Naar boven ↑

Rechtspraak

koeriersbedrijf X/PostNL Pakketen BENELUX B.V. 
Gerechtshof Amsterdam, 30 januari 2018
ECLI:NL:GHAMS:2018:314 

koeriersbedrijf X/PostNL Pakketen BENELUX B.V. 

Pakketbezorger PostNL is niet werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst. Feitelijke uitvoering is doorslaggevend.

Feiten

PostNL maakt (ook) gebruik van de diensten van zelfstandige pakketbezorgers (hierna: subcontractors). X drijft sinds 16 september 2010 een eenmanszaak. Op 15 juli 2011 heeft X een Vervoersovereenkomst (hierna: de overeenkomst) gesloten met PostNL. PostNL heeft bij brief van 30 september aan X meegedeeld de overeenkomst met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden op te zeggen. Kern van het geschil is de vraag of X werkzaam is op basis van een overeenkomst van opdracht of op basis van een arbeidsovereenkomst. Bij beschikking van 15 januari 2016 heeft de kantonrechter in de hoofdzaak en het (inmiddels aangespannen) kort geding elke verdere beslissing aangehouden.

Oordeel

Partijbedoeling 

Zowel in het precontract als in de overeenkomst is expliciet vastgelegd dat partijen niet de intentie hadden dat X als werknemer krachtens een arbeidsovereenkomst in dienst zou treden van PostNL. Mede gelet op het feit dat X ruim tien maanden voor het sluiten van de overeenkomst zijn onderneming heeft opgericht en door de Belastingdienst als btw-plichtige is aangemerkt, stelt het hof vast dat X zich ervan bewust was dat hij als zelfstandig ondernemer voor PostNL werkzaamheden zou gaan verrichten. Of PostNL en X bij het aangaan van deze overeenkomsten al dan niet uitgebreid hebben gesproken over de overeenkomsten en de gevolgen ervan voor X, in het bijzonder dat hij niet als werknemer maar als ondernemer zijn werkzaamheden zou gaan verrichten, is daarom niet van doorslaggevend belang. Hetzelfde geldt voor de door X gestelde maatschappelijke ongelijkheid en economische afhankelijkheid.

Feitelijke uitvoering 

De voorgeschreven regels waaraan X volgens PostNL diende te voldoen zijn gelet op de aard van de dienst niet onlogisch, en in het kader van de betrouwbaarheid en de veiligheid mag PostNL dergelijke regels stellen. Daarbij is het onderscheid tussen een werknemer en een opdrachtnemer niet relevant. Bovendien betreft het algemene aanwijzingen met een langere looptijd en geen concrete zaaks- of momentgebonden instructies. Het hof concludeert verder dat X verregaande vrijheid toekwam om zich te laten vervangen. Het feit dat PostNL een opleiding aanbiedt aan zowel de werknemers als aan de subcontractors alsmede dat de subcontractor wordt verplicht een door PostNL voorgeschreven subcontractorsopleiding te volgen en een test af te leggen, houdt naar het oordeel van het hof verband met de aard van de werkzaamheden en de kwaliteit van haar diensten die PostNL tracht na te streven. Ten aanzien van een sanctie die kan volgen op een klacht, is het hof van oordeel dat dit aspect verband houdt met het karakter van de dienst en te herleiden is tot de invloed van de wijze waarop de dienst wordt uitgevoerd op de kwaliteit, de betrouwbaarheid en de klanttevredenheid. Bovendien kan een dergelijke bepaling ook aan de orde zijn bij bijvoorbeeld een overeenkomst van opdracht. Enige beperking in de vrijheid om naar eigen goeddunken en op een door betrokkene gekozen tijdstip als vrij en zelfstandig ondernemer de pakketten te bezorgen, acht het hof aanwezig door de tijdvakindicatie. Deze nadere invulling van de overeenkomst maakt echter nog niet dat in wezenlijke mate afbreuk wordt gedaan aan het vrije ondernemerschap. De incidentele straatcontroles houden naar het oordeel van het hof onvoldoende verband met de structurele (wijze van) uitvoering van de koerierswerkzaamheden door X. Ten aanzien van de betalingen is het wellicht op het eerste gezicht opmerkelijk dat X niet zelf een factuur stuurde aan PostNL, maar gelet op het feit dat PostNL via de scanner direct beschikte over de (digitale) gegevens van de pakketbezorgingen acht het hof het echter ook weer niet onlogisch dat partijen dit betalingssysteem hanteerden. Naar het oordeel van het hof kwalificeert het in de vervoersovereenkomst opgenomen relatiebeding in dit geval niet als een concurrentiebeding. Verder is van belang dat een relatiebeding in allerhande overeenkomsten pleegt te worden opgenomen. Met betrekking tot het bepalen van de tarieven oordeelt het hof dat, ook als ervan wordt uitgegaan dat er in de praktijk weinig ruimte was om te onderhandelen over de tarieven, dit niet met zich meebrengt dat reeds om die reden de rechtsverhouding tussen PostNL en X als een arbeidsovereenkomst zou moeten worden gekwalificeerd. Over de jaren 2011-2015 heeft X voor zijn onderneming jaarrekeningen gepubliceerd, btw afgedragen en genoten van verschillende fiscale voordelen die gelden voor ondernemers. Verder betaalde X inkomstenbelasting over de winst uit onderneming. Dat bevestigt het beeld dat X zich gedurende deze jaren als een zelfstandig ondernemer heeft gedragen. Concluderend is het hof van oordeel dat op grond van alle hiervoor behandelde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang beschouwd, de rechtsverhouding tussen X en PostNL niet als een arbeidsovereenkomst kan worden gekwalificeerd.