Naar boven ↑

Rechtspraak

Hogeschool Utrecht/werknemer
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 29 september 2017
ECLI:NL:RBMNE:2017:5002

Hogeschool Utrecht/werknemer

Werknemer is wegens het niet behalen van zijn masterdiploma ongeschikt voor de uitoefening van zijn functie als hogeschooldocent. Ontbinding op grond van disfunctioneren.

Feiten

Werknemer is sinds 7 november 2007 in dienst van HU, laatstelijk als hogeschooldocent niveau 2. Uit hoofde van een tussen partijen gesloten studieovereenkomst is werknemer in november 2008 gestart met een masteropleiding bij de NCOI. In een hoofdlijnenakkoord tussen het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de HBO Raad is afgesproken dat steeds meer docenten dienen te beschikken over een mastertitel. HU heeft naar aanleiding van voornoemd hoofdlijnenakkoord bepaald dat iedere docent in 2017 een mastergraad moet hebben of bezig is met het verwerven daarvan. HU verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst tussen partijen zo spoedig mogelijk te ontbinden, primair op grond van wanprestatie en subsidiair op grond van disfunctioneren. HU heeft daartoe onder meer het volgende aangevoerd. Tussen partijen is afgesproken dat werknemer aanvankelijk in 2010 zijn masterdiploma zou behalen. Vervolgens is deze datum meermaals verschoven en is de uiteindelijke deadline van 1 juni 2017 niet gehaald door werknemer. Daarnaast is werknemer ongeschikt voor het verrichten van de bedongen arbeid. Zo mag hij sinds 26 augustus 2016 geen examinator meer zijn, geen toetsen meer opstellen, geen cijfers meer invoeren en niet meer werken als afstudeerbegeleider.

Oordeel

Wanprestatie

Bij ontbinding op grond van wanprestatie is het uitgangspunt dat deze ontbinding veeleer op één lijn te stellen is met een beëindiging van de dienstbetrekking wegens een dringende reden (HR 20 april 1990, NJ 1990/702). Gesteld noch gebleken is dat er in het onderhavige geval sprake is van een dringende reden voor beëindiging van de dienstbetrekking. Dit betekent dat het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet op de primaire grond zal worden ingewilligd.

Ongeschiktheid voor de functie

De kantonrechter is van oordeel dat HU voldoende heeft onderbouwd dat werknemer wegens het niet behalen van zijn masterdiploma niet geschikt is voor de uitoefening van zijn functie als docent. Hoewel werknemer het verweer voert dat hij een uitstekend docent is en geliefd is onder studenten en daarom zijn functie kan uitoefenen, miskent hij dat het niet behalen van zijn masterdiploma inhoudt dat hij de hiervoor genoemde werkzaamheden – conform het beleid van HU en de daarover gemaakte afspraken met het ministerie – niet mag uitvoeren. Deze werkzaamheden zijn naar het oordeel van de kantonrechter essentieel om de functie van docent te kunnen uitoefenen. Het niet behalen van een masterdiploma heeft daarnaast ertoe geleid dat HU werknemer op 12 juni 2013, 5 maart 2014, 9 juli 2014, 9 juli 2015 en 29 juni 2016 heeft beoordeeld met een onvoldoende. Naar het oordeel van de kantonrechter is hiermee voldoende vast komen te staan dat er sprake is van disfunctioneren van werknemer. De kantonrechter wijst het verzoek van werknemer om een transitievergoeding toe, maar ziet geen aanleiding om aan werknemer een billijke vergoeding toe te kennen.