Naar boven ↑

Rechtspraak

De vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Algemene Centrale van Overheidspersoneel FNV, de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Ambtenarencentrum, de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Algemene Federatie van Militair Personeel, de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Marechausseevereniging, de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Vakbond voor Burger en Militair defensiepersoneel (VBM) en de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Algemeen Christelijke Organisatie van Militairen/de Staat der Nederlanden (Ministerie van Defensie en Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)

Volgens de kantonrechter is duidelijk dat de eindloonregeling voor militairen zou worden omgezet in een middelloonregeling. De bonden hebben die afspraken ondertekend en van hen kon verwacht worden dat zij begrepen dat de pensioenregeling per 1 januari 2019 zou en moest veranderen.

Feiten

Defensie heeft in het verleden als werkgever van de militairen voor de opbouw van het pensioen een eindloonregeling afgesproken. Op 24 november 2017 ondertekenen de staatssecretaris van Defensie en de centrales van overheidspersoneel een akkoord over een pakket maatregelen in het kader van het arbeidsvoorwaardenbeleid voor de sector Defensie. Sociale partners onderhandelen vervolgens over een overstap van eindloon naar middelloon vanaf 1 januari 2019. Het van dat overleg op 20 augustus 2018 bereikte onderhandelingsresultaat wordt door de werknemersvertegenwoordigers bij het overleg aan hun achterban voorgelegd. De achterban wijst het bereikte onderhandelingsresultaat af. Defensie laat op 21 november 2018 aan de bij het sectoroverleg betrokken partijen weten dat per 1 januari 2019 voor de berekening van het pensioen van militairen de middelloonregeling zal gelden. ABP, de pensioenuitvoerder, deelt partijen mede dat vanaf 2019 voor militairen de eindloonregeling niet meer geldt en dat ABP vanaf 2019 een tijdelijke basisregeling voor militairen op basis van een middelloonregeling zal toepassen voor het pensioen van militairen. De bonden vorderen in dit kort geding de pensioenregeling voor militairen als een eindloonregeling onder te brengen bij ABP.

Oordeel

De kern van het geschil is of tussen partijen is overeengekomen dat er voor militairen vanaf 1 januari 2019 een middelloonregeling zal gelden. Volgens de Staat is dat het geval. De Staat beroept zich daarbij op het in 2017 gesloten arbeidsvoorwaardenakkoord. Uit dit arbeidsvoorwaardenakkoord blijkt volgens de Staat duidelijk dat is afgesproken dat de eindloonregeling met ingang van 1 januari 2019 zal worden verlaten, terwijl in 2018 nog een overgangsregeling met een eindloonkarakter zou gelden. Met ingang van 1 oktober 2018 zou tussen partijen overeenstemming zijn bereikt over een structurele pensioenregeling per 1 januari 2019. De bonden betwisten dat dit is overeengekomen. In het arbeidsvoorwaardenakkoord staat weliswaar dat de huidige eindloonregeling zal worden verlaten, maar dat betekent volgens hen nog niet dat daarmee per 1 januari 2019 een middelloonregeling zal gelden. Gelet op de formulering van deze zinsnede kon ook volgens hen voor een gewijzigde eindloonregeling worden gekozen. De kantonrechter kan de bonden daarin niet volgen. In het arbeidsvoorwaardenakkoord staat namelijk duidelijk dat de huidige eindloonregeling zal worden verlaten. Daarbij is geen voorbehoud opgenomen. Als reden daarvoor wordt genoemd dat de huidige eindloonregeling voor militairen onder een steeds grotere financiƫle, beleidsmatige en maatschappelijke druk staat en dat omvorming naar een nieuw pensioenstelsel noodzakelijk is. Vervolgens wordt gesproken over een overgangsregeling voor 2018. Het feit dat van een overgangsregeling wordt gesproken, impliceert dat er na 2018 een andere pensioenregeling zal gaan gelden. Deze nieuwe pensioenregeling, die per 1 januari 2019 zal gaan gelden, zal nog worden uitgewerkt, waarbij het vertrekpunt van denken een middelloonregeling is, zo staat in het arbeidsvoorwaardenakkoord. Als de middelloonregeling het vertrekpunt van denken is, dan is duidelijk dat partijen zijn overeengekomen dat niet meer wordt gesproken over een eindloonregeling vanaf 2019. Gelet op het arbeidsvoorwaardenakkoord is de uitleg van de bonden dat een eindloonregeling per 1 januari 2019 nog tot de mogelijkheden behoorde niet logisch. Het arbeidsvoorwaardenakkoord is door de bonden ondertekend, zodat zij daarmee in ieder geval op het moment van ondertekening akkoord zijn gegaan. Dat hun achterban daar achteraf, na consultatie, kennelijk anders over dacht, maakt dat niet anders. Gelet op voormelde afspraken en de daarbij gegeven redengeving, waarvan niet is gesteld of gebleken dat bij de ondertekening ten aanzien van enig deel daarvan een voorbehoud door een van de betrokken partijen is gemaakt, is naar het oordeel van de kantonrechter aan te nemen dat de bodemrechter, indien daartoe geroepen, zal oordelen dat partijen zijn overeengekomen dat de voor militairen geldende eindloonregeling per 1 januari 2019 zal worden vervangen door een middelloonregeling. De kanonrechter wijst de vordering af.