Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Stichting voor Bijzonder Voortgezet Onderwijs Ubbo Emmius
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 29 juni 2018
ECLI:NL:GHARL:2018:6128

werkneemster/Stichting voor Bijzonder Voortgezet Onderwijs Ubbo Emmius

Werkgeefster, een scholengemeenschap, heeft binnen de grenzen van de cao een tijdelijk dienstverband aangeboden terwijl een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd de norm was. Werkgeefster heeft redelijke uitleg aan ‘tijdelijkheidcriterium’ voor een vacature aangehouden. Geen toezegging verlenging omdat volmacht tot vertegenwoordiging ontbrak.

Feiten

Werkneemster treedt op 1 augustus 2016 als docent Frans in dienst bij werkgeefster. De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor een jaar met een omvang van 0,36 FTE. In de cao is opgenomen dat arbeidsovereenkomsten worden aangegaan voor onbepaalde tijd, behoudens het geval dat sprake is van een in de cao genoemde uitzondering. In casu gaat het om de uitzondering dat de arbeidsovereenkomst is aangegaan als voorziening in een tijdelijke vacature (van ten hoogste een jaar). Deze arbeidsovereenkomst kan mogelijk (wederom voor bepaalde tijd) verlengd worden. Werkgeefster zegt echter aan dat de arbeidsovereenkomst niet verlengd zal worden. Werkneemster stelt zich op het standpunt dat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd overeen is gekomen omdat geen sprake is van een tijdelijke vacature. Bovendien stelt zij zich op het standpunt dat haar is toegezegd dat de arbeidsovereenkomst verlengd zou worden. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen.

Oordeel

Tijdelijkheid vacature

Werkneemster stelt dat geen sprake is van een tijdelijke vacature, maar van een vacature die jaarlijks steeds terugkeerde, zodat in feite sprake was van een structurele vacature. Werkgeefster stelt dat sprake is van een tijdelijke vacature die dient als deel van de ‘flexibel schil’. Het hof oordeelt als volgt. Werkgeefster heeft onderzoek gedaan naar de te verwachten ontwikkelingen op het punt van de leerlingenaantallen. De resultaten van dat onderzoek zijn neergelegd in een rapport. Uit dit rapport blijkt dat werkgeefster verwacht in de komende jaren in totaal ongeveer dertig FTE minder te kunnen inzetten. Dat getal ziet niet specifiek op het vak Frans, maar op alle vakgebieden waarin onderwijs wordt gegeven. Uit het rapport blijkt ook dat werkgeefster per 1 mei 2017 een flexibele schil had van 31,1 FTE, derhalve van een omvang die, enerzijds, de verwachte krimp kan opvangen, maar anderzijds ook weer niet zodanig veel groter is dan die te verwachten krimp dat van een nodeloos grote flexibele schil kan worden gesproken. Uit het rapport blijkt dat werkgeefster op grond van de verwachte gevolgen van de verwachte daling van het aantal leerlingen voor het vak Frans in 2016 ertoe is overgegaan om niet, zoals tot dan toe gebeurde en kennelijk nog verantwoord was, de voor het nieuwe schooljaar 2016-2017 beschikbare vacatureruimte aan te merken als een structurele formatieplaats, maar als een tijdelijke vacature. De prognose omtrent de daling van het aantal leerlingen werd toen derhalve vertaald naar het vakgebied Frans in die zin dat de voor het jaar 2016-2017 beschikbare vacatureruimte van 0,36 FTE niet als een structurele formatieplaats kon worden aangemerkt. Dat is, gegeven die prognose, niet een onbegrijpelijke of nodeloos voorzichtige vertaling. De slotsom is dat werkgeefster in 2016 de toen bestaande vacature voor het vak Frans van 0,36 FTE heeft kunnen en mogen aanmerken als een tijdelijke vacature en dus heeft kunnen en mogen overgaan tot een dienstverband met werkneemster voor de duur van een jaar. Van misbruik is, gegeven de redelijke invulling van de cao-ruimte, geen sprake.

Toezegging

Werkneemster heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat haar zou zijn toegezegd dat haar arbeidsovereenkomst zou worden verlengd. Zij zou deze toestemming hebben gekregen van een directrice van een locatie van de scholengemeenschap van werkgeefster. Werkneemster heeft echter onvoldoende gesteld waarom zij op schijn van volmachtverlening zou mogen vertrouwen, waardoor het hof niet toekomt tot verdere bewijstoelating; de betreffende directrice was niet bevoegd werkgeefster te vertegenwoordigen.