Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 21 juli 2017
ECLI:NL:RBNHO:2017:6262

werkneemster/werkgeefster

Verzoek om billijke vergoeding ex artikel 7:682 lid 1 onderdeel c BW afgewezen. Het enkele feit dat het re-integratietraject niet vlekkeloos is verlopen en heeft geleid tot een tijdelijke loonsanctie, is onvoldoende om aan te nemen dat werkgeefster gedurende het re-integratietraject ernstig verwijtbaar zou hebben gehandeld.

Feiten

Werkneemster is op 1 september 2002 in de functie van ‘parttime leerkracht’ in dienst getreden bij werkgeefster X (hierna: X). Op 7 maart 2013 heeft werkneemster zich ziek gemeld nadat bij haar Multiple Sclerose (MS) is geconstateerd. Bij brief van 23 januari 2014 heeft de bedrijfsarts geadviseerd een opstart te maken met een terugkeertraject. Ten aanzien van de ‘klasgebonden taken’ adviseert de bedrijfsarts te streven naar één klas en één klaslokaal. X is vanwege een formatieproces voorbijgegaan aan dit advies en heeft werkneemster ingedeeld in twee groepen over verschillende dagen. Werkneemster meent echter dat deze beslissing in strijd is met het advies van de bedrijfsarts. Bij beslissing van 11 februari 2015 heeft het UWV aan X een loonsanctie opgelegd wegens schending van re-integratieverplichtingen. Deze loonsanctie is echter bij beslissing van 15 december 2015 weer opgeheven. Op 24 november 2016 heeft het UWV toestemming verleend aan X om de arbeidsovereenkomst met werkneemster op te zeggen wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Werkneemster verzoekt de kantonrechter X te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding ad € 250.000 omdat X volgens haar ernstig tekortgeschoten is in haar re-integratieverplichtingen.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het enkele feit dat het re-integratietraject niet vlekkeloos is verlopen en heeft geleid tot een tijdelijke loonsanctie is onvoldoende om aan te nemen dat X gedurende het re-integratietraject ernstig verwijtbaar zou hebben gehandeld. Als eerste verwijt stelt werkneemster dat zij, tegen de adviezen van de bedrijfsarts en de jobcoach in, moest re-integreren in twee groepen en in verschillende lokalen, terwijl zij juist was gebaat bij duidelijkheid en regelmaat. Dit verwijt kan naar het oordeel van de kantonrechter niet slagen, omdat de re-integratie in twee groepen alleen zou plaatsvinden indien werkneemster (gedeeltelijk) hersteld zou zijn verklaard. Hiervan is echter in het onderhavige geval geen sprake. Aldus komt uit het dossier naar voren dat gesproken is over een toekomstige situatie, zodat niet kan worden geoordeeld dat X ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Als tweede verwijt stelt werkneemster dat X ernstig in gebreke is gebleven met de aanschaf van hulpmiddelen, maar ook deze stelling faalt. Op 3 oktober 2014 hebben partijen afgesproken dat werkneemster offertes zou aanvragen voor de benodigde hulpmiddelen, zoals een aangepaste stoel en een digibord. De aangepaste stoel is in december 2014 aangeschaft. Dat een en ander wellicht sneller had gekund, rechtvaardigt niet de conclusie dat X ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Het digibord zou worden aangeschaft als werkneemster daadwerkelijk weer voor de klas zou staan, maar zo ver is het niet gekomen. Ten aanzien van de overige verwijten, oordeelt de kantonrechter als volgt. Partijen hebben uitvoering over de mogelijkheden gecorrespondeerd en daaruit volgt dat X wel oog had voor de situatie van werkneemster. Er zijn geen stukken overgelegd die wijzen op enige vorm van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door X. Het UWV is evenmin tot een dergelijke conclusie gekomen. Voorts wordt opgemerkt dat de enkele omstandigheid dat de bedrijfsarts een melding maakt van het feit dat werkneemster een arbeidsconflict ervaart (en in dit kader mediation adviseert), niet impliceert dat daadwerkelijk sprake is van een arbeidsconflict. Het komt erop neer dat de door werkneemster gestelde verwijten en omstandigheden onvoldoende grond opleveren om tot de toekenning van een billijke vergoeding over te gaan. Het verzoek daartoe wordt dan ook afgewezen.