Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 24 januari 2019
ECLI:NL:RBDHA:2019:584
X/Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) c.q. Centraal Bureau COA
Feiten
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) c.q. het Centraal Bureau COA (hierna: COA) is verantwoordelijk voor de opvang en begeleiding van asielzoekers. X heeft in de periode van december 2014 tot 1 april 2015 via een uitzendbureau voor het COA gewerkt voor 28 uur per week op de locatie in Gilze en Rijen. X gaf ondersteuning aan de locatiemanager. Het COA heeft voor X een positief getuigschrift opgesteld gedateerd 3 april 2015. Op 25 mei 2015 heeft X een open sollicitatie naar het COA gestuurd voor de functie van Casemanager. Het COA heeft X vervolgens uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek. Aan het eind van het tweede sollicitatiegesprek op 8 december 2015 deelt X mee dat zij zwanger is. Op 9 december 2015 informeert het COA per e-mail naar de ervaring met X. Het antwoord van deze functionaris daarop was: 'Ze functioneerde onvoldoende en ben met haar gestopt.' Vervolgens heeft op 14 december 2015 een telefoongesprek plaatsgevonden tussen het COA en X. Daaruit werd duidelijk dat X niet zou worden aangenomen voor de functie van Casemanager. X heeft het telefoongesprek opgenomen. In dat telefoongesprek is onder meer gesproken over de afwezigheid van X vanwege de zwangerschap in relatie tot het inwerktraject. Na de bevalling neemt X contact met op met het COA. Bij e-mail van 12 augustus 2016 geeft het COA kort samengevat aan dat er op dat moment geen plaats is voor X en dat er sprake was van een personeelsstop. Vervolgens heeft X een klacht ingediend bij het College voor de Rechten voor de Mens. Het College voor de Rechten van de Mens komt tot het oordeel dat het COA jegens X verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van geslacht. X vordert onder meer voor recht te verklaren dat het COA onrechtmatig heeft gehandeld jegens X almede veroordeling van het COA tot het betalen van een vergoeding voor materiële en immateriële schade.
Oordeel
Uit de feiten, en met name de weergave van het door X opgenomen gesprek, volgt naar het oordeel van de kantonrechter dat het COA direct onderscheid heeft gemaakt doordat zij geen arbeidsovereenkomst met X heeft willen sluiten vanwege de zwangerschap van X, hetgeen verboden is onder de AWGB. Uit het feit dat het COA ná het tweede gesprek een interne e-mail heeft gestuurd in verband met twijfel over de geschiktheid en het opleidingsniveau van X volgt niet dat er om die reden geen arbeidsovereenkomst is aangeboden. Uitgaande van de niet weersproken stelling dat het gesprek voorspoedig voor X was verlopen en de door het COA gemaakte opmerking 'Dat maakt het wel anders' na mededeling van X over haar zwangerschap leidt de kantonrechter af dat X aan het einde van het gesprek als kandidaat geschikt werd geacht. Indien dat niet zo zou zijn, is immers niet te verklaren wat de zwangerschap dan 'anders' zou maken. Dat X in beginsel geschikt werd geacht voor de vacature volgt uit het feit dat haar naderhand, nadat het conflict over de afwijzing was gerezen, alsnog een dienstbetrekking is aangeboden. Het moge zo zijn dat dat in het kader van een schikking is gedaan, maar dat het COA dienstbetrekkingen aanbiedt aan personen die zij daarvoor ongeschikt acht, is naar het oordeel van de kantonrechter niet aannemelijk te achten. Bij de bepaling van de hoogte van de schade dient te worden uitgegaan van een aantal veronderstellingen, zoals de te verwachten duur van het dienstverband, indien dat X (wel) zou zijn aangeboden. Vanwege het feit dat de opleiding tot Casemanager ongeveer een half jaar duurt, acht de kantonrechter een arbeidsduur van één jaar aannemelijk voor de bepaling van de materiēle schade. Het COA heeft gemotiveerd onderbouwd dat de asielverzoeken in die tijd in aantal terugliepen, zodat niet ondenkbaar is dat het dienstverband na een jaar niet zou zijn verlengd. Voor de bepaling van de immateriële schade heeft het COA naar het oordeel van de kantonrechter terecht aangevoerd dat een onderbouwing van de psychische schade ontbreekt. De door X gestelde klachten laten zich samenvatten als een sterk psychisch onbehagen en een 'gekwetst gevoel'.