Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 8 juni 2018
ECLI:NL:RBROT:2018:4485
IPS Group B.V./werkneemster
Feiten
Werkneemster werkt sinds 2008 bij IPS. Zij is project engineer en verdient (naast overige loonbestanddelen) € 3.950 bruto in de maand. Werkneemster heeft zich op 21 juni 2017 ziek gemeld. De afdeling in Schiedam waar werkneemster werkt, is eind 2017 verhuisd naar Tilburg. Omdat tussen IPS en werkneemster discussie ontstond over de vraag of werkneemster in staat geacht moest worden in Tilburg te re-integreren, heeft werkneemster het UWV om een oordeel daarover gevraagd. Werkgever heeft onvoldoende inzichtelijk gemaakt wat de bedrijfsmatige redenen zijn waarom re-integratie in Schiedam niet mogelijk is. De door werkgever uitgevoerde re-integratie-inspanningen zijn tot 12 januari 2018 niet voldoende. IPS vraagt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werkneemster, op de kortst mogelijke termijn, zonder dat aan werkneemster de transitievergoeding wordt toegekend.
Oordeel
De kantonrechter kan een arbeidsovereenkomst ontbinden als daar een redelijke grond voor is. Een van de in de wet genoemde redelijke gronden is een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van in dit geval IPS in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. IPS en werkneemster zijn het erover eens dat van die situatie sprake is. De arbeidsovereenkomst wordt conform hetgeen artikel 7:671b lid 8 aanhef en onder a BW bepaalt ontbonden per 1 augustus 2018. IPS verwijt werkneemster dat zij niet meewerkt aan haar re-integratie door te weigeren daarvoor naar Tilburg te komen. Dit is een onterecht verwijt. Het UWV is in zijn deskundigenoordeel van 14 februari 2018 (zie 2.3) immers van oordeel dat het aanbod in Tilburg te re-integreren niet passend is en de kantonrechter onderschrijft dit oordeel. IPS verwijt werkneemster daarnaast dat zij de arbeidsverhouding heeft verstoord door de inhoud van een door werkneemster verstuurde e-mail van 19 november 2017. Ook dit is een onterecht verwijt. Werkneemster stelt in haar verweerschrift dat de transitievergoeding € 16.465,00 bruto bedraagt en IPS betwist dit bedrag niet. Er wordt daarom, zoals werkneemster vraagt, voor recht verklaard dat werkneemster recht heeft op een transitievergoeding van het genoemde bedrag. De billijke vergoeding waar werkneemster om vraagt kan toegewezen worden als de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van IPS. Naar het oordeel van de kantonrechter valt het IPS ernstig te verwijten dat zij, ondanks het deskundigenoordeel van 14 februari 2018 van het UWV dat de re-integratie-inspanningen van IPS (tot 12 januari 2018) niet voldoende waren, onder andere omdat de reistijd van Rotterdam naar Tilburg te belastend is, is blijven aandringen op re-integratie in Tilburg. De kantonrechter ziet aanleiding de billijke vergoeding op € 10.000 vast te stellen, gelet op alle genoemde omstandigheden en gelet op het feit dat een transitievergoeding van ruim € 16.000 wordt toegekend.