Naar boven ↑

Rechtspraak

vennoten/X
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 5 februari 2019
ECLI:NL:RBAMS:2019:526

vennoten/X

De kantonrechter oordeelt dat sprake is van een gemengde overeenkomst doordat het ‘leasecontract’ kenmerken bevat van een arbeidsovereenkomst. De ‘leasebepalingen’ zijn niet in strijd met dwingendrechtelijke bepalingen van het arbeidsrecht.

Feiten

VOF is een inmiddels opgeheven vennootschap onder firma opgericht door een tweetal vennoten. VOF en X hebben een schriftelijke overeenkomst gesloten met de vermelding ‘Leasecontract’. Op grond van die overeenkomst leasde X van VOF een personenauto voor het uitvoeren van chauffeurswerkzaamheden voor Uber. De overeenkomst ging vergezeld van een ‘checklist’ die enkele verplichtingen voor X bevatte. In februari en maart 2017 zijn boetes opgelegd vanwege snelheidsovertredingen die X met de auto heeft begaan. Voor deze snelheidsovertredingen zijn boetes opgelegd aan VOF (de kentekenhouder van de auto). Bij de laatste snelheidsovertreding in maart 2017 is ook het rijbewijs van X ingevorderd. Vervolgens heeft X zijn leasecontract met VOF opgezegd. VOF heeft aan X een factuur toegezonden voor het bedrag van € 4.406,86. Op die factuur wordt aan X in rekening gebracht: drie boetes, achterstallige leasetermijnen en kosten voor afwikkeling van de leaseovereenkomst. De vennoten van VOF vorderen dat X wordt veroordeeld tot betaling van € 4.406,86. Volgens het verweer van X is de overeenkomst die tussen partijen is gesloten een arbeidsovereenkomst. De verschuldigdheid aan de vennoten van VOF van de leasetermijnen voor een auto waarmee X als werknemer zijn werkzaamheden verrichtte en die hij niet voor privédoeleinden mocht gebruiken, is volgens X in strijd met goed werkgeverschap.

Oordeel

De kantonrechter overweegt dat de overeenkomst die partijen hebben gesloten afspraken omvat met betrekking tot de lease van een auto door X. In de schriftelijke overeenkomst en de checklist die bij de overeenkomst hoort en die eveneens door X is ondertekend, zijn ook afspraken vastgelegd die de reikwijdte van een leaseovereenkomst met betrekking tot een auto te buiten gaan. In de checklist is vastgelegd dat X niet de vrijheid heeft om te bepalen waarvoor hij de auto gebruikt. Hij moet de auto gebruiken voor het verrichten van Uber-chauffeurwerkzaamheden. De lease van de auto hangt blijkens de overeenkomst rechtstreeks samen met het verrichten van die chauffeurswerkzaamheden. Als X namelijk stopt met die chauffeurswerkzaamheden eindigt ook het leasecontract. Hij mag de auto niet met een ander delen en moet de chauffeurswerkzaamheden dus zelf verrichten. Ook ten aanzien van de wijze waarop hij de chauffeurswerkzaamheden moet verrichten heeft VOF in de overeenkomst verplichtingen aan X opgelegd: de kwaliteit dient hoog in het vaandel te staan en zowel Uber als VOF mag van X verwachten dat hij begrijpt dat een goede rating voor al zijn ritten van belang is om blijvend klanten te kunnen vervoeren en geld te verdienen. Op grond van de overeenkomt ontvangt X van VOF vergoeding en betaling van de Uber-ritten die hij met de auto heeft verricht. Dit alles maakt dat de overeenkomst niet uitsluitend een leaseovereenkomst is, maar ook kenmerken heeft van een arbeidsovereenkomst. De overeenkomst heeft dan ook een gemengd karakter, waarvan de onderdelen één onderling samenhangend geheel vormen. In artikel 6:215 BW is bepaald dat de bepalingen in een gemengde overeenkomst naast elkaar van toepassing zijn, 'behoudens voor zover deze bepalingen niet wel verenigbaar zijn of de strekking daarvan in verband met de aard van de overeenkomst zich tegen toepassing verzet'. Dat betekent dat het gemengde karakter van een overeenkomst niet automatisch tot het gevolg leidt dat het arbeidsrechtelijke onderdeel van die overeenkomst prevaleert en dat het deel van de overeenkomst met betrekking tot de lease van de auto dus geheel buiten toepassing dient te blijven. Alleen wanneer de rechtsregels niet naast elkaar toepasbaar zijn, prevaleren op grond van artikel 7:610 lid 2 BW de bepalingen van Boek 7, titel 10 BW. Niet gebleken is dat sprake zou zijn van concrete feiten of omstandigheden waaruit kan volgen dat in dit geval de rechtsregels met betrekking tot het element 'arbeid' en het element 'lease' in de overeenkomst niet naast elkaar van toepassing kunnen zijn. Het voorgaande leidt ertoe dat de gevorderde leasetermijnen door X verschuldigd zijn. De kantonrechter wijst de vordering dan ook toe.