Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Webhelp Nederland B.V.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 28 februari 2018
ECLI:NL:RBMNE:2018:755

werkneemster/Webhelp Nederland B.V.

Verzoek om minder te gaan werken – wat er feitelijk op neerkomt dat werkneemster alleen nog als OR-lid actief zal zijn – is onterecht afgewezen door werkgever. OR-werk behoort namelijk tot de normale werkzaamheden van de werkneemster in de onderneming.

Feiten

Werkneemster is sinds 20 september 2000 voor 24 uur per week in dienst bij Webhelp als klantadviseur helpdesk. Sinds 2006 is werkneemster lid van de ondernemingsraad (verder: OR) en vanaf 2012 is zij secretaris van de OR. De OR van Webhelp bestaat uit 15 leden. Als lid van het dagelijks bestuur van de OR is werkneemster gedurende 16 uur per week vrijgesteld voor haar werk als klantadviseur helpdesk. Op 13 juli 2017 heeft werkneemster aan Webhelp verzocht om haar huidige arbeidsovereenkomst aan te passen onder gebruikmaking van de mogelijkheden die de Wet Flexibel Werken hierin biedt. Werkneemster heeft hierbij verzocht om vanaf 1 oktober 2017 haar huidige aantal uren met 8 uren terug te brengen naar een werkweek van 16 uren. Werkgever heeft dit verzoek afgewezen, kort gezegd omdat dan – rekening houdend met de OR-werkzaamheden – nul uren resteren voor het uitoefenen van de reguliere functie. Het tegen deze beslissing ingediende bezwaarschrift is op 8 september 2017 ongegrond verklaard. Partijen hebben onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 96 Rv aan mr. J.J.M. de Laat, kantonrechter bij de Rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, verzocht om deze zaak te behandelen en te beslissen.

Oordeel

De kantonrechter wijst er in de eerste plaats op dat Webhelp in haar aanvulling (op het gezamenlijk verzoek) van 21 december 2017 weliswaar stelt dat binnen het klantteam Nederlandse Loterijen Organisatie – waar ook de Staatsloterij onder valt – wordt uitgegaan van een minimale arbeidsduur van 20 uur per week, maar dat zij voor werkneemster vanwege haar specifieke omstandigheden een uitzondering wil maken. Deze uitzondering houdt in dat werkneemster gedurende 16 uur per week mag gaan werken, maar dat zij daarbij in ieder geval gedurende 8 uur per week als klantadviseur helpdesk werkzaam moet zijn, om daarmee haar vaardigheden op de diverse onderdelen van het werk te onderhouden. Verder is nog een tweede uitzondering toegelaten, te weten dat werkneemster alleen op de werkstroom Staatsloterij wordt ingezet. Webhelp heeft vervolgens gesteld dat het verzoek van werkneemster voor vermindering van haar arbeidstijd van 24 uur naar 16 uur per week kan en moet worden afgewezen omdat een werkneemster die slechts 16 uur per week voor de OR werkt en daarnaast niet meer werkzaam is in haar eigenlijke werkzaamheden van klantadviseur helpdesk, niet langer de gewenste verbinding met de onderneming heeft. Webhelp heeft een zwaarwegend bedrijfsbelang dat werkneemster blijft werken in de bedongen arbeid, aangezien Webhelp een hoge kwaliteit van dienstverlening dient te garanderen en de ontwikkelingen in deze branche snel gaan. Ten slotte dient een versnippering van de werkzaamheden tegengegaan te worden. De kantonrechter verwerpt deze stelling en overweegt daartoe als volgt. Anders dan Webhelp heeft aangevoerd, behoort het werk dat werkneemster voor de OR verricht tot haar bedongen arbeid. Gelet hierop bestaat er geen aanleiding om een onderscheid aan te brengen tussen de werkzaamheden die werkneemster als klantadviseur helpdesk verricht en haar werkzaamheden als secretaris van de OR. Dit leidt er tevens toe dat de stelling van Webhelp als zou de situatie kunnen ontstaan dat werkneemster niet langer in de onderneming werkzaam is, waarbij Webhelp heeft verwezen naar het bepaalde in artikel 12 lid 3 WOR, niet juist is. De stelling van Webhelp dat zij er een zwaarwichtig belang bij heeft dat een OR-lid, ten einde het OR-werk goed te kunnen doen, voeling moet houden met het reguliere werk ('de bedongen arbeid') in de onderneming, wordt eveneens door de kantonrechter verworpen. Gelet op het vorenstaande zal de kantonrechter het verzoek van werkneemster toewijzen.