Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 26 februari 2019
ECLI:NL:RBDHA:2019:1991

werknemer/werkgever

Ontslag op staande voet van een werknemer die zichzelf tijdens werktijd op een bedrijfstoilet bevredigt en daarvan een filmpje stuurt aan een collega (sexting), is rechtsgeldig gegeven.

Feiten

Werknemer is op 24 augustus 2016 als uitzendkracht werkzaamheden gaan verrichten bij werkgever en heeft vervolgens omstreeks 28 november 2018 het aanbod van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd van werkgever aanvaard. Op 28 november 2018 heeft de afdeling Corporate Security Investigations (hierna: CSI) een melding ontvangen van een collega. Naar aanleiding van die melding is CSI een onderzoek gestart en heeft zij de collega en werknemer gehoord. Tijdens of na afloop van het gesprek heeft werkgever aan werknemer te kennen gegeven dat de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang wordt opgezegd. Het ontslag op staande voet is per brief van 30 november 2018 aan werknemer bevestigd. Werknemer verzoekt in het incident de werkgever te veroordelen tot betaling van het loon vanaf 1 december 2018 tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig ten einde komt en in de hoofdzaak om de opzegging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen.

Oordeel

Tussen partijen staat niet ter discussie dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst onverwijld is meegedeeld. Ten aanzien van de aan het ontslag ten grondslag liggende dringende reden staat het in deze procedure vast dat werknemer op 16 mei 2018 – tijdens werktijd – op het toilet van het bedrijfspand van werkgever een filmpje heeft gemaakt waarop te zien is hoe hij zichzelf bevredigt. Dit filmpje heeft werknemer kort daarna verstuurd via Snapchat aan zijn collega. De collega heeft dit filmpje opgeslagen en heeft op 28 november 2018 bij werkgever melding gemaakt van grensoverschrijdend gedrag van werknemer. In het kader van het onderzoek dat vervolgens heeft plaatsgevonden, heeft werkgever (onder andere) kennis genomen van het bestaan en de inhoud van het desbetreffende filmpje. De hiervoor besproken gedraging levert naar het oordeel van de kantonrechter een dringende reden op voor het aan werknemer gegeven ontslag op staande voet. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft werknemer niet als een goed werknemer gehandeld en kan van werkgever in redelijkheid niet verwacht worden hem langer in dienst te houden of nemen. Hij heeft onder werktijd seksuele handelingen verricht, op kantoor, en de daarvan gemaakte beelden aan een collega gestuurd. Door de beelden tijdens werktijd naar een collega te sturen, is er geen sprake meer van louter privégedrag maar zijn de beelden uit de privésfeer op de werkvloer gekomen. De collega heeft door deze handelwijze onder werktijd pornografische beelden onder ogen gekregen. Het is bij werkgever verboden obscene sites te bezoeken; dan is het zelf maken en aan een collega sturen van een obsceen filmpje eveneens verboden. De persoonlijke omstandigheden van werknemer – een relatief gezien jonge man die slechts twee jaar werkzaamheden heeft verricht voor werkgever – staan aan een rechtsgeldig gegeven ontslag op staande voet niet in de weg. Van een buitenproportionele ernstige sanctie is evenmin sprake. Of hij al dan niet een uitkering zal ontvangen staat in deze procedure niet ter beoordeling. Anders dan werkgever heeft gesteld, is echter geen sprake van seksuele intimidatie door werknemer. Blijkens zijn verklaring was er sprake van een consensuele, seksuele relatie tussen hem en de collega en heeft de collega hem eveneens erotische foto’s gestuurd. Een en ander leidt tot de slotsom dat de arbeidsovereenkomst op 30 november 2018 rechtsgeldig is beëindigd. Het verzoek van werknemer dat ontslag te vernietigen, wordt dan ook afgewezen. Nu in deze beschikking al een beslissing wordt gegeven op de verzoeken van werknemer is er geen reden meer om met toepassing van artikel 223 Rv een voorlopige voorziening te treffen. Een voorlopige voorziening op grond van dat artikel kan immers alleen worden getroffen voor de duur van het geding. Werknemer zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.