Naar boven ↑

Rechtspraak

216 Accountants B.V./werknemer
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 13 oktober 2017
ECLI:NL:RBAMS:2017:7768

216 Accountants B.V./werknemer

In kort geding wordt het werknemer verboden dwangsommen in te vorderen. Werkgever heeft voldaan aan wedertewerkstellingvonnis en de functie van werknemer is niet uitgekleed.

Feiten

Werknemer is op 1 juli 1987 in dienst getreden bij de rechtsvoorgangster van 216 Accountants, in de functie van belastingadviseur. 216 Accountants heeft werknemer vanaf 2014 erop aangesproken dat zijn functioneren in haar visie niet naar behoren was. Op 9 februari 2017 heeft werknemer in dat verband een gesprek gehad met zijn leidinggevende en een HR-medewerker. Hij heeft bij die gelegenheid een jaarplan voor 2017 ingeleverd met daarin opgenomen persoonlijke ontwikkelingsdoelstellingen. 216 Accountants heeft werknemer meegedeeld dat hij, in het kader van een door haar gemaakt plan van aanpak, per 13 februari 2017 zijn werkzaamheden op de maandagen, woensdagen en vrijdagen op het kantoor in Den Haag moest gaan verrichten en de andere dagen in Amstelveen. Bij e-mail van zijn advocaat van 17 februari 2017 heeft werknemer een conceptdagvaarding voor een kort geding aan zijn leidinggevende gestuurd. Vervolgens heeft 216 Accountants werknemer op non-actief gesteld. Op 10 maart 2017 heeft werknemer 216 Accountants gedagvaard bij de kantonrechter en, kort samengevat, wedertewerkstelling gevorderd. 216 Accountants heeft de kantonrechter op 16 maart 2017 verzocht de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden. Bij beschikking van 18 april 2017 is dat verzoek afgewezen. De voorlopige voorziening tot wedertewerkstelling van werknemer is bij vonnis van dezelfde datum toegewezen. Werknemer is daags na de betekening van het vonnis, op vrijdag 21 april 2017, weer bij 216 Accountants aan het werk gegaan. Op 8 augustus 2017 heeft (de raadsman van) werknemer aan 216 Accountants meegedeeld een bodemprocedure te zullen starten en dwangsommen te zullen incasseren (executiemaatregelen te zullen gaan treffen), aangezien 216 Accountants zich niet aan het vonnis zou hebben gehouden. 216 Accountants vordert onder meer de veroordeling tot het verbeuren van dwangsommen op te heffen en werknemer te verbieden de bankgarantie in te roepen.

Oordeel

In het onnis is bepaald dat 216 Accountants werknemer weer moest toelaten tot ‘zijn werk’, dat daarin niet nader is omschreven. De kantonrechter achtte de op non-actief stelling een te zware maatregel als reactie op de verzending van de conceptdagvaarding door werknemer, die aanvankelijk alleen betrekking had op werknemers’ standplaats. Aan de andere kant heeft de kantonrechter geoordeeld dat werknemer niet kon eisen dat hij uitsluitend vanuit Amstelveen hoefde te werken en, gelet op de onvoldoende beoordelingen in de afgelopen jaren, voor werknemer een verbetertraject aangewezen geacht. Wel dient 216 Accountants werknemer een reële mogelijkheid te bieden om de gestelde doeleinden te halen en zijn functie niet zodanig uit te hollen dat niet langer sprake is van tewerkstelling in zijn gebruikelijke functie. Tussen partijen is niet in geschil dat werknemer sinds 21 april 2017 weer bij 216 Accountants aan de slag is. Volgens hem heeft 216 Accountants niettemin dwangsommen verbeurd, omdat zij zijn functie zodanig heeft uitgehold, dat geen sprake is van het toelaten van werknemer tot ‘zijn werk’. Zo is onder meer, volgens werknemer, zijn tekenbevoegdheid ingetrokken en wordt hij niet meer uitgenodigd voor overleggen. 216 Accountants heeft de stellingen van werknemer over de uitholling van zijn functie gemotiveerd betwist. Gezien de gemotiveerde betwisting door 216 Accountants van de stellingen van werknemer en de hiervoor weergegeven toelichting op de concreet door hem genoemde punten, kan niet worden volgehouden dat 216 Accountants de functie van werknemer dusdanig heeft uitgehold, dat dit de conclusie rechtvaardigt dat hij niet is toegelaten tot ‘zijn werk’. Aldus heeft 216 Accountants, naar het zich thans laat aanzien, overeenkomstig doel en strekking van het vonnis gehandeld. Het voorgaande betekent dat 216 Accountants terecht heeft gesteld dat zij het vonnis heeft nageleefd, zodat op basis van de nu door werknemer betrokken stellingen en bij de huidige stand van zaken geen dwangsommen zijn verbeurd. Door pas nadat de appeltermijn was verstreken en nadat het maximum aan dwangsommen volgens hem was verbeurd deze alsnog op te eisen, wekt werknemer de schijn dat het hem niet zozeer gaat om een prikkel tot nakoming van het vonnis, maar meer om het incasseren van de dwangsommen op zich. Daar zijn de dwangsommen niet voor bedoeld. Een en ander leidt ertoe dat het werknemer thans wordt verboden de dwangsommen in te vorderen, totdat hierover eventueel in rechte anders wordt geoordeeld. Voor een verdergaand verbod is in dit executiegeschil geen plaats. Een consequentie van de constatering dat geen dwangsommen zijn verbeurd is dat 216 Accountants evenmin gehouden was tot het stellen van een bankgarantie. De vorderingen van 216 Accountants om werknemer te verbieden deze in te roepen en om hem te veroordelen de bankgarantie te retourneren, zullen daarom eveneens worden toegewezen.