Naar boven ↑

Rechtspraak

Trade Port Trailer Service B.V./werknemer
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 11 april 2018
ECLI:NL:RBLIM:2018:3431

Trade Port Trailer Service B.V./werknemer

Kantonrechter veroordeelt werknemer tot betaling van schadevergoeding ad € 127.693,78 wegens via privéaankopen onttrokken gelden en ten onrechte gefactureerde niet-gewerkte uren. Ontbinding e-grond; geen transitievergoeding.

Feiten

Werknemer is op 1 december 2001 bij Trade Port Trailer Service B.V. (hierna: TPTS) in dienst getreden en vervult (laatstelijk) de functie van managementassistent. Werknemer fungeerde vanaf 2008 als rechterhand van de toenmalig (en inmiddels overleden) directeur, bestuurder en medeaandeelhouder van TPTS (hierna: X) en was onder meer belast met het controleren van inkomende en uitgaande facturen. Op 18 oktober 2017 verstuurde werknemer vanaf zijn zakelijke computer een Excelbestand met de NAW- en overige contactgegevens van alle werknemers van TPTS naar zijn persoonlijke e-mailadres. Op 13 november 2017 heeft een gesprek tussen werknemer en zijn leidinggevende plaatsgevonden. Tijdens dit gesprek is aan het licht gekomen dat werknemer sinds 2009 op naam en voor rekening van TPTS aankopen voor zichzelf in privé heeft gedaan. Hierbij gaat het om een bedrag van € 15.000 per jaar. Aan het einde van het gesprek is werknemer op non-actief gesteld. TPTS verzoekt thans primair de arbeidsovereenkomst te ontbinden op de e-grond. Daarnaast verzoekt TPTS werknemer te veroordelen tot vergoeding van de door haar geleden schade, welke schade is begroot op een bedrag van € 150.408,09.

Oordeel

Ontbinding e-grond, geen transitievergoeding

Werknemer erkent jaarlijks voor € 15.000 privéaankopen te hebben gedaan, maar voert als bevrijdend verweer aan dat hij bevoegd was deze aankopen op basis van een contractueel vastgelegde provisieregeling te doen. Op zitting is evenwel gebleken dat het contract in het ongerede is geraakt, zodat het niet in het beding kan worden gebracht. Werknemer heeft ter onderbouwing van zijn verweer een grote hoeveelheid facturen in het geding gebracht en is van mening dat de regeling hiermee duidelijk wordt aangetoond. De kantonrechter volgt werknemer hierin niet, omdat de overgelegde facturen voor een groot deel door werknemer zelf geaccordeerd zijn. Ook is komen vast te staan dat er naast X niemand was die een ‘tweede controle’ uitvoerde op de door werknemer geaccordeerde facturen. De kantonrechter stelt dan ook vast dat enig schriftelijk bewijs van de gestelde provisieregeling ontbreekt. Werknemer heeft op zitting aangevoerd dat hij over bandopnamen beschikt, waaruit zou kunnen worden afgeleid dat zijn huidige leidinggevende op de hoogte is van de provisieregeling. Nu de bandopnamen niet vóór de mondelinge behandeling zijn overgelegd, kan de kantonrechter niet vaststellen of werknemer een bandopname heeft gemaakt en wat de inhoud van het gestelde opgenomen gesprek is geweest. Een en ander heeft tot gevolg dat vast is komen te staan dat werknemer jaarlijks illegaal € 15.000 aan de onderneming heeft onttrokken, hetgeen zonder meer de verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de e-grond rechtvaardigt. De kantonrechter oordeelt voorts dat de handelwijze van werknemer ernstig verwijtbaar handelen oplevert, zodat hem geen transitievergoeding toekomt.

Schadevergoeding (art. 7:661 BW - werknemersaansprakelijkheid)

TPTS stelt zich op het standpunt dat zij schade heeft geleden ten gevolge van het opzettelijk handelen van werknemer, welke schade volgens haar uit de volgende posten bestaat: (1) via privéaankopen onttrokken gelden (€ 122.468,64); (2) na te betalen btw over de facturen (€ 22.714,31) en (3) ten onrechte niet door werknemer gewerkte uren (€ 5.225,14). De eerste schadepost is volgens de kantonrechter, gelet op het vorenoverwogene, toewijsbaar. De tweede schadepost kan niet worden toegewezen omdat TPTS nog geen melding bij de fiscus heeft gemaakt, zodat het ongewis is of TPTS deze melding daadwerkelijk zal maken. De derde schadepost is toewijsbaar, nu werknemer ner iet in is geslaagd te bewijzen dat hij te weinig gemaakte uren kon compenseren door op een andere dag langer te werken. Het schadebedrag wordt toegewezen tot een bedrag van € 127.693,78.