Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 10 juli 2018
ECLI:NL:GHARL:2018:6332
Werknemer/Gicom B.V.
Feiten
Werknemer is op 28 februari 2011 bij Gicom in dienst getreden. Gicom heeft werknemer op 3 oktober 2014 op staande voet ontslagen. In deze brief heeft Gicom onder meer het volgende geschreven: 'Middels deze brief bevestigen wij dat u met onmiddellijke ingang op staande voet ontslagen bent. De reden hiervoor is kort samengevat als volgt: het herhaaldelijk, na diverse waarschuwingen, veroorzaken van gevaarlijke werksituaties door met name het verkeerd gebruik van productiemiddelen, alsmede het herhaaldelijk niet opvolgen van aanwijzingen van leidinggevenden. Het veroorzaken van deze gevaarlijke werksituaties creëert een disproportioneel gevaar voor de veiligheid van uzelf, uw collega's en de continuïteit van de bedrijfsvoering. Van genoemde feiten zijn meerdere werknemers van Gicom B.V. getuige geweest. De hierboven beschreven omstandigheden vormen een dringende reden tot ontslag op staande voet. op grond daarvan beëindigen wij uw arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang.' Werknemer heeft in een brief van 16 oktober 2013 geprotesteerd tegen het hem gegeven ontslag. Volgens hem was geen sprake van een dringende reden. Nadat de kantonrechter in het tussenvonnis van 10 september 2014 een comparitie van partijen had gelast en deze comparitie was gehouden, heeft hij in het tussenvonnis van 10 december 2014 overwogen dat voor zover Gicom zich wil beroepen op verjaring op grond van artikel 7:683 BW of op rechtsverwerking, dit beroep ongegrond is. Verder heeft de kantonrechter overwogen dat indien komt vast te staan dat er brand is veroorzaakt door het verkeerd gebruik van de shovel door werknemer en dat hij daarvoor vaker is gewaarschuwd, dit een dringende reden oplevert. Nadat Gicom drie getuigen had doen horen, heeft de kantonrechter in het eindvonnis van 16 september 2015 geoordeeld dat Gicom het opgedragen bewijs heeft geleverd en dat Gicom werknemer dus terecht op staande voet heeft ontslagen.
Oordeel
Met de grieven 1, 2 en 4 komt werknemer op tegen het oordeel van de kantonrechter dat Gicom het aan haar opgedragen bewijs heeft geleverd. Het hof overweegt over deze grieven het volgende. De bestuurder van Gicom, de heer [B], heeft als partijgetuige verklaard dat op woensdagmiddag 2 oktober 2013 in de mesttunnel waarin werknemer met een shovel had gewerkt brand is ontstaan, kort nadat werknemer zijn werkzaamheden daar had afgerond. Deze verklaring van [B] vindt steun in de schriftelijke verklaring van 25 juni 2014 en in de getuigenverklaring van de heer [C], bedrijfsleider bij Gicom. Het hof acht dan ook bewezen dat er op 2 oktober 2013 brand is ontstaan in de mesttunnel waar werknemer aan het werk was geweest. [B] en [C] hebben beiden als (partij)getuige verklaard dat zij hebben gehoord dat toen werknemer met de shovel in de tunnel aan het werk was de bak van de shovel een aantal malen tegen de grond is geklapt. Dat in die situatie vonken kunnen ontstaan die brand kunnen veroorzaken staat, zoals hiervoor is overwogen, niet ter discussie. Het hof acht dan ook voldoende aannemelijk en daarmee in deze procedure bewezen, dat bij de werkzaamheden van werknemer met de shovel in de mesttunnel vonken zijn ontstaan. Omdat bij de werkzaamheden van werknemer in de mesttunnel vonken zijn vrijgekomen door het stoten van de bak van de shovel op de grond, kort na het afronden van die werkzaamheden brand is ontstaan in de mesttunnel, niet ter discussie staat dat door de vonken brand kan ontstaan en een andere oorzaak voor de brand niet aannemelijk is, acht het hof ook voldoende aannemelijk, en daarmee bewezen, dat de brand het gevolg is van het stoten van de bak van de shovel op de grond. Hiervoor heeft het hof bewezen geacht dat de bak van de shovel waarmee werknemer zijn werk in de mesttunnel deed, enkele malen tegen de grond is geklapt. Tussen partijen staat niet ter discussie dat dit niet mag gebeuren (vanwege het risico op het ontstaan van vonken). Door de bak van de shovel toch de grond te laten raken, heeft werknemer in strijd gehandeld met de hem bekende instructie dat de bak van de shovel de grond niet mag raken.
Gicom heeft gesteld dat het stoten van de bak tegen de grond het gevolg is van onvoorzichtigheid van werknemer. Naar het oordeel van het hof kan daarvan worden uitgegaan. De slotsom is dat het hof, met de kantonrechter, van oordeel is dat Gicom het door haar te leveren bewijs heeft geleverd. Dat betekent dat de grieven falen. Gelet op de aard en de ernst van de dringende reden en rekening houdend met de gevolgen daarvan voor werknemer, de duur van het dienstverband en het functioneren van werknemer heeft Gicom werknemer terecht op staande voet ontslagen vanwege een dringende reden.