Rechtspraak
FNV/werkgever
Feiten
Werkgever oefent een transportonderneming uit en is gebonden aan de cao voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg. FNV is ook partij bij deze cao. FNV stelt dat werkgever de verplichtingen uit de cao niet is nagekomen. Volgens FNV zijn de bijlages bij de arbeidsovereenkomsten aan te merken als een normeringsregeling in de zin van artikel 26 lid 3 onder a cao, die werkgever bij gebreke van toestemming van de werknemers- en werkgeversorganisaties niet mag hanteren. Voorts hanteert werkgever voor de registratie van de uren van de chauffeurs een urenverantwoordingsstaat die niet in lijn is met artikel 26 lid 2 onder c cao. De chauffeurs krijgen de urenverantwoordingsstaten in weerwil van artikel 26 lid 2 onder d cao ook niet (getekend) retour. Het is door de door werkgever toegepaste systematiek voor de chauffeurs ook volledig ondoorzichtig hoe en wanneer er correcties op de ingediende urenverantwoordingsstaten worden toegepast en wie welke correcties doorvoert. De chauffeurs ontvangen geen duidelijke overzichten waaruit blijkt welke uren om welke reden gecorrigeerd of geschrapt worden.
Oordeel
De kantonrechter is met werkgever van oordeel dat zij in beginsel geen diensttijd maximeert, in die zin dat een deel van de gewerkte uren volledig buiten beschouwing wordt gelaten, maar dat zij slechts een deel van de diensttijd (tevens) labelt als pauzetijd. Op grond van artikel 26 lid 2 onder a cao wordt pauzetijd conform de pauzestaffel niet uitbetaald. Dit moet de werknemer ertoe bewegen de verplichte pauzes en rust te nemen. Voor de toepassing van deze regeling is op zichzelf niet vereist dat wordt vastgelegd wanneer die pauzetijd is genoten. Uit het feit dat werkgever dit wel heeft gedaan, kan niet worden afgeleid dat zij daarmee diensttijd heeft willen schrappen. In dat geval had het voor de hand gelegen dat zij daarnaast de pauzestaffel had toegepast. De systematiek van artikel 26 cao brengt immers mee dat ook in geval van genormeerde werkzaamheden niet alle normtijden hoeven te worden uitbetaald, maar dat de pauzetijden daar conform de pauzestaffel van worden afgetrokken. Nergens uit blijkt dat werkgever dat heeft beoogd en in zoverre is dan ook geen sprake van een normeringsregeling. Dit zou anders kunnen zijn als werkgever bij het labelen van diensttijd als pauzetijd de pauzestaffel overschrijdt of als de werknemer niet in staat is geweest om conform de pauzestaffel pauze te genieten. FNV heeft echter geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit dat blijkt. In dat verband is van belang dat werkgever naar het oordeel van de kantonrechter als uitgangspunt mag nemen dat een chauffeur overeenkomstig de pauze- en rusttijden genoemd in de pauzestaffel heeft gepauzeerd in geval van langdurige stilstand indien een toelichting op de dagstaat ontbreekt. In geval van bezwaar van de werknemer tegen een eventuele correctie ligt het op de weg van de werkgever met behulp van feitelijke gegevens te bewijzen dat terecht een correctie op de dagstaat is aangebracht. Het ligt echter op de weg van de werknemer om op deze uitzondering een beroep te doen. Naar het oordeel van de kantonrechter brengt de werkwijze van werkgever mee dat de chauffeurs in redelijkheid niet in onzekerheid kunnen verkeren omtrent inhoud, doel en strekking van de na controle van de dagstaten digitaal terugontvangen enveloppe, de eventueel daarop vermelde correcties en dat een en ander afkomstig is van en akkoord bevonden is door werkgever. De chauffeur kan aan de hand van de terugontvangen enveloppe beslissen of hij akkoord is met eventuele correcties dan wel daartegen bezwaar wil maken. FNV heeft niet weersproken dat de onderliggende gecorrigeerde dagstaten op verzoek altijd alsnog worden verstrekt. FNV heeft geen feiten gesteld waaruit volgt dat de chauffeurs in hun belang worden geschaad door de werkwijze van werkgever.