Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 5 december 2018
ECLI:NL:RBDHA:2018:16011
werkneemster/werkgever c.s.
Feiten
Op 1 mei 2012 heeft een ongeval plaatsgevonden waarbij werkneemster letsel heeft opgelopen. Werkneemster was op de dag van het ongeval in dienst bij werkgever en in haar functie werkzaamheden aan het verrichten in de aan werkgever toebehorende strandtent. Werkneemster kreeg tijdens het verrichten van deze werkzaamheden plotseling een enorm stekende pijn in haar rechtervoet. Werkneemster is daarop naar het ziekenhuis gegaan, alwaar zij is opgenomen en vervolgens tweemaal is geopereerd. NN heeft de aansprakelijkheid afgewezen. Werkneemster verzoekt bij wijze van deelgeschil te bepalen dat werkgever aansprakelijk is voor de geleden en nog te lijden schade en voor recht te verklaren dat NN gehouden is de schade te vergoeden.
Oordeel
Ontvankelijkheid
Werkgever c.s. heeft aangevoerd dat niet voldaan is aan de klacht ex artikel 6:89 BW aangezien werkneemster pas drie jaren na het ongeval jegens werkgever heeft geuit dat zij zou zijn gevallen als gevolg van een oneffen vloer. De kantonrechter gaat er, mede gelet op het arrest van de Hoge Raad van 8 februari 2013 (ECLI:NL:HR:2013:BY4600), van uit dat de klachtplicht ook van toepassing is op situaties waarin personenschade is ontstaan tijdens werkzaamheden waarop een arbeidsovereenkomst van toepassing is. Het bedrijfsongeval dateert van 1 mei 2012 en eerst bij brief van 3 oktober 2014 is werkgever aansprakelijk gesteld door werkneemster. Werkneemster heeft daarover gesteld dat zij tot 26 augustus 2014 in de veronderstelling verkeerde dat haar letsel was ontstaan door de contrefort van de sneakers die zij op de dag van het ongeval droeg. Toen eenmaal bleek dat dit niet de oorzaak van het letsel was, heeft zij werkgever binnen twee maanden aansprakelijk gesteld. De kantonrechter is van oordeel dat werkneemster niet te laat heeft geklaagd. Werkneemster heeft immers op goede gronden in de veronderstelling verkeerd dat de schade was veroorzaakt door de contrefort van de sneaker en zij is – toen haar duidelijk werd dat dit niet de oorzaak was – binnen twee maanden overgegaan tot aansprakelijkstelling. Derhalve is werkneemster ontvankelijk in haar verzoek.
Aansprakelijkheid
Partijen twisten over de vraag wat de oorzaak van het ongeval is. Volgens werkneemster is haar letsel ontstaan doordat zij ten gevolge van een gebrekkige werkvloer haar voet heeft verzwikt, waarbij een steakmes van een dienblad is gevallen, haar sneaker heeft doorboord en in haar voet terecht is gekomen. Werkgever c.s stelt zich op het standpunt dat het letsel is ontstaan ten gevolge van de contrefort van de sneaker. De kantonrechter is op basis van het beschikbare bewijsmateriaal van oordeel dat het letsel is veroorzaakt door de contrefort van de sneaker. Daartoe is het volgende doorslaggevend. Werkneemster zelf heeft aan de artsen verklaard dat zij haar voet had verzwikt. Het zijn de behandelend artsen geweest die naar aanleiding van hun onderzoek hebben geconcludeerd dat het letsel is veroorzaakt door de contrefort van de sneaker. Dit blijkt ook uit de overige medische stukken. Uit niets blijkt dat het letsel is veroorzaakt door een steakmes. Dat het letsel, een incisie, ook had kunnen ontstaan door enkel een verzwikking is gesteld noch gebleken en overigens onaannemelijk. Voor zover er al sprake is geweest van een verzwikking ten gevolge van een oneffenheid in de werkvloer, geldt bovendien het volgende. De onderhavige strandtent is een seizoensstrandtent die in het voorjaar wordt opgebouwd en in het najaar wordt afgebroken. Het is een feit van algemene bekendheid dat tijdelijke strandtenten zijn voorzien van houten vloeren die oneffenheden kunnen bevatten. Gesteld noch gebleken is dat er ooit is geklaagd door werknemers of bezoekers over gebreken aan de vloer van de strandtent. Bovendien brengt de enkele omstandigheid dat er een oneffenheid in de vloer aanwezig is niet direct mee dat sprake is van een gebrekkige vloer. Maar zelfs wanneer de kantonrechter er van uitgaat dat werkneemster haar voet heeft verzwikt ten gevolge van een oneffenheid van de vloer dan nog komt de kantonrechter niet toe aan toewijzing van het verzoek omdat de geleden schade niet in een zodanig verband staat met de geschonden zorgplicht van werkgever dat die schade aan hem kan worden toegerekend. Het opgetreden letsel is immers veroorzaakt door een gebrek in de sneaker en als zodanig zo uitzonderlijk dat zij niet aangemerkt kan worden als voorzienbare schade ten gevolge van een oneffenheid van de werkvloer van de strandtent. Gezien het voorgaande zal de kantonrechter het verzoek van werkneemster afwijzen.