Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/BonTrans B.V.
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 6 december 2018
ECLI:NL:RBLIM:2018:11574

werknemer/BonTrans B.V.

Dat werknemer buiten medeweten en onder werktijd bezig was met de oprichting van een concurrerende onderneming, terwijl BonTrans in de veronderstelling verkeerde dat werknemer zijn onderneming zou overnemen getuigt niet van goed werknemerschap en levert een dringende reden ex artikel 7:678 BW op.

Feiten

Werknemer is op 1 juli 1998 bij BonTrans in dienst getreden, laatstelijk in de functie van boekhouder. Partijen zijn, samen met voormalig collega X, in gesprek geweest over een mogelijke overname van BonTrans door werknemer en collega X. Partijen konden geen overeenstemming bereiken over het in dat kader te sluiten geheimhoudingsbeding. Werknemer en collega X hebben op 26 juni en 4 juli 2018 (bedrijfs)panden bezichtigd. Werknemer is op 6 juli 2018 op staande voet ontslagen. Werknemer heeft berust in het ontslag op staande voet. De arbeidsovereenkomst tussen partijen is per 6 juli 2018 geëindigd. Werknemer vordert BonTrans te veroordelen om aan hem de transitievergoeding, de billijke vergoeding, de gefixeerde schadevergoeding en de eindafrekening te betalen. Bij wijze van zelfstandig verzoek verzoekt BonTrans werknemer te veroordelen om aan haar de gefixeerde schadevergoeding te betalen.

Oordeel

De dringende reden die is meegedeeld en dus moet worden beoordeeld, is blijkens de ontslagbrief van 6 juli 2018 dat werknemer zonder toestemming van de directeur van BonTrans gevoelige en persoonlijke (bedrijfs)informatie (salariskosten van de directeur van BonTrans, diens echtgenote en zoon) heeft doorgespeeld aan derden (onder andere aan collega X) en misbruik heeft gemaakt van de kennis die werknemer had vanuit zijn functie als boekhouder alsmede van het in hem gestelde vertrouwen. BonTrans benoemt voorts dat werknemer betrokken zou zijn geweest bij een plan om een alternatief concurrerend bedrijf op te zetten. De kantonrechter is van oordeel dat werknemer ook op andere wijze zijn plichten uit hoofde van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst grovelijk heeft veronachtzaamd. Partijen zijn ingevolge artikel 7:611 BW verplicht zich als een goed werkgever en goed werknemer te gedragen. Uit de vele in het geding gebrachte e-mails blijkt dat werknemer buiten medeweten en veelal onder werktijd, bezig was met de oprichting van een voor BonTrans concurrerende onderneming, terwijl met BonTrans onderhandelingen gaande waren in het kader van een overname van BonTrans door (onder andere) werknemer. Werknemer was met (in ieder geval) collega X bezig een eigen voor BonTrans concurrerende onderneming te starten. Dit getuigt niet van goed werknemerschap. Naar het oordeel van de kantonrechter levert het complex van voornoemde feiten en omstandigheden een dringende reden als bedoeld in artikel 7:678 BW op. De kantonrechter acht dit handelen zodanig ernstig dat BonTrans in redelijkheid kon beslissen dat van haar niet kon worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Het vorenstaande brengt met zich dat naar het oordeel van de kantonrechter BonTrans de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd. Nu geen sprake is van een opzegging in strijd met artikel 7:671 BW, is er ook geen grond om toepassing te geven aan artikel 7:681 lid 1 BW. De gevorderde billijke vergoeding en de vergoeding op grond van onregelmatige opzegging worden afgewezen. Omdat in casu sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van werknemer, kan ook geen transitievergoeding aan hem worden toegekend. De vordering om BonTrans te veroordelen aan werknemer de eindafrekening te betalen onder overlegging van een deugdelijke bruto/nettospecificatie kan in beginsel worden toegewezen. BonTrans erkent dat werknemer recht heeft op een eindafrekening na einde dienstverband, maar beroept zich op verrekening met een aan BonTrans toekomende gefixeerde schadevergoeding. De bevoegdheid om een verzoek tot toekenning van die zogenoemde gefixeerde schadevergoeding in te dienen vervalt echter twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd. De arbeidsovereenkomst is geëindigd per 6 juli 2018 en het verzoek tot toekenning van de gefixeerde schadevergoeding dateert van 25 oktober 2018. De bevoegdheid om een dergelijk verzoek in te dienen is daarmee vervallen en BonTrans zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar verzoek. Nu er geen sprake is van een vordering, is er ook geen verrekening.