Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 30 mei 2018
ECLI:NL:RBLIM:2018:5090

werknemer/werkgever

Vordering tot uitbetaling overuren afgewezen, omdat foto’s van de werkagenda niet zonder meer als urenverantwoording kunnen dienen.

Feiten

Werknemer is op 11 januari 2016 krachtens arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd bij werkgever X (hierna: X) in dienst getreden als fysiotherapeut. De arbeidsovereenkomst is op 10 augustus 2016 van rechtswege geëindigd, waarna partijen een tweede arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zijn aangegaan – ditmaal eindigend op 10 februari 2017. In de arbeidsovereenkomst ligt besloten dat werknemer is aangenomen voor een dienstverband van 32 uur per week, verdeeld in vier dagen. Verder is bepaald dat werknemer alleen in een periode van uitzonderlijke drukte op uitdrukkelijk verzoek van X overwerk zou moeten verrichten. Werknemer heeft thans een vordering tot uitbetaling van overuren ingesteld. Aan de vordering is ten grondslag gelegd dat werknemer in de periode april 2017 tot en met 15 november 2017 minstens zestien overuren per week heeft gemaakt.

Oordeel

De kantonrechter stelt voorop dat het aan werknemer is te stellen en bij gemotiveerde betwisting te bewijzen dat hij structureel meer dan de overeengekomen 32 uren heeft gewerkt. In het onderhavige geval heeft werknemer deze stelling met een stapel foto’s van de werkagenda onderbouwd, welke hij overigens niet van enige toelichting heeft voorzien. De kantonrechter is van oordeel dat deze foto’s niet zonder meer als urenverantwoording kunnen dienen, omdat deze slechts blijkgeven van een werkplanning waarin nog veranderingen kunnen optreden. Verder staat vast dat de werkagenda op geen enkele wijze door X zijn geaccordeerd, zodat niet kan worden vastgesteld of werknemer de daarop vermelde uren ook daadwerkelijk heeft gemaakt. Hierbij komt dat op de werkagenda hele dagdelen niet zijn ingevuld en hele periodes niet door werknemer zijn gefotografeerd. Tot slot wordt geoordeeld dat werknemer het verweer van X dat met uitdraaien uit het declaratiebestand het aantal gewerkte uren wel kan worden aangetoond, niet heeft weersproken en evenmin heeft aangeboden deze uitdraaien alsnog in het geding te brengen.

Conclusie

Met inachtneming van het vorenstaande kan niet worden vastgesteld dat werknemer structureel meer dan 32 uren per week heeft gewerkt. De kantonrechter concludeert dat de vordering tot betaling van achterstallig loon grondslag mist en dient te worden afgewezen.