Rechtspraak
werknemer/Stichting RKD
Feiten
Werknemer treedt op 1 maart 1995 in dienst bij werkgeefster in de functie van medewerker bibliotheek. Vervolgens valt hij op 28 september 2016 wegens ziekte uit. De werkplek van werknemer wordt aangepast door een ergonoom. Werknemer gaat weer aan het werk, maar valt korte tijd later opnieuw uit. Dit herhaalt zich meerdere malen. Werkgeefster wint vervolgens advies in bij een externe organisatie. In een daaropvolgend gesprek worden re-integratieafspraken gemaakt. Werknemer hervat opnieuw zijn werkzaamheden, maar valt kort daarna weer uit. Werkgeefster belt hem op met een re-integratievoorstel, maar werknemer reageert daarop afwijzend en verbreekt de verbinding. Opnieuw wordt de bedrijfsarts ingeschakeld. De afspraak wordt gemaakt dat werknemer op 5 juli 2017 zijn werkzaamheden hervat. Werkgeefster benadrukt dat het niet op het werk verschijnen op die datum consequenties heeft. Werknemer verschijnt niet op de genoemde datum. Werkgeefster vraagt een deskundigenoordeel van het UWV aan. Uit dat oordeel blijkt dat werknemers re-integratie-inspanningen onvoldoende zijn. Op verzoek van werknemer wordt tevens door werkgeefster een voorstel tot beëindiging van het dienstverband gestuurd. Werknemer laat daarop weten toch zijn werkzaamheden te willen hervatten. Hij valt vervolgens meermalen uit. Uit de medische rapporten, onder andere van de bedrijfsarts, blijkt dat werknemer wel in staat was de passende arbeid te verrichten. De arbeid is bovendien passend bevonden in een deskundigenoordeel van het UWV. Op een goed moment hervat werknemer zijn werkzaamheden, maar weigert afspraken te maken over de inhoud van zijn werkzaamheden. Re-integratie in het tweede spoor wordt voorgesteld, maar ook dit is tevergeefs. Een volgend gesprek tussen werkgeefster en werknemer wordt door werknemer heimelijk met zijn telefoon opgenomen. Uit het deskundigenoordeel van UWV blijkt dat werkgeefster voldoende aan re-integratie heeft gedaan. Werkgeefster vordert ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens wanprestatie.
Oordeel
Het opzegverbod wegens ziekte staat niet in de weg aan de ontbinding omdat het verzoek geen verband houdt met, mocht daar nog sprake van zijn, werknemers arbeidsongeschiktheid. Voor wanprestatie is vereist dat sprake is van ernstige wanprestatie, in die zin dat de tekortkomingen zodanig ernstig zijn dat deze op één lijn kunnen worden gesteld met een dringende reden. Werknemer heeft zonder hiervoor een goede reden te hebben de alleszins redelijke re-integratievoorstellen van werkgeefster geweigerd. Onder andere het UWV heeft geoordeeld dat de inspanningen die werkgeefster van werknemer vraagt redelijk zijn. Ook na het deskundigenoordeel van het UWV leek werknemer niet van zins mee te werken aan zijn re-integratie. Werknemer heeft daarbij een vijandige en tegendraadse houding aangenomen door gesprekken met zijn telefoon op te nemen en boos weg te lopen bij gesprekken. Werknemer heeft daarbij geweigerd mee te werken aan re-integratie in het tweede spoor en mediation. Hij is daarom ernstig tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst. Niet valt in te zien wat werkgeefster nog meer had moeten doen om werknemer te bewegen mee te werken aan zijn re-integratie. Het staat vast dat de aangeboden werkzaamheden passend waren, zodat de weigering het werk te hervatten niet aan werkgeefster kan worden toegerekend. De consequenties van werknemers handelingen zijn hem duidelijk voorgehouden. Het gedrag van werknemer levert werkweigering op en dit vormt een dringende reden. De kantonrechter ontbindt daarom de arbeidsovereenkomst wegens wanprestatie. De ontbinding van de arbeidsovereenkomst is het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van werknemer. Werkgeefster hoeft noch de transitievergoeding, noch een billijke vergoeding te betalen.