Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer c.s./Stichting Pensioenfonds Sabic
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 8 november 2017
ECLI:NL:RBLIM:2017:10722

werknemer c.s./Stichting Pensioenfonds Sabic

Werknemers maken bezwaar tegen waardeoverdracht pensioen. De door het pensioenfonds doorgevoerde waardeoverdracht is nietig, omdat de aanspraken op ouderdomspensioen worden aangetast ingeval de deelnemer de ingangsdatum van het pensioen weer vervroegt naar 65 jaar.

Feiten

Werknemer 1 is op 1 juli 1974 in dienst getreden bij DSM/SABIC, werknemer 2 is op 13 september1976 in dienst getreden bij DSM/SABIC en werknemer 3 is op 1 maart 1978 in dienst getreden bij DSM/SABIC. De drie werknemers zijn op 1 juli 2014 door Sabic ontslagen. Op grond van de tot de arbeidsvoorwaarden behorende pensioenregeling hadden zij recht op pensioen bij het bereiken van de 65- jarige leeftijd. Bij brief van Pensioenfonds Sabic van 19 november 2015 werden zij geïnformeerd dat Pensioenfonds Sabic de opgebouwde pensioenaanspraken via een collectieve waardeoverdracht zou omrekenen naar pensioenaanspraken met ingangsleeftijd 67 jaar, daarbij werd de keuzemogelijkheid geboden hier niet mee akkoord te gaan. Werknemer 1, werknemer 2 en werknemer 3 hebben bezwaar gemaakt tegen de omrekening. Ondanks de bezwaren heeft Pensioenfonds Sabic besloten de pensioenaanspraken toch om te rekenen naar pensioenaanspraken met een ingangsleeftijd van 67 jaar.

Oordeel

De kantonrechter overweegt dat van collectieve waardeoverdracht op grond van artikel 83 lid 1 aanhef en onderdeel c van de Pensioenwet sprake is ingeval een collectieve wijziging van de pensioenovereenkomst en de waardeoverdracht ertoe strekt bij dezelfde pensioenuitvoerder pensioenaanspraken of pensioenrechten te verwerven overeenkomstig de gewijzigde pensioenovereenkomst; dit is de zogenaamde interne collectieve waardeoverdracht. Bij collectieve waardeoverdracht op grond van artikel 83 PW geldt een individuele bezwaarmogelijkheid voor de deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners of andere aanspraakgerechtigden. Indien een deelnemer bezwaar maakt tegen de collectieve waardeoverdracht, dan heeft dit tot gevolg dat zijn individuele aanspraken of rechten niet kunnen worden overgedragen. Pensioenfonds Sabic heeft zich evenwel op het standpunt gesteld dat in de onderhavige situatie sprake is van een wijziging, verhoging, van de pensioenleeftijd met een collectief actuariële herrekening van de hoogte van het pensioen naar de nieuwe ingangsdatum, wat volgens de brief van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 17 januari 2013 geen vorm van waardeoverdracht is, omdat de aanspraken materieel niet wijzigen. De opvatting van de staatssecretaris is volgens Asser/Lutjens 7-XI 2016/793 houdbaar wanneer de wijziging van de pensioeningangsdatum niet als een wijziging van de pensioenovereenkomst en niet als een wijziging van opgebouwde aanspraken wordt gezien. Daarvan is naar het oordeel van de kantonrechter in het onderhavige geval echter geen sprake. Pensioenfonds Sabic heeft immers aangegeven dat bij de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd naar 67 jaar het ouderdomspensioen omhoog gaat omdat er een kortere uitkeringsperiode resteert. Dat kan op grond van artikel 83 PW alleen als de deelnemer hier geen bezwaar tegen maakt. De kantonrechter komt dan ook tot het oordeel dat de vorderingen van werknemers worden toegewezen nu Pensioenfonds Sabic heeft gehandeld in strijd met artikel 83 PW. De kantonrechter vindt extra steun voor het oordeel dat het collectief actuarieel herrekenen van aanspraken naar een hogere pensioenrichtleeftijd in strijd is met artikel 83 PW in het feit dat de staatssecretaris op 29 augustus 2017 een wetsvoorstel heeft ingediend waarin wordt voorgesteld artikel 83 PW te wijzigen, in die zin dat het individuele bezwaarrecht komt te vervallen voor zover de collectieve wijziging van de pensioenovereenkomsten of beroepspensioenregeling inhoudt dat de pensioenaanspraken worden omgezet in pensioenaanspraken die zijn berekend op basis van een fiscale pensioenrichtleeftijd.