Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 5 juli 2018
ECLI:NL:RBLIM:2018:6468
werknemer/Mc Donald's 'De Geusselt' B.V.
Feiten
Werknemer is op 30 september 2013 op grond van een arbeidsovereenkomst bij Mc Donald’s 'De Geusselt' B.V. (hierna: Mc Donald’s) in dienst getreden, laatstelijk in de functie van crewtrainer. Medio 2017 is werknemer met een intern opleidingstraject voor de functie van shift-assistent gestart. Vlak na aanvang van dit traject heeft werknemer zich, op 16 juni 2017, ziek gemeld. Op 1 augustus 2017 heeft de bedrijfsarts geconcludeerd dat werknemer in verband met een behandeling niet beschikbaar was voor werk en dat derhalve (tijdelijk) sprake was van ‘geen benutbare mogelijkheden’. Vervolgens is op 26 februari 2018 door de bedrijfsarts geconcludeerd dat werknemer via geleidelijke activatie en binnen gestelde beperkingen weer in staat was arbeid te verrichten. Vanaf 27 maart 2018 heeft werknemer in het kader van zijn re-integratie aangepast werk verricht, maar ook hiervoor heeft hij zich op 29 maart 2018 ziek gemeld. Vervolgens heeft de bedrijfsarts op 9 april 2018 geconcludeerd dat er nog steeds arbeidsmogelijkheden bestonden en partijen hierover hernieuwde afspraken (met betrekking tot taken en begeleiding) dienden te maken. Bij brief van 12 april 2018 heeft Mc Donald’s werknemer ‘om moverende redenen’ op staande voet ontslagen. Werknemer stelt zich thans op het standpunt dat een dringende reden ontbreekt en de opzegging niet voldoet aan de daaraan gestelde wettelijke eisen. Hij verzoekt een transitievergoeding, gefixeerde schadevergoeding, billijke vergoeding en betaling van niet betaalde vakantie-uren.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Mc Donald’s heeft ter zitting erkend dat zij te impulsief en zonder goede grond werknemer op staande voet heeft ontslagen. Hieruit volgt dat Mc Donald’s ernstig verwijtbaar jegens werknemer heeft gehandeld. Ook staat tussen partijen vast dat de arbeidsverhouding door het handelen van Mc Donald’s ernstig verstoord is geraakt. Mc Donald’s heeft dan ook erkend de bedragen waarvan werknemer betaling verzoekt aan hem verschuldigd te zijn. De kantonrechter wijst het verzoek van werknemer derhalve op alle onderdelen toe. In het onderhavige geval gaat het hierbij om het volgende: (1) een transitievergoeding van € 2.664,24 bruto, (2) een gefixeerde schadevergoeding van € 2.791 bruto, (3) een billijke vergoeding van € 8.400 bruto en (4) niet betaalde vakantie-uren van € 1.354,08 bruto.