Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Ouderenhuisvesting Rotterdam/werkneemster
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 26 april 2018
ECLI:NL:RBROT:2018:3432

Stichting Ouderenhuisvesting Rotterdam/werkneemster

Leidinggevende komt kort na bevalling werkneemster bij haar langs om te vertellen dat zal worden gezocht naar een einde van haar arbeidsovereenkomst. Voldoende grond voor ontbinding op de g-grond, maar ernstig verwijtbaar gedrag van werkgeefster leidt tot toekenning van billijke vergoeding. Niet valt in te zien waarom niet werd gewacht tot werkneemster terug was van haar bevallingsverlof.

Feiten

Werkneemster is in dienst bij een woningcorporatie die ouderen helpt bij het vinden van een woonomgeving. Op 9 september 2017 gaat zij met zwangerschaps- en bevallingsverlof. Zij zal op 1 januari 2018 terugkeren. Op 11 december 2017 brengt B, leidinggevende, een bezoek aan werkneemster en meldt haar dat zal worden gezocht naar een einde van werkneemsters dienstverband. De partner van werkneemster heeft zich vervolgens via WhatsApp en LinkedIn furieus uitgelaten over de gang van zaken. Werkgeefster dient een ontbindingsverzoek op de g-grond in; werkneemster verzoekt bij toewijzing van dat verzoek toekenning van een billijke vergoeding en bij niet-toewijzing verzoekt zij zelf tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met toekenning van een billijke vergoeding.

Oordeel

Ontbindingsverzoek werkgeefster

Er is een voldoende consistent beeld ontstaan van een ernstig verstoord geraakte arbeidsverhouding tussen partijen. Het is niet reëel te veronderstellen dat de arbeidsrelatie nog een toekomst heeft. Dit geldt temeer nu werkneemster bij wijze van tegenverzoek zelf om de ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft verzocht. Het alsnog beproeven van mediation acht de kantonrechter in de huidige situatie geen optie meer, omdat de verstoring reeds duurzaam te achten is en herstel van de arbeidsverhouding daarmee niet meer mogelijk is. Nu evenmin is gebleken dat herplaatsing in de rede ligt, luidt de slotsom dat sprake is van een zodanige verstoorde arbeidsverhouding, dat van werkgeefster in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst zal dan ook worden toegewezen, met betaling van de transitievergoeding.

Billijke vergoeding

Werkgeefster heeft werkneemster tijdens haar bevallingsverlof benaderd met betrekking tot de wijze waarop het dienstverband zou worden voortgezet na afloop van haar bevallingsverlof. Hoewel werkgeefster heeft betoogd dat zij dit met de beste bedoelingen heeft gedaan, heeft zij op 11 december 2017 aangekondigd dat het geen leuk gesprek zou worden en dat moest worden gezocht naar een passende oplossing. Werkneemster heeft dit niet anders kunnen opvatten dan dat werkgeefster heeft willen aansturen op het einde van het dienstverband. Alleen al gezien de omstandigheid dat werkneemster ten tijde van het gesprek recent bevallen was, had werkgeefster zich van een dergelijk gesprek moeten onthouden. Werkneemster verkeerde immers in een kwetsbare positie, zowel fysiek als mentaal. Niet valt in te zien waarom werkgeefster een en ander niet pas bespreekbaar had kunnen maken na afloop van het bevallingsverlof. De handelwijze van werkgeefster wordt als ernstig verwijtbaar aangemerkt, zodat grond bestaat voor toekenning van een billijke vergoeding. Werkneemster heeft echter niet inzichtelijk gemaakt wat haar inkomensschade naar verwachting zal bedragen. Dat neemt niet weg dat aangenomen wordt dat werkneemster mogelijk geconfronteerd wordt met een (tijdelijke) inkomensdaling. Haar positie op de arbeidsmarkt zal gelet op haar leeftijd en jarenlange ervaring als leidinggevende niet zo kwetsbaar zijn als wordt geschetst. Voorts behoort de mate van verwijtbaarheid van de werkgever te worden meegewogen. Al met al komt het de kantonrechter redelijk voor om een bedrag van 25.000 euro bruto toe te kennen. Andere omstandigheden die zouden moeten leiden tot een hogere of lagere billijke vergoeding zijn niet gebleken.

Voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek

Het voorwaardelijk zelfstandig ontbindingsverzoek van werkneemster wordt toegewezen voor zover werkgeefster haar ontbindingsverzoek intrekt, waartoe zij in de gelegenheid wordt gesteld. Werkneemsters schadevergoedingsverzoek wordt afgewezen omdat zij volgens de kantonrechter reeds voldoende wordt gecompenseerd.