Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Cotac Nederland B.V., h.o.d.n. CTC Complete Tank Care
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 31 oktober 2017
ECLI:NL:GHDHA:2017:3031

werknemer/Cotac Nederland B.V., h.o.d.n. CTC Complete Tank Care

Arbeidsongeval. Zorgplicht werkgever bij onderhoudswerkzaamheden van werknemer aan tankcontainer met stikstof. Bewijsopdracht.

Feiten

Werknemer is sinds 1 december 2011 bij Cotac Nederland B.V (hierna: Cotac) in dienst als onderhoudsmonteur. Op 4 september 2012 heeft hij, tezamen met X, onderhoudswerkzaamheden verricht aan de buitenkant van een container, die een dag eerder door werknemer onder stikstof was gezet met een overdruk van 0,5 bar. Werknemer is met een ladder via het mangat de tank ingegaan. Aangezien de tank vanwege de daarin aanwezige hoeveelheid stikstof te weinig zuurstof bevatte, is hij in de tank buiten bewustzijn geraakt. Met medewerking van andere collega’s heeft de voorman werknemer uit de tank gehaald en is hij zelf op eigen kracht de tank uitgeklommen. Werknemer is ter plaatse door ambulancepersoneel behandeld en vervoerd naar een ziekenhuis, waar hij enige dagen opgenomen is geweest. Werknemer stelt Cotac aansprakelijk voor de door hem geleden schade. De kantonrechter heeft het verzoek van werknemer afgewezen. Daartoe is – samengevat – geoordeeld dat Cotac heeft voldaan aan haar verplichting om op de voet van artikel 7:658 BW en het Arbeidsomstandighedenbesluit een veilige werkomgeving te creëren voor haar werknemers. Tegen dit vonnis komt werknemer in hoger beroep.

Oordeel

Aan het onderhoud van tankcontainers als de onderhavige, die geregeld worden gevuld met stikstof, is inherent dat gevaar bestaat voor verstikking van de onderhoudsmonteurs. Als niet dan wel onvoldoende gemotiveerd weersproken staat vast dat verstikking als het belangrijkste gevaar van een inert gas als stikstof wordt beschouwd. Vast staat dat dit gevaar zich hier tegenover werknemer heeft verwezenlijkt. In dit geval ligt het dus op de weg van Cotac te stellen dat zij ervoor heeft zorg gedragen dat aan het vereiste hoge veiligheidsniveau van de werkomstandigheden is voldaan. Cotac heeft tot haar verweer onder meer het volgende gesteld. Zij heeft heldere procedures voor het betreden van een tankcontainer. Een tank mag niet betreden worden, tenzij er toestemming is van de voorman en het zuurstofgehalte is gemeten, in orde is bevonden en op een jobkaart of toestemmingsformulier is genoteerd. Deze procedure is vastgelegd in werkinstructiebladen en de monteurs worden vanaf hun eerste werkdag bij herhaling gewezen op de procedure door de voorman. Verder worden instructies en waarschuwingen regelmatig herhaald in trainingen, werkoverleggen, toolboxmeetingen en safety flashes. Voorts heeft Cotac in dit kader een beroep gedaan op verklaringen van werknemer zelf dat hij van het specifieke gevaar van stikstof op de hoogte was, alsmede van de te volgen (strikte) procedures. Uit deze verklaringen van werknemer kan worden afgeleid dat hij op de hoogte was van het verbod van het betreden van een tank zonder voorafgaande meting van de zuurstof. Ook blijkt dat werknemer in algemene zin ervan op de hoogte was dat het betreden van een tank met stikstof gevaarlijk was. Hij geeft echter ook aan dat hij niet wist hoe gevaarlijk dat was. Werknemer heeft ook uitdrukkelijk betwist dat de specifieke gevaren van stikstof aan hem door middel van werkinstructiebladen, werkoverleggen of cursussen zijn duidelijk gemaakt en dat hij die specifieke gevaren kende. Het hof acht hierbij voorts van betekenis dat ook de voorman en BHV’er, blijkbaar niet op de hoogte was van de specifieke gevaren, gezien het feit dat ook hij de container is ingegaan terwijl hij wist dat die stikstof bevatte en gezien zijn verklaring dat hij niet wist of werknemer gevallen was en daardoor bewusteloos was. Naast specifieke instructies over de te nemen veiligheidsmaatregelen, is van belang dat de werkgever ervoor zorgdraagt dat werknemers zoals werknemer daadwerkelijk op de hoogte zijn van het specifieke gevaar van de stoffen waarmee zij in het kader van hun dagelijkse werkzaamheden in aanraking komen. Enkele wetenschap van de te nemen veiligheidsmaatregelen is niet toereikend, nu een werknemer als werknemer ondanks het bestaan en de wetenschap van een dergelijke regel, wanneer hij onvoldoende op de hoogte is van de acute werking van de in de tank aanwezige gevaarlijke stof zoals stikstof en het daardoor bestaande gebrek aan zuurstof, licht in de verleiding zou kunnen komen in het kader van zijn dagelijkse werkzaamheden met voorbijgaan aan de gestelde tankbetredingsprocedure een tank te betreden. Het enkele feit dat werknemer, zoals hij heeft verklaard, op de hoogte was van het verbod van het betreden van een tank zonder voorafgaande meting van de zuurstof, is dus niet voldoende om aan te nemen dat Cotac ervoor heeft zorg gedragen dat aan het vereiste hoge veiligheidsniveau van de werkomstandigheden is voldaan. Werknemer heeft de stellingen van Cotec voor zover betrekking hebbend op instructies aan en kennis bij werknemer over het specifieke gevaar, voldoende gemotiveerd betwist. Cotec zal daarom tot het bewijs van die stellingen worden toegelaten. Daarbij zal met name vast moeten komen te staan dat werknemer daadwerkelijk op de hoogte was van het specifieke gevaar van stikstof. Daar komt nog bij dat, naar werknemer heeft gesteld, zich op de dag van het ongeval een bijzondere situatie voordeed, te weten dat zijn werkzaamheden die dag bestonden uit het vernieuwen van de mangatpakking van de tankcontainer, en dat dit vereist dat het mangat van de tankcontainer open staat. Op zichzelf is onweersproken dat voor het vervangen van een mangatpakking het mangat van de tank geopend moet zijn. Dit betekent dat de tank dan enige tijd open staat en dat het mogelijk is dat een monteur aanleiding heeft de tank (ook) aan de binnenzijde te betreden, bijvoorbeeld omdat hij een stuk gereedschap in de (openstaande) tank heeft laten vallen. De enkele stelling van Cotac dat het voor de uitvoering van de betreffende werkzaamheden ‘niet nodig’ was de tank te betreden (en dat het vereiste van toestemming van een voorman dus ook niet aan de orde was), wordt tegen deze achtergrond als onvoldoende gemotiveerd gepasseerd. Het hof verwijst in dit verband ook naar de overgelegde verklaring van de voorman aan de Inspectie SZW, inhoudend dat deze situatie niet vaak voorkomt en dat het ook niet vaak voorkomt dat de monteurs reparaties verrichten aan tanks onder stikstof of niet gereinigde tanks. Er is aldus sprake van een bijzondere situatie, waarin de werkzaamheden van een onderhoudsmonteur zich niet louter (hoefden te) beperken tot de buitenkant van de tankcontainer en waarbij een tankcontainer waaraan reparaties moesten worden verricht onder stikstof stond. In een dergelijke bijzondere situatie is de enkele algemene regel of instructie dat een container niet mocht worden betreden zonder voorafgaande (toestemming en) zuurstofmeting niet toereikend, ook niet als de betrokken onderhoudsmonteur (wel) op de hoogte is van de specifieke gevaren van stikstof. Deze bijzondere situatie brengt mee dat van de werkgever mocht worden verwacht dat hij de onderhoudsmonteur voorafgaande aan de werkzaamheden expliciet zou waarschuwen dat de tank onder stikstof stond en (dus) niet betreden mocht worden zonder voorafgaande (toestemming en) zuurstofmeting, om te voorkomen dat deze monteur, in de veronderstelling dat dat veilig was, de tank zou betreden om een daarin gevallen stuk gereedschap met voorbijgaan aan de veiligheidsmaatregelen eruit te halen. Daarbij wordt overwogen dat deze waarschuwing alleen werkelijk als afdoende waarschuwing kan worden beschouwd als de betrokken onderhoudsmonteur op de hoogte is van de specifieke gevaren van stikstof. Volgt vernietiging van het bestreden vonnis en toelating van Codac door alle middelen rechtens in het bijzonder door het horen van getuigen, te bewijzen dat de specifieke gevaren van stikstof aan werknemer door middel van werkinstructiebladen, werkoverleggen of cursussen zijn duidelijk gemaakt en dat hij die gevaren kende.