Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 11 september 2018
ECLI:NL:GHAMS:2018:3325
werknemer/War Child
Feiten
Werknemer is op 1 september 2009 in dienst getreden bij War Child en was laatstelijk werkzaam in de functie van Procurement Officer tegen een salaris van € 3.408 bruto per maand. Partijen zijn een vaststellingsovereenkomst overeengekomen, waarin is vastgelegd dat de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 januari 2018 eindigt. War Child heeft de e-mailbox van werknemer bekeken om vervolg te kunnen geven aan zijn werkzaamheden. War Child heeft e-mails aangetroffen van donateurs over giften in natura, waaronder een aantal hotelovernachtingen en meubels aan War Child. Deze donaties waren War Child niet bekend. War Child heeft naar aanleiding van de e-mails onderzoek laten verrichten. Op 6 december 2017 is werknemer op staande voet ontslagen. De kantonrechter heeft geoordeeld dat werknemer terecht op staande voet is ontslagen. Werknemer heeft hoger beroep ingesteld en verzoekt om de beschikking te vernietigen en War Child te veroordelen tot betaling van onder meer een billijke vergoeding, de transitievergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging.
Oordeel
Geen strijd met goede procesorde, onverwijldheid
Het hof overweegt allereerst dat de omstandigheid dat War Child slechts drie dagen voor de mondelinge behandeling in eerste aanleg het verweerschrift en zelfstandige verzoeken heeft ingediend, het recht van hoor en wederhoor van werknemer niet heeft geschaad. Het indienen van het verweerschrift drie dagen voor de mondelinge behandeling is niet in strijd met de goede procesorde. Verder overweegt het hof dat War Child het ontslag onverwijld heeft gegeven. Zij heeft de nodige zorgvuldigheid betracht door enige tijd te gebruiken om onderzoek te doen, juridisch advies in te winnen en bewijsmateriaal te verzamelen.
Schending van privacy
Het hof overweegt dat War Child voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat inzage in de e-mailbox van werknemer noodzakelijk en gerechtvaardigd was voor de voortgang van de werkzaamheden, omdat werknemer de administratie omtrent werkrelaties onvoldoende had bijgehouden. Mocht al sprake zijn van schending van privacy, dan was dit gelet op de omstandigheden gerechtvaardigd.
Dringende reden en schadevergoeding
Het hof neemt als vaststaand aan dat werknemer de donaties nimmer aan War Child heeft gemeld en dat deze donaties niet in de administratie zijn verwerkt. Het hof concludeert dat van werknemer verwacht had mogen worden dat hij ervoor had gezorgd dat de desbetreffende donaties in de administratie van War Child zouden zijn verwerkt. De conclusie van War Child dat werknemer herhaaldelijk misbruik heeft gemaakt van zijn positie bij War Child door diverse partijen aan te schrijven om donaties te verzoeken voor eigen dan wel gewin van zijn schoonfamilie is gerechtvaardigd. Mede doordat het gaat om een ideële organisatie waarbij integriteit van groot belang is, vormen de gedragingen van werknemer een dringende reden voor ontslag op staande voet. Werknemer heeft zich niet gedragen als goed werknemer en is de verplichtingen voortvloeiende uit de arbeidsovereenkomst niet nagekomen. Het hof oordeelt dat het door War Child verzochte bedrag ad € 10.000 aan schadevergoeding gerechtvaardigd is, nu is gebleken dat zij reputatieschade heeft geleden en de handelingen van werknemer opzettelijk dan wel bewust roekeloos zijn verricht. De grieven van werknemer falen en het hof bekrachtigt de bestreden beschikking.