Rechtspraak
werknemer/werkgeefster
Feiten
Werknemer is op 1 maart 2006 in dienst getreden bij X B.V. (hierna: X) in de functie van monteur tegen een salaris van € 3.348,84 bruto per maand. Op de arbeidsovereenkomst is de cao voor het Technisch Installatiebedrijf (hierna: de cao) van toepassing, die onder meer in de perioden 29 januari 2016 tot 1 mei 2017 en 17 augustus 2017 tot 1 juni 2019 algemeen verbindend is verklaard. In artikel 67 van de cao is bepaald dat een werknemer in geval van ziekte gedurende 104 weken loon doorbetaald krijgt, waarbij (1) gedurende de eerste 6 maanden 100% en (2) gedurende de volgende 18 maanden 90% van het loon wordt doorbetaald. In datzelfde artikel is ook bepaald dat een werknemer die gedeeltelijk dan wel op arbeidstherapeutische basis het werk hervat gedurende maximaal 104 weken tijdens de periode van werkhervatting 100% van het loon krijgt doorbetaald. Op 6 juni 2016 is werknemer arbeidsongeschikt geraakt. Op 1 mei 2017 is het tweede spoor van de re-integratie ingezet, maar werknemer heeft vanaf 1 mei 2017 geen werkzaamheden bij X verricht, omdat X geen passend werk kon bieden. Vanaf 17 augustus 2017 heeft werknemer werkzaamheden bij een andere werkgever verricht. Werknemer stelt dat X vanaf 1 mei 2017 ten onrechte niet 100% van het loon heeft doorbetaald, zoals bepaald in artikel 67 van de cao.
Oordeel
Werknemer stelt dat hij, conform het bepaalde in artikel 67 van de cao, het werk gedeeltelijk dan wel op arbeidstherapeutische basis heeft hervat. De omstandigheid dat hij vanaf 2 mei tot 17 augustus 2017 geen werkzaamheden voor X heeft verricht, laat volgens werknemer onverlet dat hij de werkzaamheden elders kon verrichten. Werknemer stelt in dit verband dat X ook aan de cao is gebonden in de periode waarin deze niet algemeen verbindend is verklaard. Hiertegenover staat het verweer van X dat werknemer over de periode 1 mei 2017 tot 17 augustus 2017 geen beroep op de cao kan doen, omdat deze in die periode niet algemeen verbindend is verklaard. Reeds om die reden kan werknemer volgens X geen aanspraak maken op 100% van het loon. Bovendien waren in deze periode ook geen passende werkzaamheden beschikbaar. De kantonrechter overweegt hieromtrent als volgt.
De geldende jurisprudentie
De Hoge Raad heeft in zijn arresten van 28 januari 1994 en 7 juni 2002 geoordeeld dat de uit arbeidsongeschiktheid voortvloeiende (cao-)rechten niet worden aangetast door de omstandigheid dat cao-bepalingen in de periode van arbeidsongeschiktheid ophouden algemeen verbindend te zijn (HR 28 januari 1994, JAR 1994/47 en HR 7 juni 2002, JAR 2002/154). Dit heeft tot gevolg dat de niet-gebonden werkgever in de tussenliggende ‘avv-loze’ periode tóch gebonden blijft aan cao-verplichtingen, wanneer het ijkpunt van die verplichtingen ligt binnen de periode waarin de cao nog wel algemeen verbindend was (HR 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3634). In het onderhavige geval heeft de ziekmelding van 6 juni 2016 als ijkpunt te gelden. Op dat moment was de cao algemeen verbindend verklaard. Nu werknemer binnen deze periode recht had op aanvulling van het salaris, zoals bepaald in artikel 67 van de cao, blijft dit verkregen recht ook in de periode 1 mei 2017 tot 17 augustus 2017 gelden.
Loonvordering 1 mei 2017 tot 1 juli 2017
De volgende vraag is of X gedurende de periode 1 mei tot 1 juli 2017 (oftewel: in de avv-loze periode) gehouden was het salaris van werknemer op grond van artikel 67 van de cao aan te vullen tot 100%. Naar het oordeel van de kantonrechter is dit niet het geval. Artikel 67 van de cao stelt namelijk als voorwaarde dat een werknemer ‘gedurende de periode van werkhervatting’ recht heeft op 100% van het loon. Het verrichten van werk is dus een noodzakelijke voorwaarde. Omdat vaststaat dat werknemer in de periode 1 mei tot 1 juli 2017 geen werkzaamheden heeft verricht, kan hij geen aanspraak maken op 100% van het loon. De omstandigheid dat X ná 1 mei 2017 geen passende werkzaamheden heeft kunnen aanbieden, maakt dit oordeel niet anders. Hierbij is van belang dat X (1) in voldoende mate heeft aangetoond dat zij geen passend werk heeft, (2) gevolg heeft gegeven aan het advies van de arbeidsdeskundige om passend werk bij een andere werkgever te zoeken en (3) niet is gebleken dat X niet tijdig actie heeft ondernomen om het tweede spoor in gang te zetten.
Loonvordering vanaf 1 juli 2017
Werknemer heeft in de periode 1 juli tot 17 augustus 2017 in het kader van zijn re-integratie werkzaamheden bij een andere werkgever verricht. De vraag is of werknemer in dit geval nog steeds voldoet aan de eis van ‘werkhervatting’ zoals bedoeld in artikel 67 van de cao. De kantonrechter oordeelt dat zulks het geval is. Een redelijke uitleg van artikel 67 brengt met zich dat ‘elke gedeeltelijke werkhervatting’ (al dan niet op arbeidstherapeutische basis) gericht op de re-integratie van de werknemer hieronder valt. Dat werknemer in het kader van zijn re-integratie werkzaamheden bij een andere werkgever heeft verricht, valt dus ook binnen het toepassingsbereik van artikel 67. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat X vanaf 1 juli 2017 100% van het salaris dient door te betalen.