Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandel/werknemer
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 14 augustus 2018
ECLI:NL:GHARL:2018:7350

Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandel/werknemer

Pensioenfonds aansprakelijk voor door werknemer geleden schade. Werknemer heeft immers op grond van onjuiste informatie van het Pensioenfonds de onomkeerbare beslissing genomen met vervroegd pensioen te gaan.

Feiten

Werknemer is in 1992 in dienst getreden bij Oldenboom Groep B.V. (hierna: Oldenboom) in de functie van inkoper. Het pensioen van werknemer is ondergebracht bij de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandel (hierna: het Pensioenfonds) met als beoogde pensioendatum 1 februari 2013. Eind 2011 is tussen werknemer en Oldenboom de mogelijkheid besproken dat werknemer met vervroegd pensioen zou gaan. Naar aanleiding van berekeningen, door het Pensioenfonds aan Oldenboom overgelegd, heeft werknemer in april 2012 een aanvraag ingediend om vervroegd met pensioen te gaan, hetgeen met ingang van 1 mei 2012 is gerealiseerd. Medio oktober 2012 heeft het Pensioenfonds werknemer bericht dat bij de toekenning van zijn pensioen een fout is gemaakt. De in de voorlopige berekeningen genoemde bedragen zouden te hoog zijn. Werknemer heeft voornoemd bericht op verzoek ondertekend aan het Pensioenfonds geretourneerd. De kantonrechter heeft voor recht verklaard dat het Pensioenfonds aansprakelijk is voor de door werknemer geleden schade. Werknemer stelt zich thans primair op het standpunt dat hij jegens het Pensioenfonds aanspraak heeft op het hem toegezegde (hogere) ouderdomspensioen, omdat hij op de juistheid van die opgave gerechtvaardigd mocht vertrouwen. Subsidiair vordert hij schadevergoeding.

Oordeel

Geen aanspraak op toegezegd bedrag aan ouderdomspensioen

Het hof neemt tot uitgangspunt dat het pensioenreglement bepalend is voor de omvang van de pensioenaanspraken van de deelnemer. Dit betekent dat het pensioenreglement en niet door het Pensioenfonds verstrekte (voorlopige) berekeningen de basis vormen voor de bepaling van de (hoogte van de) pensioenaanspraak van werknemer. De fout in de voorlopige berekening en in de daarop gebaseerde toekenning van de pensioenuitkering mocht dus door het Pensioenfonds hersteld worden. Reeds om deze reden komt de primaire vordering van werknemer niet voor toewijzing in aanmerking. Dit geldt temeer nu werknemer na ontdekking van de fout en correctie daarvan, zich door ondertekening van de brief van medio oktober 2012 akkoord heeft verklaard met de vaststelling van de wel op het pensioenreglement gebaseerde, en dus correcte, lagere pensioenuitkering.

Schadevergoeding

Het hof overweegt dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat werknemer zonder de fout van het Pensioenfonds niet per 1 mei 2012 met vroegpensioen zou zijn gegaan. Dit betekent dat werknemer schade heeft geleden. Hij heeft immers op grond van de onjuiste informatie van het Pensioenfonds de onomkeerbare beslissing genomen met vervroegd pensioen te gaan. Het Pensioenfonds is gehouden deze schade aan hem te vergoeden. De schade bestaat uit het verschil tussen (1) hetgeen werknemer zou hebben ontvangen als hij niet met vroegpensioen was gegaan maar tot het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd (1 februari 2013) in dienst was gebleven en (2) hetgeen werknemer feitelijk heeft ontvangen en thans nog ontvangt.