Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgever h.o.d.n. Taxi Broos
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 30 januari 2019
ECLI:NL:RBNHO:2019:687

werkneemster/werkgever h.o.d.n. Taxi Broos

In de ontslagbrief is niet gesteld dat iedere aangevoerde dringende reden op zichzelf al voldoende reden was voor ontslag. Dringende redenen zijn op zichzelf niet voldoende voor een ontslag op staande voet.

Feiten

Werkneemster is op 1 april 2018 voor bepaalde tijd in dienst getreden bij werkgever. Partijen hebben op 14 juli 2018 gesproken over het naleven van de regels voor rijtijden, problemen rondom het werkrooster en het gedrag van werkneemster. Op 14 november 2018 heeft werkneemster zich ziek gemeld. De bedrijfsarts heeft vastgesteld dat werkneemster overbelast was en tijd nodig had om zaken op een rijtje te krijgen. Werkneemster is op 26 november 2018 op staande voet ontslagen. Als dringende reden voor het ontslag heeft werkgever genoemd dat werkneemster onbereikbaar was tijdens haar ziekteverzuim, zij zich niet heeft gehouden aan het ziekteverzuimreglement en aan de redelijke voorschriften om het loon vast te stellen. Daarnaast wordt vermeld dat is gebleken dat werkneemster elders aan het werk was tijdens haar ziekte en zij daardoor de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst en de cao Taxivervoer heeft geschonden, waarin een verbod is opgenomen om zonder toestemming van de werkgever binnen en buiten de taxibranche werkzaam te zijn. Tot slot zijn de omstandigheden zoals die zijn weergegeven in het gespreksverslag van 14 juli 2018 als dringende redenen genoemd. Werkneemster verzoekt onder meer om het ontslag op staande voet te vernietigen en werkgever te veroordelen tot doorbetaling van het loon.

Oordeel

Werkgever heeft meerdere feiten en omstandigheden als dringende reden voor het ontslag op staande voet medegedeeld aan werkneemster. De door werkgever genoemde onbereikbaarheid tijdens ziekte is niet vast komen te staan. De omstandigheden in het gespreksverslag van 14 juli 2018 kunnen nimmer een dringende reden opleveren, nu deze te lang geleden hebben plaatsgevonden. Wel neemt de kantonrechter als vaststaand aan dat werkneemster tijdens haar ziekte elders heeft gewerkt. Uit een geluidsopname blijkt dat werkneemster zich, in ieder geval op 26 november 2018, tegen een derde presenteerde als een medewerker van een sportschool. Dit levert naar het oordeel van de kantonrechter echter geen schending op van de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst en de cao. In de arbeidsovereenkomst is namelijk afgeweken van de cao en hierin is opgenomen dat werkneemster niet elders werkzaam mag zijn binnen de vervoersbranche. Werken bij een sportschool valt hier niet onder. Werkgever heeft toegelicht dat het hem erom gaat dat werkneemster heeft gelogen over haar werkzaamheden en haar re-integratie heeft belemmerd doordat ze zegt ziek te zijn, maar tegelijkertijd niet meldt dat ze bij een sportschool werkt. Hoewel de kantonrechter volgt dat werkneemster geen open kaart heeft gespeeld over haar nevenwerkzaamheden, is dit niet door werkgever aan haar medegedeeld als dringende reden en kan dit fiet daarom bij de beoordeling van het ontslag op staande voet geen rol spelen. Ook het feit dat werkneemster niet bij de bedrijfsarts heeft gemeld dat zij bij de sportschool werkte, kan geen dringende reden voor ontslag op staande voet zijn, nu het niet nakomen van verplichtingen in het kader van ziekte en re-integratie door werknemer op zichzelf geen ontslag op staande voet kan rechtvaardigen. Werkgever heeft ook niet gesteld en aannemelijk gemaakt dat hij werkneemster alleen vanwege het niet open kaart spelen en de belemmering van de re-integratie op staande voet zou hebben ontslagen. Dit kon voor werkneemster ook niet duidelijk zijn geweest, nu in de ontslagbrief niet is gesteld dat iedere door hem aangevoerde dringende reden op zichzelf al voldoende reden was voor ontslag. Het ontslag op staande voet kan dan ook niet standhouden en wordt vernietigd. Nu het ontslag wordt vernietigd heeft werkneemster recht op doorbetaling van loon.