Naar boven ↑

Rechtspraak

IHC Merwede B.V. c.s./gemeenschappelijke ondernemingsraad Royal IHC
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 30 november 2017
ECLI:NL:RBROT:2017:9268

IHC Merwede B.V. c.s./gemeenschappelijke ondernemingsraad Royal IHC

Afschaffen van kiesgroepen in het OR-reglement is in strijd met (een goede toepassing van) de WOR.

Feiten

IHC is een internationaal concern dat zich bezighoudt met de bouw van gespecialiseerde schepen voor natte mijnbouw- en baggeractiviteiten, complexe custom built offshoreschepen, engineering, equipment en services die in de schepen worden verwerkt en productondersteuning voor klanten. IHC heeft ongeveer 3.000 werknemers wereldwijd in dienst, waarvan er ongeveer 2.200 in Nederland werken. De OR is een gemeenschappelijke ondernemingsraad ex artikel 3 WOR en is ingesteld voor nagenoeg alle Nederlandse groepsmaatschappijen van IHC. Volgens het OR-reglement behoort de OR uit zeventien leden te bestaan. Op dit moment bestaat de OR nog maar uit elf leden, wegens niet vervulde vacatures. De zittingsperiode van de huidige OR-leden loopt af op 31 december 2017. De leden van de huidige OR zijn verkozen uit drie kiesgroepen, te weten de divisie Offshore, de divisie Dredging en Mining en de divisie Technology & Services. Bij memo van 22 juni 2017 heeft de OR aan IHC bericht dat de OR met het oog op de verkiezingen eind december (onder meer) het OR-reglement heeft herzien. De OR heeft bericht dat de belangrijkste aanpassing van het OR-reglement is dat niet meer gekozen zal worden vanuit verschillende kiesgroepen maar vanuit één kiesgroep. IHC heeft op grond van artikel 36 WOR onder andere verzocht te bepalen dat het geheel afschaffen van kiesgroepen in het OR-reglement in strijd is met (een goede toepassing van) de WOR.

Oordeel

Partijen zijn het erover eens dat het kiesgroepenstelsel zoals dat bij de voorgaande verkiezingen is gehanteerd, op basis van drie verschillende divisies, geen geschikt stelsel (meer) is, gelet op de reorganisaties die binnen IHC hebben plaatsgevonden en de mogelijke ontwikkelingen die nog plaats zullen vinden. Op basis van artikel 9 lid 3 WOR kán de OR in zijn reglement bepalen dat er kiesgroepen ten behoeve van de OR-verkiezingen worden ingesteld, een verplichting hiertoe bestaat er echter niet. Het is wel de verantwoordelijkheid en, op grond van artikel 9 lid 4 WOR, de verplichting van de OR om zodanige voorzieningen in zijn reglement te treffen, dat de verschillende groepen van de in de onderneming werkzame personen zo veel mogelijk in de OR vertegenwoordigd kunnen zijn. Uit hetgeen partijen naar voren hebben gebracht is af te leiden dat er binnen IHC globaal gezien twee typen werknemers werkzaam zijn, te weten werknemers met een metaalgerelateerde, uitvoerende functie, de zogenaamde ‘blue collars’, en werknemers die zich met name bezighouden met engineering en dergelijke, de zogenaamde ‘white collars’. Niet betwist is dat voor beide groepen werknemers andere arbeidsvoorwaarden gelden en dat zij voor een deel andere belangen hebben. Het kiessysteem biedt naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende waarborgen dat, zonder het hanteren van kiesgroepen, het hele personeel van IHC, derhalve zowel de blue als de white collars, de georganiseerden en de niet-georganiseerden, alsmede de oudere en de jongere werknemers, zo goed mogelijk vertegenwoordigd kan worden in de OR. De omstandigheid dat de OR werkt met vaste commissies en deelcommissies die kunnen worden uitgebreid met medewerkers die geen lid van de OR zijn, is, hoewel dit kan bevorderen dat er vanuit zo veel mogelijk invalshoeken input wordt geleverd, niet aan te merken als een voorziening zoals bedoeld in artikel 9 lid 4 WOR. Het reglement zoals dat door de OR is vastgesteld, voldoet niet aan de eisen die de WOR daaraan stelt, dan wel die uit een goede toepassing van de WOR voortvloeien. De OR dient dan ook voorzieningen in het OR-reglement op te nemen opdat de representativiteit van de OR zo groot mogelijk kan zijn en dat is naar het oordeel van de kantonrechter het instellen van kiesgroepen. Aangezien het personeel van IHC globaal kan worden ingedeeld de blue collars en white collars, biedt een kiesstelsel met daarin een kiesgroep door en voor blue collars en een kiesgroep door en voor white collars de meeste waarborgen dat beide groepen werknemers in voldoende mate vertegenwoordigd worden in de OR.

Volgordelijkheid kandidatenlijsten en verlenen kiesrecht aan ingeleenden

De OR heeft bij het vaststellen van de volgorde van de indiening van de kandidatenlijsten door de vakbonden en de zogeheten vrije lijsten aansluiting gezocht bij de systematiek van de SER in het door deze organisatie opgestelde voorbeeldreglement. De reden waarom de OR ervoor heeft gekozen eerst de vakbonden in staat te stellen kandidatenlijsten in te dienen, te weten dat kandidaatstelling van niet-georganiseerden pas plaats kan vinden als bekend is welke vakverenigingen kandidaten hebben gesteld, is een legitieme reden. Het verzoek van IHC om de OR op te dragen het reglement wat betreft de volgordelijkheid en de termijnstelling van het indienen van de kandidatenlijsten aan te passen, zal worden afgewezen. Het verlenen van actief en passief kiesrecht aan (alle) ingeleenden die langer dan 24 maanden bij IHC werkzaam zijn, zoals de OR voorstaat, wordt in het belang van een goede toepassing van de WOR geacht. De OR hoeft het reglement op dit punt dan ook niet aan te passen zodat het verzoek van IHC daartoe wordt afgewezen.