Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 14 maart 2018
ECLI:NL:GHARL:2018:2478
werkneemster/Stichting Van Hall Larenstein
Feiten
Werkneemster is meermaals geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt. Op 2 september 2015 vindt een beoordelingsgesprek plaats dat heeft geresulteerd in een onvoldoende beoordeling. In het kader van haar re-integratie verricht zij tijdelijk elders binnen de groep van werkgeefster werkzaamheden. Werkneemster weigert onder meer het gesprek met haar werkgever aan te gaan over haar re-integratie en heeft arbeidsconflicten met meerdere collega’s (waaronder haar leidinggevende). Werkgeefster verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens gebrek aan vertrouwen. De werkhervattingen van werkneemster worden als mislukt beoordeeld. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst. Werkneemster gaat in hoger beroep.
Oordeel
Opzegverbod wegens ziekte
Met de arbeidsongeschiktheid hebben de oorzaken van de ontbinding geen verband, omdat die oorzaken zijn opgekomen in een periode die vóór de huidige arbeidsongeschiktheid ligt en zijn gebaseerd op het gedrag van werkneemster gedurende periodes dat zij (ten minste gedeeltelijk) arbeidsgeschikt was. Het opzegverbod staat daarom niet in de weg aan de ontbinding.
Verstoorde arbeidsverhouding
Uit het handelen van werkneemster komt het beeld naar voren van een werkneemster die stress ervaart door de werkdruk en andere (gezondsheids)problemen ervaart, maar dit niet steeds vertaald ziet in een oordeel dat zij arbeidsongeschikt is. Werkneemster klaagt echter wel over haar leidinggevende en de door hem gegeven beoordeling, zij klaagt over de bedrijfsarts, over haar casemanager en zij probeert door andere mensen in en buiten de organisatie bij haar situatie te betrekken erkenning te krijgen voor de door haar ervaren problemen en klachten. Daarbij laat ze zich moeilijk aansturen, stelt zij haar eigen prioriteiten en maakt zij haar eigen keuzes. Daartegenover staat haar leidinggevende die blijft proberen werkneemster te laten hervatten in haar werk en blijft proberen het gesprek over de arbeidsconflicten te starten. Uiteindelijk leidt zijn benadering tot formele instructies en het dreigen met loonsancties. De arbeidsverhouding tussen hen is ernstig verstoord is geraakt. Bij dit alles komt dat er tussen werkneemster en haar collega’s ook problemen in de samenwerking bestaan. Ook is het niet gelukt mediation te laten slagen, of op andere wijze deze verstoring op te lossen. Onder deze omstandigheden kan van werkgeefster redelijkerwijs niet gevergd worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.
Billijke vergoeding
Werkneemster klaagt herhaaldelijk over bij haar arbeidsongeschiktheid, arbeidsrelatie en de re-integratie betrokken personen. Werkgeefster reageert daar telkens op door uiteindelijk toe te geven aan de wensen van werkneemster door inschakeling van onafhankelijke derden: als werkneemster klaagt over de ingeschakelde bedrijfsarts, wordt er een nieuwe bedrijfsarts voor haar aangewezen; zij kan gebruikmaken van een ombudsman; een externe vertrouwenspersoon, een bedrijfsmaatschappelijk werker en casemanager zijn ingeschakeld. Bij dit alles blijft werkgeefster voortdurend proberen het gesprek aan te gaan over de gerezen arbeidsconflicten. Werkneemster zegt echter regelmatig kort van tevoren gesprekken af, maakt haar eigen keuzes over thuiswerken en is karig met uitleg over welke werkzaamheden zij tijdens haar re-integratie verricht. Er is daarom geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen van werkgeefster dat heeft geleid tot de ontbinding. Voor toekenning van een billijke vergoeding is dan geen plaats.