Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 13 november 2024
ECLI:NL:RBLIM:2024:8278
Feiten
Eiser is een gewezen deelnemer in Stichting Pensioenfonds Openbare Bibliotheken (hierna: POB) en ontvangt sinds 1 juni 2019 ouderdomspensioen van POB. Werknemer heeft er in 2018 voor gekozen zijn ouderdomspensioen gedeeltelijk uit te ruilen in partnerpensioen. In de voorwaarden stond destijds dat als er eenmaal een keuze voor een uitruil was gemaakt, er niet meer op terug kon worden gekomen. Eiser heeft destijds voor de uitruil van het maximale deel van zijn ouderdomspensioen gekozen. Het geregistreerd partnerschap tussen eiser en zijn partner is in 2021 beëindigd. Zij zijn overeengekomen om af te zien van aanspraken op bijzonder partnerpensioen. Eiser heeft POB verzocht de uitruil van zijn pensioen ongedaan te maken. POB heeft dit geweigerd. Eiser vordert POB te veroordelen tot het ongedaan maken van de uitruil van ouderdomspensioen in partnerpensioen, over te gaan tot opheffing van het nadeel als gevolg van het onjuist en onvolledig informeren van eiser en een veroordeling van POB tot vergoeding van de geleden en nog te lijden gevolgschade. Eiser voert aan dat POB jegens hem aansprakelijk is op grond van onrechtmatige daad. Eiser voert aan dat hij, als hij had geweten wat de gevolgen van echtscheiding op de uitruil zouden zijn, af zou hebben gezien van de uitruil.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. De kantonrechter komt tot het oordeel dat niet aan de vereisten voor onrechtmatige daad is voldaan. De informatie van POB, te weten onder andere de tekst: ‘U kunt één keer kiezen’, was duidelijk en niet voor andere uitleg vatbaar. De regel is evenmin in strijd met artikel 61 van de Pensioenwet. De situatie in de onderhavige zaak is bovendien niet het gevolg van enig handelen van POB, maar van de keuzes van eiser en zijn ex-partner. Voor het aannemen van aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad is schade en causaliteit vereist. Er kan niet worden vastgesteld dat aan deze vereisten is voldaan. Het beroep op artikel 57 lid 4 van de Pensioenwet slaagt evenmin. Zonder nadere uitleg is niet te volgen dat op grond van dit artikel POB gehouden zou zijn het ouderdomspensioen van eiser te verhogen nadat zijn ex-partner afstand had gedaan van bijzonder partnerpensioen. Tot slot oordeelt de rechter dat de clausule ‘in alle gevallen waarin dit (pensioen)reglement niet voorziet, oordeelt het bestuur’ geen hardheidsclausule is. Eiser wordt in de proceskosten veroordeeld.