Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Repay HRM Services N.V.
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 18 april 2018
ECLI:NL:RBGEL:2018:1858

werknemer/Repay HRM Services N.V.

Afwijzing van vordering werknemer jegens materiële en formele werkgever op grond van artikel 7:658 BW. Niet voldaan aan de ‘ondergrens’ wat betreft de stelplicht in het kader van werkgeversaansprakelijkheid.

Feiten

Werknemer is van 1 juni 2015 tot 28 juli 2016 via een uitzendovereenkomst in dienst geweest van Repay. In fase één en fase twee is Repay HRM Payroll N.V. in de uitzendovereenkomst aangeduid als werkgever en in de uitzendovereenkomst fase drie met als ingangsdatum 29 februari 2016 is Repay HRM Services N.V. opgenomen als werkgever. Repay houdt zich – onder meer – bezig met payrolling. Gedurende het dienstverband met Repay is werknemer tewerkgesteld bij werkgever X in de functie van besteller. Op 28 januari 2016 meldt werknemer zich telefonisch ziek bij Repay. Bij brief van 5 augustus 2016 heeft werknemer werkgever X op grond van artikel 6:162 BW en artikel 7:658 BW aansprakelijk gesteld voor alle schade die werknemer heeft geleden ten gevolge van een ongeval dat hem in de uitoefening van zijn werkzaamheden is overkomen.

Oordeel

De kern van het geschil is de vraag of Repay en werkgever X aansprakelijk zijn voor de door werknemer gestelde schade. Werknemer stelt dat hem op 27 januari 2016 omstreeks 13.00-13.30 uur tijdens werktijd een ongeval is overkomen, waarvan hij werkgever X meteen op de hoogte heeft gesteld. Vast staat dat werknemer zich op 28 januari 2016 ziek heeft gemeld bij Repay, maar – gelet op de uitdrukkelijke betwisting hiervan door Repay – niet dat werknemer bij die gelegenheid heeft gemeld dat er sprake zou zijn (geweest) van een arbeidsongeval. In deze procedure heeft werknemer volstaan met te stellen dat hij bij het tillen van diverse zware pakketten in Ede zonder (til)hulpmiddelen zijn knie heeft verdraaid. Hij heeft in het geheel niet beschreven wat zich die bewuste dag heeft voorgedaan, terwijl dit toch op zijn weg lag. Daar komt bij dat als werknemer, zoals hij stelt, op de bewuste dag schade heeft geleden in de uitoefening van de werkzaamheden, hij dat meteen aan zijn echtgenote, zijn moeder en aan werkgever X heeft laten weten, het voor de hand ligt dat dit in het bestel- en trackinglijst van 27 januari 2016 te zien is. Werkgever X heeft dit stuk ik het geding gebracht en daaruit blijkt niet dat werknemer enige vertraging heeft opgelopen, dan wel dat er afwijkingen zichtbaar zijn in het rijpatroon. Werknemer geeft daarvoor geen verklaring. Werknemer heeft aangevoerd dat uit het spreekuurverslag van zijn huisarts van 28 januari 2016 wel degelijk volgt dat werknemer op 27 januari 2016 tijdens het uitoefenen van zijn werkzaamheden zijn knie heeft verdraaid. De kantonrechter is echter van oordeel dat dit enkele, puur op de eigen verklaring van werknemer gebaseerde spreekuurverslag van de huisarts onvoldoende gewicht in de schaal legt om de conclusie te rechtvaardigen dat er sprake is geweest van een arbeidsongeval, in andere woorden: een schade toebrengende gebeurtenis. De vorderingen van werknemer moeten worden afgewezen. Op hem rustte de plicht om een algemene beschrijving te geven van wat zich op 27 januari 2016 heeft voorgedaan. Hiervoor is al overwogen dat een werknemer niet de toedracht behoeft te stellen (en bij betwisting te bewijzen), maar anderzijds ook niet kan volstaan met te stellen dat hij schade heeft geleden. Dat is wel waar werknemer mee volstaat. Zo verstrekt werknemer geen informatie over waarmee hij doende was op het moment dat de schade toebrengende gebeurtenis, het arbeidsongeval zoals hij stelt, zich heeft voorgedaan en welke klachten hij had na het gestelde gebeuren. Werknemer stelt slechts in zijn algemeenheid dat hij, alleen en zonder hulpmiddelen, zware objecten moet tillen. Werknemer heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die – mits bewezen – tot het oordeel leiden dat hij op 27 januari 2016 schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Naar het oordeel van de kantonrechter is in deze zaak niet voldaan aan de ‘ondergrens’ wat betreft de stelplicht in het kader van werkgeversaansprakelijkheid.