Naar boven ↑

Rechtspraak

Albert Heijn B.V. / OTTO Workforce B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 15 maart 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:2532
Procedure op grond van artikel 96 Rv. Reikwijdte ‘onderkruipersverbod’ van artikel 10 Waadi.

Feiten

Albert Heijn en OTTO hebben een overeenkomst op basis waarvan Otto uitzendkrachten ter beschikking stelt voor het werken in de distributiecentra van Albert Heijn. In de distributiecentra hebben in 2023 stakingen plaatsgevonden. Naast werknemers van Albert Heijn hebben toen ook uitzendkrachten van OTTO het werk neergelegd. Albert Heijn vindt dat OTTO vervangende uitzendkrachten had moeten leveren in de plaats van de stakende uitzendkrachten. Volgens OTTO was dat niet toegestaan vanwege het onderkruipersverbod van artikel 10 Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi). Albert Heijn en OTTO hebben zich op grond van artikel 96 Rv samen tot de kantonrechter gewend met het verzoek om een oordeel te geven over de volgende vraag: Was het in strijd geweest met het onderkruipersverbod ex artikel 10 Waadi, indien OTTO tijdens de staking in de distributiecentra van Albert Heijn in het voorjaar van 2023 haar uitzendkrachten die het werk neerlegden, had vervangen door werkwillige uitzendkrachten?

Oordeel

De kantonrechter oordeelt dat OTTO geen vervangende uitzendkrachten ter beschikking mocht stellen om het werk over te nemen van stakende uitzendkrachten van OTTO in de distributiecentra van Albert Heijn. De kantonrechter stelt voorop dat Albert Heijn en OTTO op grond van artikel 6 lid 4 Europees Sociaal Handvest een collectief actierecht hebben op grond waarvan zij bij een staking bepaalde tegenmaatregelen mogen nemen. Dat recht wordt echter beperkt door het in artikel 10 Waadi neergelegde onderkruipersverbod. Dit verbod bepaalt dat degene die arbeidskrachten ter beschikking stelt, geen arbeidskrachten ter beschikking mag stellen voor het verrichten van werkzaamheden in het bedrijf of de onderneming of wel dat gedeelte daarvan, waar een werkstaking heerst. Uit de bewoordingen van het artikel blijkt niet dat het onderkruipersverbod alleen verbiedt om arbeidskrachten ter beschikking te stellen om het werk over te nemen van eigen werknemers van de bestaakte onderneming, zoals Albert Heijn heeft bepleit. Het artikel verbiedt in algemene zin het ter beschikking stellen van arbeidskrachten voor het overnemen van werk in een onderneming of een gedeelte daarvan waar een werkstaking heerst, ongeacht door wie het werk is neergelegd. Het maakt volgens de bewoordingen van artikel 10 Waadi dus niet uit of het gaat om overnemen van werk van eigen personeel van Albert Heijn of werk van door Albert Heijn ingeleende uitzendkrachten. Uit de wetsgeschiedenis blijkt naar het oordeel van de kantonrechter dat het niet de bedoeling is dat uitzendkrachten werk van stakers overnemen. Het uitgangspunt van de regering was dat de arbeidskrachten niet mogen worden aangetrokken of worden ingezet met het oog op het arbeidsconflict en voor de werkzaamheden die normaliter door de stakers worden verricht. De kantonrechter vindt dat het onderkruipersverbod, gelet op de ruime formulering van artikel 10 Waadi en de bedoeling van de wetgever, zo moet worden uitgelegd dat het niet is toegestaan voor OTTO om uitzendkrachten die bij de inlener staken te vervangen door werkwillige uitzendkrachten. De wetsgeschiedenis waarop Albert Heijn zich heeft beroepen biedt onvoldoende steun voor een andersluidend oordeel. Tijdens de parlementaire behandeling van de Waadi heeft de regering gezegd dat uitzendkrachten die al ter beschikking zijn gesteld, mogen blijven werken en dat ook een contractverlenging van een uitzendkracht is toegestaan, als zij maar niet worden ingezet om het werk van stakers over te nemen. Als OTTO vervangende uitzendkrachten zou mogen leveren in de plaats van stakende uitzendkrachten, dan doet dit afbreuk aan het doel van onderkruipersverbod, het voorkomen dat met het ter beschikking stellen van uitzendkrachten de effectiviteit van het stakingsmiddel en daarmee de arbeidsverhoudingen bij Albert Heijn worden verstoord. Het is duidelijk dat het ter beschikking stellen van vervangende uitzendkrachten door OTTO zou worden gedaan met het oog op het arbeidsconflict bij Albert Heijn.