Naar boven ↑

Rechtspraak

SAM Recruitment Netherlands B.V. /werknemer
Gerechtshof Amsterdam, 13 november 2018

SAM Recruitment Netherlands B.V. /werknemer

Kort geding. Werknemer wordt in verhouding tot het belang van werkgever bij handhaving van het concurrentiebeding onbillijke benadeeld. Werkgever heeft onvoldoende toegelicht dat de kennis en informatie waarover werknemer beschikt bedrijfsgevoelige informatie betreft die DIQQ een ongeoorloofde voorsprong verschaft in de concurrentiestrijd.

Feiten

SAM Recruitment Netherlands B.V. (hierna: SAM) houdt zich bezig met recruitment van professionals in de sales- en marketingbranche. SAM is onderdeel van de Ambitious People Group B.V. (hierna: APG). Onder APG vallen diverse zusterondernemingen, waaronder: Ardekay Recruitment Netherlands B.V. en Ardekay Interim Solutions B.V. (hierna samen Ardekay te noemen). Ardekay richt zich op het rekruteren van professionals werkzaam in de IT-branche. Werknemer is in april 2015 bij SAM in dienst getreden en vervulde laatstelijk de functie van Principal Recruitment Consultant. In de schriftelijke arbeidsovereenkomst is een geheimhoudingsbeding, een concurrentie-, een relatie-, en een non-sollicitatiebeding opgenomen. Werknemer is vanaf 1 april 2018 feitelijk werkzaam bij DIQQ B.V. (hierna: DIQQ). DIQQ is met toestemming en onder strikte voorwaarden van APG opgericht door X. X is gedurende de periode van 1 juni 2013 tot 1 september 2016 in dienst geweest van Ardekay. Bij brief van 17 april 2018 heeft SAM zich op het standpunt gesteld dat werknemer in strijd met het concurrentiebeding heeft gehandeld door per 1 april 2018 bij DIQQ in dienst te treden althans voor DIQQ werkzaamheden te verrichten en is werknemer gesommeerd om zijn dienstverband met DIQQ te beëindigen en boetes ten bedrage van € 10.000 uiterlijk op 19 april 2018 voor 18:00 uur aan SAM te voldoen. In eerste aanleg heeft werknemer primair gevorderd dat het tussen partijen bestaande concurrentiebeding per 1 april 2018 geheel dan wel gedeeltelijk wordt geschorst zodat het hem is toegestaan in dienst te treden bij DJQQ totdat in een bodemprocedure anders is beslist. Bij het bestreden vonnis heeft de kantonrechter het concurrentiebeding tussen partijen per 1 april 2018 geschorst, zodat het werknemer is toegestaan bij DIQQ in dienst te treden totdat in een bodemprocedure anders is beslist. Tegen dit oordeel komt SAM op in hoger beroep.

Oordeel

De beoordeling van de vordering van werknemer betreft in de kern de vraag of werknemer in verhouding tot het belang van SAM bij handhaving van het concurrentiebeding onbillijk benadeeld wordt. Het hof beantwoordt die vraag voorshands bevestigend. Omdat SAM ‘en de aan haar gelieerde ondernemingen, zowel op dit moment als in de toekomst’ in het concurrentiebeding als ‘Werkgever’ zijn gedefinieerd is de reikwijdte van het onderhavige concurrentiebeding verstrekkend. Naar het oordeel van het hof heeft SAM onvoldoende toegelicht dat de kennis en informatie waarover werknemer beschikt betreffende SAM en de tot APG behorende ondernemingen, bedrijfsgevoelige informatie betreft die DIQQ een ongeoorloofde voorsprong verschaft in de concurrentiestrijd met Ardekay. Ten aanzien van de inhoud van die kennis en informatie heeft SAM zich voornamelijk beperkt tot het hanteren van algemene bewoordingen zonder daarbij te concretiseren wat die specifieke kennis inhoudt en waarom die kennis als bedrijfsgevoelige informatie heeft te gelden. Het hof acht voldoende aannemelijk dat werknemer door zijn indiensttreding bij DIQQ zijn positie heeft kunnen verbeteren. Daarvoor zijn niet alleen zijn arbeidsvoorwaarden bij indiensttreding van DIQQ maar is tevens zijn toekomstig perspectief op verbetering daarvan van belang. Dat die verbetering zich in aanmerkelijke mate heeft verwezenlijkt, blijkt uit vergelijking van de loonstroken van SAM en DIQQ van het basissalaris per maand. Dat werknemer als Senior Recruitment Consultant inmiddels ook meer had kunnen verdienen bij SAM, acht het hof niet van belang omdat niet gesteld of aannemelijk geworden is dat SAM die mogelijkheid door middel van een concreet aanbod aan werknemer in het vooruitzicht had gesteld. In dit kader is tevens van belang dat werknemer heeft toegelicht dat hij het hem door SAM voorgehouden carrièreperspectief van benoeming tot Senior Recruitment Consultant niet aantrekkelijk vond omdat hij zich volledig wilde richten op recruitment en niet op een aansturende rol in dat kader. Afweging van de hiervoor besproken belangen van partij en voert ook het hof tot het voorlopige oordeel dat werknemer onbillijk wordt benadeeld door het concurrentiebeding voor zover dat beding hem verbiedt in dienst te treden bij DIQQ. Hetgeen partijen verder naar voren hebben gebracht is van onvoldoende belang omdat dat geen verandering kan brengen in bovenstaande afweging. Het hof acht voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure in die zin zal worden geoordeeld. Het hof onderschrijft daarom de beslissing van de kantonrechter.