Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 23 oktober 2018
ECLI:NL:GHARL:2018:9285
werknemer/Zijm B.V.
Feiten
Deze zaak gaat over het antwoord op de vraag of werkgeefster aan werknemer gelet op zijn wekelijkse arbeidsduur en zijn functie-indeling het juiste loon heeft betaald. Op de arbeidsovereenkomst is van toepassing de cao voor het motorvoertuigenbedrijf en tweewielerbedrijf (hierna: de cao). De kantonrechter heeft werknemer niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot meer loon op de grond dat het geschil over de functie-indeling valt onder de reikwijdte van artikel 112 van de cao, waardoor werknemer zich ter zake tot de Bedrijfsraad dient te wenden. Ook zijn vordering ten aanzien van de meer gewerkte uren per week heeft tot hetzelfde resultaat geleid omdat die vordering samenhangt met de inschaling en daarmee met de functie-indeling.
Oordeel
De vraag of werknemer al dan niet ontvankelijk is in zijn vordering dient beantwoord te worden aan de hand van de toepasselijke bepalingen uit de cao. Deze luiden:
'INDELING VAN FUNCTIES
Artikel 16
1. […]
2. De indeling van de functie van de werknemer vindt plaats op basis van het meest recente Handboek Functie-indeling voor het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf, dat onderdeel uitmaakt van deze CAO.
3. Bij verschil van mening over de functie-indeling door de werkgever kan de Bedrijfsraad worden verzocht de functie in te delen. Deze indeling van de Bedrijfsraad is bindend. (…).'
Het hof stelt voorop dat partijen zijn gebonden aan deze cao-bepalingen. Het hof gaat er daarbij van uit dat werknemer een georganiseerde werknemer is als bedoeld in artikel 112 cao. Hij heeft dat niet weersproken, terwijl hij reeds als cliënt is bijgestaan door de FNV. Werknemer kan niet worden gevolgd in zijn standpunt dat het woordje ‘kan’ in artikel 16 lid 3 cao betekent dat het voorleggen van het onderhavige geschil omtrent de functie-indeling aan de Bedrijfsraad een optie is en geen verplichting. Artikel 16 lid 2 van de cao bepaalt immers dat de functie-indeling plaatsvindt op basis van het meest recente Handboek Functie-indeling voor het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf, welk Handboek onderdeel uitmaakt van de cao. Ingevolge artikel 112 cao dienen geschillen over uitlegging, toepassing of nakoming van de cao indien het gaat om georganiseerde werknemers en werkgevers voorgelegd te worden aan de Bedrijfsraad alvorens de beslissing van derden daarover te vragen. Dit betekent dat het geschil tussen partijen over de functie-indeling valt onder de reikwijdte van artikel 112 cao. Deze bepaling is ondubbelzinnig en niet voor tweeërlei uitleg vatbaar, ook niet gezien in samenhang met de overige bepalingen in de cao. Het hof verklaart werknemer niet-ontvankelijk in hetgeen hij in hoger beroep vordert.