Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 26 september 2017
ECLI:NL:RBNHO:2017:7646
werknemer/Menzies World Cargo (Amsterdam) B.V.
Feiten
Werknemer is op 10 november 1999 bij Menzies in dienst getreden, laatstelijk in de functie van Warehouse Agent. In de ochtend van 26 mei 2017, aan het einde van de nachtdienst, heeft een incident plaatsgevonden tussen werknemer en zijn collega. Na een gesprek op 29 mei 2017 over voornoemd incident met de General Manager HR, de Cargo Manager en de Duty Manager van Menzies en het horen van een aantal medewerkers, heeft Menzies de arbeidsovereenkomst met werknemer op 29 mei 2017 met onmiddellijke ingang opgezegd. Dit ontslag op staande voet is bij brief aan werknemer bevestigd. Werknemer verzoekt het ontslag op staande voet te vernietigen. De werkgever heeft een voorwaardelijk ontbindingsverzoek ingediend op basis van de e-grond, g-grond dan wel h-grond.
Oordeel
Ontslag op staande voet
Uit de door Menzies overgelegde getuigenverslagen van een aantal bij het incident aanwezige medewerkers van Menzies (waaronder de verslagen van de verklaringen van werknemer en collega zelf) komt naar voren dat werknemer collega in het voorbijgaan een duw heeft gegeven, waarbij collega de inhoud van de beker koffie of thee die hij in zijn hand hield over zich heen heeft gekregen. In reactie daarop heeft collega de resterende inhoud van die beker over werknemer gegooid. Vervolgens heeft werknemer collega beet gepakt en zijn zij al duwend en trekkend op het bureau terecht gekomen, waarna zij door twee collega’s uit elkaar zijn gehaald. Vast staat dat werknemer en collega geen letsel bij het gebeurde hebben opgelopen en de omstanders evenmin. Ook is niet gebleken dat er schade is ontstaan. Menzies heeft niet betwist dat de schermutseling slechts korte tijd heeft geduurd (minder dan een minuut naar werknemer ter zitting heeft verklaard), alsmede dat werknemer en collega qua werk en rangorde min of meer elkaars gelijke zijn en beiden (zoals door de gemachtigde van werknemer ter zitting verwoord) ‘jongens van de straat’ zijn. Uit de overgelegde verklaringen noch anderszins is gebleken dat het gebeurde een grote impact op de omstanders heeft gehad. Mede gelet op het feit dat – naar Menzies ter zitting heeft verklaard – binnen haar onderneming geen reglement of protocol is waarin geweld of agressief gedrag wordt gesanctioneerd met ontslag, op het verder onberispelijke en lange dienstverband van werknemer, de ernstige gevolgen van het ontslag op staande voet en de persoonlijke omstandigheden van werknemer (met name zijn destijds bestaande spanningsklachten), acht de kantonrechter het gegeven ontslag op staande voet een te zwaar middel. De kantonrechter vernietigt het ontslag op staande voet.
Voorwaardelijk ontbindingsverzoek
Weliswaar kan aan werknemer worden verweten dat hij op 26 mei 2017 een handgemeen met collega heeft gehad (waarin collega overigens ook een aandeel heeft gehad), maar dit levert naar het oordeel van de kantonrechter, gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden, niet een zodanig verwijtbaar handelen van werknemer op dat dit tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst dient te leiden. Ook heeft Menzies geen feiten en omstandigheden gesteld, anders dan het enkele incident op 29 mei 2017, die de subsidiair aan het verzoek ten grondslag gelegde duurzaam verstoorde arbeidsverhouding onderbouwen. Dit geldt temeer nu werknemer (onbetwist) heeft aangegeven dat hij een goed contact heeft met zijn collega’s en voorts vaststaat dat collega niet meer werkzaam is bij Menzies. Ook op de g-grond is de verzochte ontbinding dus niet toewijsbaar. Evenmin is sprake van de h-grond. Deze grond is blijkens de wetsgeschiedenis niet bedoeld om te worden gebruikt ter reparatie van een op de benoemde andere gronden onvoldoende onderbouwd ontslag.