Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/X c.s.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zaanstad), 19 juli 2018
ECLI:NL:RBNHO:2018:6536

werkneemster/X c.s.

Werkgeefster vraagt geen Wazo-uitkering aan en is loon verschuldigd tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof.

Feiten

Werkneemster is op 5 december 2015 in dienst getreden bij Y, in de functie van kraamverzorgster en op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, tot en met 5 december 2018. Werkneemster is vanaf 6 november 2016 niet meer op haar werk verschenen. Zij is na 6 november 2016 niet opgeroepen om bij een bedrijfsarts of arbodienst te verschijnen. Y heeft ook geen loon meer betaald na die datum. De onderneming Kraamzorg Roza is per 1 februari 2017 door X overgenomen van Y en nadien voortgezet. Werkneemster is op 11 juli 2017 bevallen. X heeft voor werkneemster geen uitkering aangevraagd in verband met zwangerschap en bevalling op grond van artikel 3:11 van de Wet arbeid en zorg (hierna: Wazo). Werkneemster vordert betaling van achterstallig loon over de periode vanaf 1 november 2016 tot 1 februari 2017, en dat X wordt veroordeeld tot betaling van het salaris vanaf 1 februari 2017 tot aan het moment waarop rechtsgeldig een einde aan de arbeidsovereenkomst is gekomen.

Oordeel

Ziekmelding

Het verweer van X dat de arbeidsovereenkomst bij brief van 14 april 2017 is beëindigd, treft geen doel. Werkneemster heeft betwist dat zij de door X overgelegde ontslagbrief van 14 april 2017 heeft ontvangen en zij stelt dat ook niet vast staat dat die brief is verzonden. Op de zitting heeft X erkend dat zij geen bewijs heeft van verzending of ontvangst van de brief van 14 april 2017. De arbeidsovereenkomst is ook niet geëindigd door het einde van de opleiding van werkneemster als kraamverzorgster bij Scheidegger. In de arbeidsovereenkomst staat geen ontbindende voorwaarde waaruit volgt dat de arbeidsovereenkomst eindigt indien de opleiding als kraamverzorgster wordt gestaakt, en er is ook geen opleidings- of leerovereenkomst waarin dit is opgenomen. Werkneemster heeft op grond van artikel 12 van de arbeidsovereenkomst recht op doorbetaling van 100% van het loon als zij wegens ziekte ongeschikt is om haar werkzaamheden te verrichten. Naar de kantonrechter begrijpt, stelt X dat werkneemster zich niet heeft ziekgemeld en zij betwist kennelijk ook dat werkneemster wegens ziekte ongeschikt is voor haar werkzaamheden. Dat standpunt kan niet worden gevolgd. Werkneemster heeft in de e-mail aan Kraamzorg Roza van 6 november 2016 duidelijk aangegeven dat zij ziek is en daardoor niet kan werken. Die e-mail valt niet anders te begrijpen dan als ziekmelding. Het is niet aan X om vast te stellen of werkneemster ziek is, maar aan een (bedrijfs)arts.

Loondoorbetaling tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof

Nu Y dit niet heeft weersproken, wordt als vaststaand aangenomen dat de zwangerschap bekend en gemeld was. Nu werkneemster geen zwangerschaps- en bevallingsverlof heeft genoten, heeft zij haar recht op loonbetaling tijdens ziekte behouden, ook over de periode waarover zij dat verlof normaal gesproken wel zou hebben gehad (art. 7:629 lid 4 BW). Overigens was het ook aan X om de aanvraag voor toekenning van een uitkering in verband met zwangerschap en bevalling in te dienen bij het UWV, zoals voorgeschreven in artikel 3:11 Wazo. Ook op grond van het goed werkgeverschap heeft werkneemster recht op loondoorbetaling.

Tegenvordering

De vordering van X om werkneemster te veroordelen tot betaling van € 5.263,50 in verband met opleidingskosten wordt afgewezen. Uit artikel 7 van de schriftelijke arbeidsovereenkomst volgt dat Kraamzorg Roza de opleidingskosten betaalt, dat werkneemster na het behalen van een diploma voor een opleiding verplicht is drie jaar lang in dienst van Kraamzorg Roza werkzaam te blijven, en dat er alleen aanleiding kan zijn voor terugbetaling van opleidingskosten indien werkneemster 'vrijwillig eerder stopt'. Nog daargelaten de vraag of dit studiekostenbeding geldig is en of werkneemster de opleiding heeft gestaakt, is er in ieder geval geen sprake van dat werkneemster vrijwillig is gestopt met het dienstverband bij X. Voor het ontbindingsverzoek gelden de regels voor de verzoekschriftprocedure. Op dit verzoek zal daarom bij een aparte beschikking worden beslist (zie AR 2018-0886).