschrijving van de werkzaamheden die aan de functie van slaapwacht zijn verbonden. De slaapdiensten duren respectievelijk 11,5 uur (op maandag tot en met donderdag), 13,5 uur (vrijdag), 16,5 uur (zaterdag) en 14,5 uur (zondag). Hiervan maken steeds 7 uren deel uit die voor de rust zijn bestemd. Werknemers hebben – kort samengevat – in eerste aanleg onder meer een verklaring voor recht gevorderd dat op basis van artikel 6.14 cao de slaapdiensten op basis van 100% van het geldende salaris en emolumenten uitbetaald moeten worden. Het hof heeft de vorderingen van de werknemers toegewezen. In cassatie klaagt Exodus dat het in artikel 6.14, derde alinea, van de cao neergelegde recht op het volledige uurloon alleen geldt indien de werknemer op grond van zijn arbeidsovereenkomst uitsluitend slaapdiensten verricht zoals gedefinieerd in artikel 5.5 onder A van de cao. Het gaat dan dus om een werknemer die op grond van zijn arbeidsovereenkomst uitsluitend diensten verricht waarbij hij aanwezig is in de instelling of organisatie en rust geniet maar op oproep beschikbaar moet zijn voor het verrichten van overeengekomen en/of noodzakelijke en/of onvoorziene werkzaamheden. Het hof heeft het begrip ‘slaapdienst’ evenwel anders uitgelegd, waardoor daaronder ook diensten vallen die meer omvatten dan, kort gezegd, alleen aanwezigheid, rust en op oproep beschikbaar zijn – zoals de diensten van de werknemers in de onderhavige zaak. Aldus heeft het hof het begrip ‘slaapdienst’ zoals gedefinieerd in artikel 5.5 onder A van de cao miskend.
Oordeel
De Hoge Raad oordeelt als volgt.
Ingeroosterde of overeengekomen slaapdienst?
Artikel 5.5 onder A van de cao definieert een slaapdienst als “een aaneengesloten deel van een dienst waarin de werknemer aanwezig is in de instelling of organisatie en rust geniet maar op oproep beschikbaar moet zijn voor het verrichten van overeengekomen en/of noodzakelijke en/of onvoorziene werkzaamheden”. Deze definitie neemt tot uitgangspunt dat een slaapdienst deel uitmaakt van een meer omvattende dienst. Uit artikel 6.14, eerste en tweede alinea, van de cao volgt dat de werknemer in dat geval over de tijd die hij in rust doorbrengt tijdens de slaapdienst in beginsel een vergoeding van 50% ontvangt. De definitie van een slaapdienst in artikel 5.5 onder A van de cao sluit evenwel, gelezen in samenhang met artikel 6.14, derde alinea, van de cao, niet uit dat een dienst enkel bestaat uit een slaapdienst. In dat geval houdt de dienst dus in dat de werknemer aanwezig is in de instelling of organisatie en rust geniet maar op oproep beschikbaar is om de werkzaamheden te verrichten. Verricht de werknemer op grond van zijn arbeidsovereenkomst uitsluitend slaapdiensten, dan ontvangt hij volgens artikel 6.14, derde alinea, van de cao over de feitelijk verrichte dan wel ingeroosterde slaapdiensten zijn volledige uurloon. Gelet op het hiervoor overwogene is het hof van een onjuiste rechtsopvatting uitgegaan door in r.o. 6.5 te oordelen dat de werknemers op grond van hun arbeidsovereenkomst uitsluitend worden ingezet voor slaapdiensten omdat zij niet worden ingezet voor andere diensten, zoals de ochtenddienst, de middagavonddienst, de dagdienst of de weekenddienst. Aldus heeft het hof miskend dat bepalend is of de werknemers op grond van hun arbeidsovereenkomst uitsluitend slaapdiensten als bedoeld in artikel 5.5 onder A van de cao verrichten. De door Exodus gebezigde benaming van de dienst is daarvoor niet van belang.
De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen. Vast staat dat de diensten van de werknemers minimaal 11,5 uur en maximaal 16,5 uur duren, waarin telkens een periode van 7 uren rust is inbegrepen (zie hiervoor in 2.1 onder (viii)), alsmede dat de werknemers voor en na deze periode van rust allerlei werkzaamheden verrichten (zie hiervoor in 2.1 onder (vi)). Daarom is geen andere conclusie mogelijk dan dat de werknemers niet uitsluitend slaapdiensten verrichten in de zin van artikel 6.14, derde alinea, in verbinding met artikel 5.5 onder A van de cao, zodat hun vorderingen niet toewijsbaar zijn. De Hoge Raad zal dan ook het vonnis van de kantonrechter bekrachtigen.