Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 25 oktober 2018
ECLI:NL:RBROT:2018:10695
werknemer/werkgever
Werknemer vordert in kort geding onder meer om werkgever te veroordelen tot betaling van het achterstallige salaris. De kantonrechter verklaart werknemer niet-ontvankelijk. Gebleken is dat werknemer onderhavige vordering eveneens in een bodemprocedure tegen werkgever aanhangig heeft gemaakt. De kantonrechter te Rotterdam heeft in de bodemprocedure op 31 augustus 2018 een verstekvonnis gewezen (zaaknummer 7125212 \ CV EXPL 18-32622). Niet gesteld noch gebleken is dat werkgever tegen bedoeld verstekvonnis verzet heeft aangetekend. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt daarom niet in te zien welk (nader) spoedeisend belang werknemer heeft bij de onderhavige vordering in kort geding.