Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 27 november 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:4876
Vennootschap 1/Vennootschap 2
Feiten
X (vennootschap) is sinds 1 juni 1995 statutair bestuurder van Y. Bestuurder van X is Z. Tussen Y en X is een managementovereenkomst gesloten. Partijen zijn daarin (kort samengevat) overeengekomen dat X een managementvergoeding ontvangt van € 60.000 per jaar exclusief btw. Op 29 juni 2017 is een koop-verkoopovereenkomst gesloten betreffende de verkoop van alle aandelen die het geplaatst kapitaal van Y vertegenwoordigen. De overdracht van de aandelen is op 14 juli 2017 voltooid. Op 17 juli 2017 is een Bijzondere Algemene Vergadering van aandeelhouders van Y gehouden, waarbij X met onmiddellijke ingang als bestuurder van Y is ontslagen. Per dezelfde datum is Z afgesloten van zijn zakelijke e-mailaccount. Bij aandeelhoudersbesluit genomen buiten vergadering is X op 21 november 2017 ontslagen als statutair bestuurder van Y. De voorzieningenrechter heeft Y geboden om X toegang te verlenen tot de onderneming en de systemen van X, alsmede X toegang te verlenen tot de persoonlijke e-mailaccount van Z, Y veroordeeld om aan X de managementvergoeding te betalen. Y heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
Oordeel
Met de voorzieningenrechter en op de door hem in het vonnis vermelde grond is het hof van oordeel dat ten tijde van de gevorderde voorziening onder I (toegang tot de onderneming en mail) spoedeisend belang bestond. Naar het oordeel van het hof heeft X echter onvoldoende gesteld om een spoedeisend belang ten aanzien van de vorderingen II en III (betaling managementvergoeding) aan te kunnen nemen. Door X is niet weersproken dat zij een som van € 800.000 heeft verkregen voor de verkochte aandelen, dat Z recht heeft op een AOW-uitkering en heeft voorzien in andere (pensioen)inkomsten. Gelet hierop komt het hof op dit punt niet toe aan de behandeling hiervan. Tussen partijen staat vast dat X (in ieder geval) op 21 november 2017 rechtsgeldig is ontslagen als statutair bestuurder. De voorzieningenrechter heeft in het bestreden vonnis geoordeeld dat gelet op de statuten van Y sprake was van schending van een voorschrift als bedoeld in artikel 2:14 lid 2 BW, omdat voordat de aandeelhouders een rechtsgeldig besluit konden nemen een handeling als vereiste is gesteld waaraan niet is voldaan, namelijk het horen van de directeuren. Het hof stelt voorop dat artikel 16 lid 4 van de statuten de aandeelhoudersvergadering van Y de bevoegdheid geeft om tot het ontslag van de statutair bestuurder te besluiten. Vast staat in dit geval dat voorafgaand aan de aandeelhoudersvergadering niet de oproepingstermijn van veertien dagen in acht is genomen en dat evenmin de te behandelen onderwerpen zijn vermeld. Volgens artikel 2:227 lid 7 BW heeft de bestuurder het recht om zijn raadgevende stem in de aandeelhoudersvergadering te geven en vast staat dat dit niet is gebeurd. Naar het oordeel van het hof gaat het bij de bedoelde schending van wettelijke en statutaire bepalingen om bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen als bedoeld in artikel 2:15 lid 1 sub a BW, waarbij geen sprake is van een schending als bedoeld in artikel 2:14 lid 2 BW. Aldus is sprake van een vernietigbaar (ontslag)besluit. Het horen van de directeur over zijn ontslag tijdens de aandeelhoudersvergadering vindt zijn grondslag in artikel 2:8 BW. Buitengerechtelijke vernietiging is niet mogelijk. Dit betekent dat op en na 17 juli 2017 sprake is geweest van een weliswaar vernietigbaar maar niet vernietigd en daarom vooralsnog als geldig te beschouwen ontslagbesluit, zodat (ook) de vordering onder I in eerste aanleg ten onrechte is toegewezen. Het hof vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijs de vorderingen van X af.