Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Nautisch en Technisch Bureau Venteville B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 7 maart 2019
ECLI:NL:RBROT:2019:1909

werknemer/Nautisch en Technisch Bureau Venteville B.V.

Werknemersverzoek ontbinding arbeidsovereenkomst zonder toekenning billijke vergoeding. Vrijstelling van werkzaamheden is in strijd met goed werkgeverschap, maar niet ernstig verwijtbaar. Concurrentiebeding voldoet niet aan schriftelijkheidsvereiste omdat geen sprake is van overgang van onderneming.

Feiten

Werknemer is op 1 april 2011 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij de besloten vennootschap Radio Holland Netherlands B.V. (hierna: Radio Holland). In de arbeidsovereenkomst tussen werknemer en Radio Holland is een concurrentiebeding opgenomen. Per 1 januari 2013 is werknemer als gevolg van een overgang van onderneming in dienst getreden bij Imtech Marine Netherlands B.V. Bij brief van 27 september 2016, met als bijlage een al door de CEO ondertekende arbeidsovereenkomst, heeft RH Marine Group werknemer onder meer bericht dat hij vanwege de juridische opsplitsing van de voormalige divisie Imtech Marine per 1 oktober 2016 in dienst treedt bij Nautisch en Technisch Bureau Venteville B.V. (hierna: Venteville). Werknemer heeft deze arbeidsovereenkomst getekend. Tijdens een gesprek op 16 oktober 2018 is werknemer verteld dat de bedrijfsactiviteiten van Venteville per 31 december 2018 gestaakt gaan worden. Werknemer ontving een conceptbeëindigingsovereenkomst, waarop werknemer aangaf belangstelling te hebben om (delen van) Venteville over te nemen. Op 21 november 2018 heeft werknemer via zijn gemachtigde een bod uitgebracht. Bij e-mailbericht is werknemer onder meer aangegeven dat na zorgvuldige bestudering van meerdere aanbiedingen het aanbod van werknemer onvoldoende aanknopingspunten biedt om de gesprekken hierover voort te zetten. Tevens is werknemer op dat moment vrijgesteld van werkzaamheden, in afwachting van overeenstemming over de voorwaarden waaronder zijn arbeidsovereenkomst tot een einde zal gaan komen. Ten aanzien van het concurrentiebeding wordt aangegeven dat dit van kracht zal blijven, ook na de einddatum. Werknemer verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7:671c lid 1 BW met toekenning van een billijke vergoeding. Daarnaast verzoekt werknemer onder meer te verklaren voor recht dat Venteville geen rechten kan ontlenen aan het concurrentiebeding.

Oordeel

Billijke vergoeding

Venteville betwist uitdrukkelijk dat zij ernstig verwijtbaar jegens werknemer heeft gehandeld of nagelaten. Gelet op deze toelichting door Venteville ziet de kantonrechter geen aanknopingspunten voor het betoog van werknemer dat sprake is van een vooropgezet plan om hem af te stoten. Deze stelling vindt ook geen steun in de door werknemer overgelegde producties. In dit kader is tevens van belang dat een werkgever ten aanzien van de organisatie en de inrichting van de in zijn bedrijf te verrichten werkzaamheden een zekere beoordelingsvrijheid toekomt. Of daadwerkelijk sprake is van het noodzakelijkerwijs vervallen van de arbeidsplaats van werknemer als gevolg van het wegens bedrijfseconomische omstandigheden treffen van maatregelen voor een doelmatige bedrijfsvoering, is een vraag die voorligt in de procedure bij het UWV en in de onderhavige procedure niet beantwoord hoeft te worden. Het is in ieder geval niet zo dat de ontslagaanvraag bij voorbaat volstrekt kansloos moet worden geacht en moet worden vermoed (slechts) te zijn gedaan om de verhoudingen tussen werknemer en Venteville op scherp te zetten. Door eenzijdig te beslissen tot een directe vrijstelling van werkzaamheden, heeft Venteville echter niet gehandeld zoals een goed werkgever betaamt. Van ernstige verwijtbaarheid in de zin van artikel 7:671c lid 2 sub b BW is naar het oordeel van de kantonrechter echter geen sprake.

Concurrentiebeding 

Partijen zijn het erover eens dat werknemer niet als gevolg van een overgang van onderneming bij Venteville in dienst is getreden, maar door het aangaan van een nieuwe, schriftelijke arbeidsovereenkomst met Venteville. Doordat geen sprake is geweest van een overgang van onderneming (als gevolg waarvan het concurrentiebeding tussen werknemer en Radio Holland van rechtswege op Venteville is overgegaan), kan Venteville alleen rechten ontlenen aan een concurrentiebeding indien zij dit volgens de eisen van artikel 7:653 lid 1 BW met werknemer is overeengekomen. In de arbeidsovereenkomst tussen werknemer en Venteville is geen concurrentiebeding opgenomen. Werknemer heeft zich er in de arbeidsovereenkomst ook niet uitdrukkelijk mee akkoord verklaard dat het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst tussen hem en Radio Holland ook ten aanzien van Venteville gaat gelden. In de arbeidsovereenkomst tussen werknemer en Venteville wordt weliswaar in algemene bewoordingen verwezen naar de tussen werknemer en Radio Holland geldende arbeidsvoorwaarden, maar door werknemer is onbetwist gesteld dat die door Venteville niet als bijlage bij de arbeidsovereenkomst aan hem zijn overhandigd. De kantonrechter is van oordeel dat tussen werknemer en Venteville geen rechtsgeldig concurrentiebeding is overeengekomen.