Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Noord-Kennemerland/West-Friesland (Horizon)
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 13 november 2018
ECLI:NL:RBNHO:2018:10487

werknemer/Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Noord-Kennemerland/West-Friesland (Horizon)

Examenfraude door docent levert dringende reden voor ontslag op staande voet op en is tevens aan te merken als ernstig verwijtbaar handelen.

Feiten

Werknemer is sinds 1 maart 1990 in dienst bij Horizon College (hierna: Horizon), laatstelijk in de functie van docent LC. Op 17 juli 2018 is werknemer door Horizon op staande voet ontslagen omdat werknemer zich bij een examen op 10 juli 2018 schuldig heeft gemaakt aan examenfraude en plichtsverzuim, doordat werknemer zich niet aan het examenreglement heeft gehouden, aan alle examenkandidaten direct heeft meegedeeld dat zij geslaagd waren terwijl dit niet daadwerkelijk het geval was en werknemer bij drie examenkandidaten wijzigingen in de antwoorden heeft aangebracht teneinde de kandidaten alsnog te laten slagen en die examens heeft ingeleverd als zijnde gemaakt door de kandidaten. Werknemer verzoekt primair vernietiging van het ontslag op staande voet en doorbetaling van het loon omdat geen sprake is van een dringende reden en omdat het ontslag niet onverwijld is gegeven. Subsidiair verzoekt werknemer Horizon te veroordelen tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, een billijke vergoeding en een transitievergoeding.

Oordeel

Onverwijld gegeven ontslag op staande voet

Naar het oordeel van de kantonrechter is het ontslag op staande voet onverwijld gegeven. Immers, pas op dinsdag 17 juli 2018 is, door de erkentenis van werknemer, vast komen te staan dat hij zich schuldig had gemaakt aan examenfraude en vervolgens is hij diezelfde dag ontslagen. De tijd tussen het eerste signaal van mogelijk fraude op 12 juli 2018 en het ontslag op staande voet op 17 juli 2018 is door Horizon gebruikt om noodzakelijk onderzoek te doen, en ook daarin is voortvarend gehandeld.

Dringende reden voor ontslag op staande voet

Naar het oordeel van de kantonrechter is de examenfraude een zodanig ernstige schending van zijn verplichtingen en taken als docent, dat dit een dringende reden oplevert die ontslag op staande voet rechtvaardigt. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat examenfraude raakt aan de kerntaken van een docent en dat juist ook bij het afnemen van examens hoge eisen mogen worden gesteld aan de integriteit en betrouwbaarheid van een docent. De fraude moet temeer zwaar worden aangerekend aan werknemer, omdat die fraude de studenten dupeert en de reputatie van Horizon beschadigt. Het kan werknemer des te meer worden aangerekend omdat werknemer ermee bekend was dat Horizon zich in de afgelopen jaren juist heeft ingespannen om de kwaliteit en de borging van examens te verbeteren. Dat werknemer de examenfraude in een opwelling heeft gepleegd en niet uit eigen belang, doet niet af aan de aard en ernst van de gedraging. De kantonrechter is van oordeel dat de persoonlijke omstandigheden van werknemer niet opwegen tegen de aard en de ernst van de dringende reden.

Ernstig verwijtbaar handelen

Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het bij ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer gaat om gevallen waarin de werknemer zich schuldig maakt aan bedrog waardoor hij het vertrouwen van de werkgever onwaardig wordt, in strijd met kenbare gedragsregels geld leent uit de bedrijfskas wat leidt tot een vertrouwensbreuk, of op oneigenlijke wijze probeert zijn productiecijfers gunstiger voor te stellen. De feiten en omstandigheden zijn van dien aard dat, mede gezien de voorbeelden genoemd in de wetsgeschiedenis, het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van handelen of nalaten van de werknemer dat als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt. Dat betekent dat de transitievergoeding niet verschuldigd is en ook het subsidiaire verzoek van werknemer zal worden afgewezen. De kantonrechter ziet ook geen reden om te oordelen dat het niet toekennen van de transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.