Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 16 februari 2018
ECLI:NL:RBNHO:2018:1365
Koninklijke PostNL B.V./werknemer
Feiten
Werknemer is op 22 december 2014 in dienst getreden bij Koninklijke PostNL B.V. (hierna: PostNL), laatstelijk in de functie van pakketbezorger. Op de arbeidsovereenkomst zijn de bepalingen van de CAO voor Postbezorgers van toepassing. Werknemer heeft zich op 21 april 2017 ziek gemeld en is daarop aansluitend uitgenodigd voor een gesprek met de bedrijfsarts op 16 mei 2017, maar is nimmer verschenen. Bij brief van 26 juni 2017 is werknemer wederom uitgenodigd voor een gesprek met bedrijfsarts, maar ook op dit spreekuur is werknemer niet verschenen. Op verschillende data heeft PostNL werknemer schriftelijk aangemaand om aan zijn re-integratieverplichtingen te voldoen. In juli 2017 heeft de teamleider van werknemer meermaals op het mobiele telefoonnummer van werknemer gebeld en voicemailberichten achtergelaten. Werknemer heeft hierop niet gereageerd. Nu werknemer heeft nagelaten een verklaring te geven voor het schenden van zijn re-integratieverplichtingen, heeft PostNL het loon van werknemer opgeschort en even later stopgezet. Vervolgens is in augustus 2017 gebleken dat werknemer nooit op het door hem aan PostNL doorgegeven adres ingeschreven heeft gestaan en dat de gemeente Den Haag bijhouding in de Basisregistratie Personen (BPR) heeft opgeschort wegens de emigratie van werknemer. Op 16 oktober 2017 heeft het UWV te kennen gegeven geen deskundigenoordeel te kunnen geven, omdat het geen contact met de werknemer heeft kunnen krijgen. PostNL verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst op de e-grond te ontbinden zonder inachtneming van de opzegtermijn en zonder toekenning van een transitievergoeding.
Oordeel
Verstrekverlening
De kantonrechter stelt voorop dat werknemer niet op zitting is verschenen, maar wel behoorlijk is opgeroepen om in de procedure te verschijnen. Daarnaast is het aan de werknemer om ervoor te zorgen dat zijn werkgever beschikt over adressen waarop hij bereikbaar is. Op de door werknemer opgegeven adressen is hij meermaals aangeschreven, is de post niet retour gekomen en zijn evenmin foutmeldingen op de aan werknemer verzonden e-mails ontvangen. Daarnaast heeft werknemer niet gereageerd op de voicemailberichten van zijn teamleider, welke naar een telefoonnummer zijn verzonden waarop werknemer eerder wel bereikbaar was. Met inachtneming van deze omstandigheden verleent de kantonrechter verstrek tegen werknemer.
Opzegverbod
De kantonrechter stelt vast dat het ontbindingsverzoek van PostNL geen verband houdt met de ziekte van werknemer, omdat het verzoek is gebaseerd op het verwijt dat werknemer niet voldoet aan de op hem rustende wettelijke re-integratieverplichtingen. Aldus komt de kantonrechter toe aan de inhoudelijke beoordeling van het ontbindingsverzoek.
Ontbinding e-grond en transitievergoeding
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft PostNL werknemer meermalen schriftelijk aangemaand tot nakoming van zijn re-integratieverplichtingen en een loonstop ingesteld. Nu werknemer heeft nagelaten te reageren op alle correspondentie, oordeelt de kantonrechter dat van PostNL in redelijkheid niet kan worden gevergd dat een verklaring als bedoeld in artikel 7:629a BW wordt overgelegd. Het niet overleggen van deze verklaring vormt derhalve geen reden voor afwijzing van het ontbindingsverzoek. De door PostNL aangevoerde feiten en omstandigheden leveren naar het oordeel van de kantonrechter een redelijke grond voor ontbinding op. Hierbij is van doorslaggevend belang dat werknemer – ondanks schriftelijke aanmaningen en een loonstop – in het geheel niet heeft voldaan aan zijn re-integratieverplichtingen. De handelwijze van werknemer levert eveneens ernstig verwijtbaar handelen en nalaten op, zodat PostNL geen transitievergoeding aan werknemer is verschuldigd.