Rechtspraak
X/RKSV DCG
Feiten
X accepteert de functie van technisch coördinator onderbouw (TCO) bij DCG (een amateurvoetbalvereniging). X stuurt DCG een door hem opgestelde conceptarbeidsovereenkomst. DCG reageert daarop met de mededeling dat zij nooit werkt met arbeidsovereenkomsten, maar met vrijwilligersovereenkomsten. Op een gegeven moment wordt de functie van X stopgezet, volgens DCG door een onwerkbare situatie. X stelt zich op het standpunt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, met als einddatum 1 juni 2018. Hij verzoekt daarom vernietiging van het ‘ontslag op staande voet’ en betaling van loon.
Oordeel
Arbeidsovereenkomst
Het staat vast dat DCG de door X opgestelde arbeidsovereenkomst niet heeft ondertekend. Of DCG aan X, voordat hij als TCO begon, heeft toegezegd dat hij in dienst zou komen is vooralsnog niet gebleken. X verrichtte echter gedurende meer dan drie opeenvolgende maanden wekelijks dan wel gedurende ten minste twintig uren per maand arbeid, zodat het rechtsvermoeden van artikel 7:610a BW van kracht is. Ook zijn er voldoende aanwijzingen om te concluderen dat X op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden verrichtte, en niet als vrijwilliger. Zo overschreed de door DCG betaalde vergoeding van € 550 per maand de gebruikelijke, fiscaal toegestane vrijwilligersvergoeding van € 150 per maand ruimschoots, had X vaste werktijden en heeft DCG de samenwerking formeel beëindigd, omdat er een 'onwerkbare situatie' was ontstaan. De kantonrechter acht voorts voldoende aangetoond dat X de werkzaamheden persoonlijk moest vervullen. In de door DCG voor X opgestelde Vrijwilligersregeling is niets opgenomen over de mogelijkheid om de werkzaamheden door een ander te laten vervullen. Dit lijkt ook niet de bedoeling, gezien de wijze waarop X aan de ouders en de club als nieuwe TCO is gepresenteerd. Ook staat voldoende vast dat er een gezagsverhouding was: in de door X overgelegde e-mailwisseling met de technisch manager van DCG wordt verwezen naar de algemene TC-taken en -werkzaamheden beschreven in het Technisch Jeugdplan. Voorts kan uit de Vrijwilligersregeling worden opgemaakt dat zijn taken en verantwoordelijkheden specifiek staan beschreven en dat er twee keer per seizoen een beoordeling van de trainer plaatsvindt. Uit de door X opgestelde conceptarbeidsovereenkomst wordt afgeleid dat partijen beoogden een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aan te gaan, ingaande 1 mei 2017 voor een periode van twaalf maanden. De aanstelling was voor de duur van het voetbalseizoen. Ook het concept voor de Vrijwilligersregeling gaat daarvan uit en noemt ook een bepaalde tijd, te weten tot en met 31 mei 2018. Hoewel de einddatum in beide concepten niet eensluidend is, is de intentie van partijen dat wel. Er zal van worden uitgegaan dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd op 1 juni 2018.
Ontslag
Naar het oordeel van de kantonrechter is de opzegging van de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig, omdat niet is gebleken dat sprake was van een voor een ontslag op staande voet vereiste dringende reden welke onverwijld is meegedeeld. Duidelijk is dat DCG in de veronderstelling verkeerde dat geen arbeidsovereenkomst tussen partijen bestond en dat zij daarom niet gebonden was aan de ontslagregels. Dat neemt niet weg dat, nu is geoordeeld dat er wel een arbeidsovereenkomst was, zij zich als werkgever moet houden aan het ontslagrecht. Nu de opzegging niet rechtsgeldig is, zal het verzoek om vernietiging van die opzegging worden toegewezen. Omdat de opzegging wordt vernietigd, heeft de arbeidsovereenkomst voortgeduurd tot 1 juni 2018, de datum waarop deze van rechtswege is geëindigd, en heeft X recht op loon. De vordering tot loonbetaling over de resterende periode zal daarom eveneens worden toegewezen.