Rechtspraak
werknemer/werkgever
Feiten
De kantonrechter blijft bij zijn gewezen tussenbeschikking. In die tussenbeschikking is werknemer in de gelegenheid gesteld te bewijzen dat het loon dat hij bij werkgever verdiende € 1.400 netto per maand was, waarvan een deel giraal en een deel contant aan hem werd betaald en zijn beide partijen in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de hoogte van het uurloon.
Oordeel
Werknemer heeft bij akte medegedeeld ervan af te zien van de bewijsmogelijkheid gebruik te maken. Dit brengt mee dat er in rechte niet van kan worden uitgegaan dat het loon € 1.400 netto per maand bedroeg. Voor het bepalen van het nog aan werknemer toekomende achterstallige loon vanaf 1 juli 2017 ziet de kantonrechter aanleiding om voor de arbeidsomvang per week als uitgangspunt te nemen de inhoud van de overgelegde salarisstroken over de maanden maart tot en met juni 2017. Partijen zijn het er immers over eens dat daarin het nettoloon vermeld staat dat werknemer laatstelijk maandelijks giraal ontving. In die loonstroken staat dat werknemer per maand 138,67 'loonuren' verdeeld over 17,33 'loondagen' had. Dit komt overeen met een arbeidsomvang van 32 uur per week. Uit de laatste akten van partijen over het uurloon blijkt dat zij het erover eens zijn dat werknemer recht had op het wettelijk minimumjeugdloon en dat het uurloon dat in de overgelegde loonstroken vanaf 5 mei 2017, zijnde de datum dat werknemer twintig jaar is geworden, vermeld staat, daarmee niet correspondeert, maar lager is. Uit de van toepassing zijnde cao blijkt dat de normale arbeidsomvang in een werkweek in de kappersbranche 38 uur is. Hiermee rekening houdend bedraagt per 1 juli 2017 het minimumloon per uur voor een twintigjarige € 6,66 en per 1 januari 2018 € 6,71. Het vorenstaande brengt mee dat werkgever over de periode vanaf 1 juli 2017 tot en met 31 december 2017 nog (26 x 32 x € 6,66 =) € 5.541,12 bruto aan achterstallig loon aan werknemer verschuldigd is en over de periode vanaf 1 januari 2018 tot 14 februari 2018 (6,5 x 32 x € 6,71 =) € 1.395,68 bruto, derhalve in totaal € 6.936,80 bruto. De wettelijke rente over het achterstallige salaris zal worden toegewezen. Werkgever heeft weliswaar verzocht tot matiging van de wettelijke rente, maar heeft hiertoe niets gesteld. Gelet op de omstandigheden van het geval wordt de wettelijke verhoging over het achterstallige loon ex artikel 7:625 BW gematigd tot 10%. De vordering tot het verstrekken van correcte loonstrookjes die betrekking hebben op het toe te wijzen achterstallige salaris zal worden toegewezen. De daarbij gevorderde dwangsom zal eveneens worden toegewezen, met dien verstande dat deze eerst verbeurd zal worden na de betekening van deze beschikking en gemaximeerd zal worden op € 1.500.