Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 18 april 2018
ECLI:NL:RBNHO:2018:3103
werknemer/Dancopter A/S c.s.
Feiten
Werknemer is op 30 augustus 2010 als helikopterpiloot in dienst getreden bij Dancopter A/S (hierna: Dancopter) op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Dancopter is gevestigd in Denemarken en is het moederbedrijf van Dancopter Nederland B.V. (hierna: Dancopter NL). In 2012 heeft Dancopter een contract met NAM-Shell gesloten, waarbij Dancopter werknemers van NAM-Shell zou vervoeren naar olieplatforms in de Noordzee. Dancopter heeft hiervoor een basis opgericht in Den Helder en daarvoor de vennootschap Dancopter NL opgericht. Ook heeft Dancopter voor de uitvoering van voornoemd contract de vennootschap Dancopter UK Ltd opgericht in Norwich. Medio 2012 is werknemer gevraagd voor het contract in Den Helder te vliegen. Na een maand vliegen vanuit Den Helder is werknemer overgeplaatst naar Dancopter UK Ltd. Op 5 december 2012 heeft Dancopter een ‘sideletter’ opgesteld, waarin onder meer is bepaald dat werknemer zou worden overgeplaatst naar Dancopter NL. Werknemer heeft de sideletter niet ondertekend. Op 16 april 2015 heeft NAM-Shell het contract met Dancopter opgezegd. Vervolgens is werknemer als gevolg van een collectief ontslag door Dancopter NL ontslagen. Werknemer vordert thans een verklaring voor recht dat Dancopter zijn formele werkgever is en dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen niet rechtsgeldig is opgezegd.
Oordeel
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Hoewel de EEX I- en II-Verordeningen niet toepasselijk zijn in Denemarken heeft deze lidstaat wel met de EG een verdrag gesloten dat de toepassing van Brussel 1 Verordening (EG) nr. 44/2001 in Denemarken verzekert. De kantonrechter oordeelt dan ook dat hem ingevolge artikel 19 van laatstgenoemd verdrag rechtsmacht toekomt, omdat werknemer stelt een arbeidsovereenkomst met Dancopter te hebben en werkzaamheden in Nederland heeft uitgeoefend. Daarnaast oordeelt de kantonrechter dat op de vordering tegen Dancopter Nederlands recht van toepassing is. De grondslag hiervoor ligt besloten in artikel 8 Rome I in verbinding met artikel 10:154 BW.
Wie is werkgever?
De kantonrechter overweegt – onder verwijzing naar het ABN AMRO/Malhi-arrest (HR 5 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8186) – als volgt. Hoewel uit de e-mails en sideletters van Dancopter kan worden geconcludeerd dat zij wenste haar arbeidsovereenkomst met werknemer om te zetten in een arbeidsovereenkomst tussen werknemer en Dancopter NL, heeft werknemer daarbij altijd uitdrukkelijk te kennen gegeven dit niet te willen en in dienst bij Dancopter te willen blijven. Verder is van belang dat werknemer de Deense nationaliteit heeft, de inhoud en uitvoering van de werkzaamheden van werknemer na juli 2012 niet zijn veranderd en ook zijn leidinggevende dezelfde is gebleven. Dancopter voert in dit verband nog aan dat werknemer wél een sideletter heeft ondertekend waarin Dancopter NL als werkgever (‘employer’) staat vermeld. De kantonrechter gaat evenwel aan dit verweer voorbij, omdat werknemer gemotiveerd heeft gesteld dat hij deze sideletter louter in het kader van een standplaatswijziging van Norwich naar Den Helder heeft ondertekend. Hier komt bij dat werknemer in het verleden vanuit de basis van Dancopter in Nigeria heeft gewerkt, zodat aangenomen kan worden dat een wisseling van standplaats – zonder dat werknemer in dienst trad bij een andere werkgever – niet ongebruikelijk is. Deze omstandigheden in aanmerking nemend is de kantonrechter van oordeel dat werknemer ervan uit mocht gaan dat hij bij Dancopter in dienst is gebleven. De conclusie luidt derhalve dat Dancopter als (materiële) werkgever moet worden aangemerkt.