Naar boven ↑

Rechtspraak

Rechtbank Den Haag, 3 oktober 2024
Verzoek oud-werknemer tot gelasten voorlopig getuigenverhoor niet gehonoreerd. Misbruik van procesrecht. Er hebben reeds verscheidene (kort geding)procedures plaatsgevonden. Werknemer heeft geen nieuwe feiten en omstandigheden naar voren gebracht.

Feiten

Op 30 juli 2007 is werknemer in dienst getreden van Royal Flora Holland U.A. (hierna: RFH). Hij was laatstelijk werkzaam als allround medewerker logistiek en distributie en verrichtte ook werkzaamheden als OR-lid en FNV-kaderlid, maakte onderdeel uit van verschillende commissies en was vertrouwenspersoon voor collega’s. Werknemer heeft eind 2021 (tijdens de coronapandemie) meermaals antivaccinatiefilmpjes naar collega’s gestuurd. Hiervoor heeft werknemer van RFH een waarschuwing ontvangen. Op 12 januari 2022 heeft werknemer een antivaccinatiebericht naar zijn leidinggevende gestuurd. Vervolgens hebben gesprekken plaatsgevonden tussen partijen. Werknemer weigerde echter inhoudelijk in gesprek te gaan. Op 26 januari 2022 heeft werknemer zich ziekgemeld en de bedrijfsarts adviseerde een korte time-out. Per 8 februari 2022 heeft RFH werknemer een loonstop opgelegd. De kantonrechter te Amsterdam heeft geoordeeld dat RFH gerechtigd was de loonstop op te leggen. RFH heeft de salarisbetaling vanaf 2 maart 2022 hervat. De arbeidsovereenkomst tussen partijen is – na twee afgewezen wrakingsverzoeken van werknemer, één tegen de kantonrechter en één tegen de wrakingskamer – met ingang van 29 augustus 2022 ontbonden (zie AR 2022-1044). Werknemer is verscheidene kortgedingprocedures begonnen tegen zowel RFH als anderen. In al deze procedures is (grotendeels) in voor werknemer ongunstige zin beslist. Werknemer verzoekt in het onderhavige geding onverwijld een voorlopig getuigenverhoor te bevelen. Hij heeft de namen van 21 op te roepen getuigen opgesomd. Daaronder bevinden zich: de ambtelijk secretaris van de ondernemingsraad, (voormalige) werknemers van RFH, de bedrijfsarts, medewerkers van een dienstverlener op het gebied van sociale zekerheid, de huisarts en de dochter, zoon en levenspartner van werknemer.

Oordeel

De kantonrechter is van oordeel dat het verzoek van werknemer tot het gelasten van een voorlopig getuigenverhoor niet kan worden gehonoreerd, omdat sprake is van misbruik van procesrecht door werknemer én omdat werknemer onvoldoende belang heeft bij inwilliging van zijn verzoek. Werknemer is er niet in geslaagd zijn verzoek voldoende duidelijk, en dus ook concreet, te maken. Hij heeft niet of nauwelijks andere, nog te onderzoeken feiten en omstandigheden naar voren gebracht ten opzichte van het gehele complex van feiten en omstandigheden dat al door diverse kantonrechters is beoordeeld en die in de zaak van de ontbinding van de arbeidsovereenkomst inmiddels onherroepelijk heeft geleid tot de ontbinding van die overeenkomst. Het strookt niet met het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in Nederland als, min of meer, diezelfde feiten en omstandigheden wederom onderdeel van een verder voortdurende rechtsstrijd tussen partijen zou worden. Daar komt nog bij dat de juridische kansen van werknemer op een geslaagde schadevordering tegen RFH nagenoeg nihil moeten worden geacht. De kantonrechter verwijst in dit kader ter motivering naar de ontbindingsbeschikking van 29 juli 2022. Voor zover werknemer heeft gesteld met name schadevergoeding te wensen voor de kosten die hij heeft gemaakt om zich tegen de aantijgingen van RFH te verweren, geldt dat een vordering daartoe kansloos moet worden geacht. Het ligt zelfs meer voor de hand de opgelopen en nog steeds oplopende (proces)kosten van RFH in aanmerking te nemen, in plaats van die van werknemer. Door vast te houden aan de wens om voort te procederen en het onderhavige verzoek in te dienen, maakt werknemer misbruik van zijn recht een dergelijk verzoek in te dienen. Ook heeft hij zoals gezegd onvoldoende belang bij zijn verzoek. Afwijzing van het verzoek volgt.

  • Instantie: Rechtbank Den Haag
  • Datum uitspraak: 03-10-2024
  • Zaaknummer: 10479076 RP VERZ 23-50215
  • Nummer: AR-2024-1281
  • Onderwerpen: Rechtsvordering
  • Trefwoorden: getuigen, voorlopig getuigenverhoor, misbruik van recht en misbruik van procesrecht